Par.
1 11| hetzelfde gevoel komt telkens weer boven als de gevestigde
2 16| stad kreeg langzamerhand weer haar normale uiterlijk.
3 21| noodzaak van negotie zich weer voelen in het hart van de
4 30| Waarop de eerste weer: `We komen niet terug in
5 32| donkere deuropening om meteen weer door een andere te verdwijnen.
6 32| dat soms stilstond, dan weer met een plotselinge schok
7 34| met de lantaarn verscheen weer, met aan het eind van een
8 40| verscheen, bedekt met ijzel, dan weer een huisje met een muts
9 56| erkennen, waardoor hij zich weer terug moest trekken. Overigens
10 68| haar buren, kwam daarna weer rustig overeind. Alle gezichten
11 83| kwijnende stem dat ze zich al weer een stuk beter voelde. Maar
12 83| voelde. Maar om dat niet weer te laten gebeuren, dwong
13 19| tien minuten verscheen ze weer, puffend, rood alsof ze
14 41| maar sinds die tijd heb ik weer een andere opdracht gekregen.'~
15 52| gingen niet zo heel gerust weer terug.~
16 54| wachtten ze. De vrouwen gingen weer naar hun kamers en hielden
17 55| vlammen van het haardvuur, dan weer op het schuim dat zijn pul
18 59| De dames verschenen weer en er werd wat gegeten,
19 61| doen te hebben. Hij ging weer in zijn schouw zitten en
20 70| alledrie en trokken zich weer terug.~
21 73| verscheen mijnheer Follenvie weer. Met zijn rochelende stem
22 75| dikke herbergier vertrok weer. Prompt werd Reuzelpotje
23 79| het vuur', en wijdde zich weer aan zijn kaartspel. Toen
24 80| en angst voor een dag die weer in dat vreselijke herbergje
25 96| Toen ze eenmaal weer binnen waren wisten ze niet
26 0 | hij kwam vrijwel direct weer naar beneden. De Duitser,
27 18| verscheen de heer Follenvie weer, om zijn zin van de dag
28 26| vrij laat in de ochtend weer uit te komen.~
29 39| naar het plafond, luisterde weer en vervolgde met zijn gewone
30 59| En alledrie begonnen ze weer, ziek, buiten adem, proestend.~
31 77| een penning, om zich dan weer te bekruisen en hun snelle,
32 87| De beide zusters waren weer begonnen te bidden nadat
|