Par.
1 17| Toch hing er iets in de lucht,
2 19| Toch haalden schippers en vissers
3 32| Toch werd het rijtuig niet bespannen.
4 57| tevoorschijn kwam, was ze toch aantrekkelijk en geliefd,
5 66| verklaarde Loiseau dat hij toch wel een aardig lege maag
6 69| graaf, `waarom heb ik er toch niet aan gedacht wat eten
7 71| Toch had Cornudet een veldfles
8 71| teruggaf merkte hij op: `Toch is dat lekker, dat verwarmt,
9 76| genomen dan wij. Er zijn toch mensen die altijd aan alles
10 93| gerespecteerd moesten worden. Toch voelden de gravin en de
11 94| ging nog een poosje door, toch wel enigszins bekoeld sinds
12 13| Ja, u bent toch juffrouw Elisabeth Rousset?'~
13 24| overlast te veroorzaken? Het is toch waarachtig een schande om
14 77| wat was weggeëbd, werd nu toch gegeten. Maar er werd weinig
15 1 | Loiseau de kop op: `We zijn toch niet van plan om hier van
16 1 | ouderdom te sterven. Het is toch haar vak, van die sloerie,
17 11| Toch beperkten de dames tot aan
18 42| nog terug. Hij laat haar toch niet doodgaan, die ellendeling!'~
19 46| priklimonade leek, maar dat hij toch wel wat fijner was.~
20 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem heb gezien.'~
21 56| Het is toch niet waar?'~
22 60| helemaal niets uitmaakt. Het is toch een schande, Here God!'~
|