Par.
1 27| Ik neem mijn vrouw mee,' zei de een.~
2 47| Zijn vrouw, groot, stevig, vastberaden,
3 55| nonnen trokken een man en een vrouw aller blikken.~
4 57| De vrouw, van het slag dat licht
5 68| hammetje over had. Zijn vrouw maakte een gebaar als om
6 81| gedempte stem spoorde hij zijn vrouw aan zijn voorbeeld te volgen.
7 83| Plotseling slaakte de jonge vrouw van de industrieel een zucht
8 93| voelden de gravin en de vrouw van de industrieel zich
9 3 | de industrieel met zijn vrouw, daarna door Loiseau die
10 22| kunnen praten. Maar zijn vrouw hield geen ogenblik haar
11 24| leren! Ik ben maar een oude vrouw zonder opleiding, dat klopt,
12 26| De oude vrouw boog het hoofd en sprak: `
13 39| maar ze hebben allemaal een vrouw en kinderen in hun vaderland
14 79| boven te gaan toen zijn vrouw, die omviel van de slaap,
15 87| beleefd, zei dat ze van een vrouw een dergelijk moeilijk offer
16 5 | waarmee iedere mondaine vrouw zich pantsert slechts het
17 6 | en de gedachte die zijn vrouw keihard uitte, spookte allen
18 15| dat de enige rol van de vrouw in het aardse bestond uit
19 24| gesprek een beetje, begon de vrouw met de hangende rozenkransen
20 65| nam met waardigheid zijn vrouw bij de arm en verwijderde
21 66| moed bij elkaar en sprak de vrouw van de industrieel aan met `
22 73| Wat een charmante vrouw!'~
23 76| begon een bésigue met zijn vrouw.~
24 80| Waarop zijn vrouw een pakje met een touwtje
|