Par.
1 34| sneeuw, en zei: `Waarom stapt u niet in? Dan zit u tenminste
2 34| stapt u niet in? Dan zit u tenminste beschut.'~
3 77| naar hem op en zei: `Wilt u ook wat, meneer? Het is
4 2 | reizigers uit te stappen: `Wilt u uitstijgen, damen en heren?'~
5 11| Pruisische officier wil u onmiddellijk zien.'~
6 13| Ja, u bent toch juffrouw Elisabeth
7 15| kwam naar haar toe en zei: `U maakt een vergissing, mevrouw,
8 15| veroorzaken, niet alleen voor u, maar zelfs voor al uw reisgenoten.
9 17| hand en zei: `En wij zijn u er dankbaar voor.'~
10 20| waardigheid: `Nee, dat gaat u niet aan, ik kan het niet
11 24| met uw welnemen. En als u ze uren en dagen achtereen
12 24| neerschiet, decoreren? Nee, ziet u, dat zal er bij mij nooit
13 39| die gezinnen horen. Ziet u meneer, arme mensen moeten
14 40| De graaf riep hem: `Had u geen opdracht gekregen om
15 48| Heeft hij het u zelf gezegd?'~
16 57| gezegd: ``Meneer Follenvie, u verbiedt morgen de koets
17 57| toestemming vertrekken. U hebt het gehoord. Laat het
18 63| hij ten slotte: `Was wilt u?'~
19 66| Zou ik u mogen vragen waarom u dat
20 66| ik u mogen vragen waarom u dat weigert?'~
21 68| Met alle respect mag ik u er misschien op wijzen,
22 69| niet... zo is het... gaat u maar.'~
23 74| het nooit zal willen. Ja, u hoort me goed: nooit, nooit,
24 89| schouders op en zei: `Overweegt u dat serieus, met die sneeuw?
25 21| vroeg ze: `Dus, zuster, u denkt dat God alle wegen
26 29| meteen met de deur in huis: `U geeft er dus de voorkeur
27 29| voorkeur aan ons hier net als u bloot te stellen aan alle
28 29| een van de diensten die u zo vaak in uw leven hebt
29 48| en zei met dubbele tong: `U bent niet van de partij
30 52| Hoe dat zo? Weet u het zeker? Hij wilde dus...'~
31 71| Als ik me niet vergis kent u mevrouw D'Etrelles?'~
|