Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zalige 1
zat 6
zaten 6
ze 339
zeep 1
zeer 4
zeg 5
Frequency    [«  »]
407 een
397 en
351 van
339 ze
298 het
260 te
256 die
Guy de Maupassant
Reuzelpotje

IntraText - Concordances

ze

    Par.
1 1 | uniformen hingen aan flarden en ze trokken zonder vlag, zonder 2 1 | een futloos tempo voort. Ze leken allemaal uitgeput, 3 1 | denken of tot een besluit, ze liepen slechts uit gewoonte 4 1 | vielen doodmoe neer zodra ze stilstonden. Er waren voornamelijk 5 3 | torsten. Maar soms waren ze bang voor hun eigen soldaten, 6 5 | al haar moordtuig waarmee ze vroeger de palen langs de 7 9 | beklemming van het wachten deed ze naar de komst van de vijand 8 13| oorlog deel te moeten nemen. Ze waren hem dankbaar voor 9 13| gevoel, en verder konden ze ooit op een dag zijn bescherming 10 13| Door hem te ontzien konden ze misschien een paar mannen 11 15| Ten slotte hielden ze zich voor - het ultieme 12 15| deuren beleefd te zijn zolang ze in het openbaar maar niet 13 15| militair. Op straat kenden ze elkaar niet, maar in huis 14 18| inwoners betaalden steeds, ze waren trouwens rijk. Maar 15 21| slotte, al onderwierpen ze dan de stad aan hun ijzeren 16 21| gruweldaden hadden begaan die ze volgens zeggen van meet 17 21| naar Dieppe te gaan, waar ze zich dan zouden inschepen.~ 18 22| Ze gebruikten de invloed van 19 22| van Duitse officieren die ze hadden leren kennen en een 20 25| Hôtel de Normandie, waar ze zouden instappen.~ 21 26| Ze waren nog helemaal slaperig 22 26| reisdekens te rillen van de kou. Ze konden elkaar in het donker 23 26| elkaar, een derde sprak ze aan, ze begonnen met elkaar 24 26| een derde sprak ze aan, ze begonnen met elkaar te kouten.~ 25 31| Ze hadden allemaal dezelfde 26 33| niets meer te vertellen, ze bleven dus roerloos en verstijfd 27 35| Ze hadden er natuurlijk niet 28 36| apparaten en een poosje somden ze met gedempte stem de voordelen 29 36| herhaalden daarbij dingen die ze al heel lang wisten.~ 30 38| antwoordde: `Ja.' Waarop ze vertrokken.~ 31 41| In de koets bekeken ze elkaar nieuwsgierig, in 32 49| Ze zat tegenover haar man, 33 52| onroerend goed, leverde ze, naar men zei een inkomen 34 54| toegetakeld gelaat, alsof ze van vlakbij een lading hagel 35 57| vroegtijdige corpulentie, waardoor ze de bijnaam Reuzelpotje had 36 57| jurk tevoorschijn kwam, was ze toch aantrekkelijk en geliefd, 37 57| geliefd, zo aangenaam fris was ze om te zien. Haar gezicht 38 58| Er werd gezegd dat ze bovendien volop begiftigd 39 59| Zodra ze herkend werd begonnen de 40 59| zo hard gefluisterd dat ze opkeek. Daarop wierp ze 41 59| ze opkeek. Daarop wierp ze haar buren zo'n uitdagende 42 60| bijna intiem, geworden. Ze moesten, leek het ze, geconfronteerd 43 60| geworden. Ze moesten, leek het ze, geconfronteerd met die 44 62| Waarop ze elkaar eens even vriendschappelijk 45 62| vriendschappelijk aankeken. Hoewel ze in uiteenlopende omstandigheden 46 62| omstandigheden verkeerden, voelden ze zich door het geld verbroederd, 47 62| goud laten rinkelen als ze hun hand in hun broekzak 48 63| koets reed zo langzaam dat ze om tien uur in de ochtend 49 63| hellingen te voet te beklimmen. Ze begonnen zich ongerust te 50 63| Tôtes gegeten worden en ze wanhoopten er thans aan 51 65| naar eten, maar daar vonden ze nog geen brood, want de 52 65| die met geweld namen wat ze vonden als ze niets te bikken 53 65| namen wat ze vonden als ze niets te bikken hadden.~ 54 68| boog een paar keer alsof ze iets onder haar rokken zocht. 55 68| onder haar rokken zocht. Ze aarzelde een ogenblik, keek 56 68| hield zich verder rustig. Ze kreeg het altijd te kwaad 57 68| zelfs grapjes erover kon ze niet vatten.~ 58 71| Hij bood ervan aan, maar ze weigerden koeltjes. Alleen 59 72| koppig op de vloer, waarbij ze ongetwijfeld de hemel het 60 72| lijden opdroegen dat hij ze zond.~ 61 73| slotte, om drie uur, toen ze midden in een eindeloze 62 74| Eerst haalde ze er een porseleinen bordje 63 74| reis van drie dagen, zodat ze niet op herbergkeukens zou 64 74| de pakketjes voedsel uit. Ze nam een kippenvleugeltje 65 74| een van de broodjes die ze in Normandië régence noemen.~ 66 77| Ze keek naar hem op en zei: ` 67 80| lichte maaltijd te delen. Ze namen dat beiden direct 68 80| zonder op te kijken begonnen ze heel snel te eten, na wat 69 80| buurvrouw en zodoende vormden ze met de nonnen een soort 70 81| zijn voorbeeld te volgen. Ze bood lang weerstand, maar 71 81| de darmen voer, zwichtte ze. Daarop vroeg haar man met 72 81| charmante reisgenote' of ze hem toestond mevrouw Loiseau 73 83| waar iedereen van opkeek. Ze werd zo wit als de sneeuw 74 83| hoofd zakte naar voren, ze was buiten bewustzijn. Haar 75 83| verklaarde met kwijnende stem dat ze zich al weer een stuk beter 76 85| Ze zweeg, want was al bang 77 86| Ze aarzelden, want niemand 78 87| eerste stap was nodig. Toen ze de Rubicon eenmaal over 79 87| eenmaal over waren, vielen ze gewoon aan. De mand was 80 87| mand was in een mum leeg. Ze bevatte nog een paté van 81 88| Ze konden natuurlijk de proviand 82 88| gereserveerd, maar doordat ze zich keurig gedroeg werd 83 89| Ze hadden het natuurlijk over 84 89| natuurlijk over de oorlog. Ze verhaalden vreselijke daden 85 89| meisjes soms hebben als ze vanzelfsprekende zielenroerselen 86 89| zielenroerselen melden, hoe ze Rouaan verlaten had.~ 87 90| ik wel kon blijven,' zei ze. `Ik had mijn huis vol proviand 88 90| wijk nemen. Maar toen ik ze zag, die Pruisen, toen kon 89 90| het wel geweten! Ik bekeek ze uit mijn raam, die zwijnen 90 90| vasthouden om te voorkomen dat ik ze mijn meubels naar de kop 91 90| ik naar de keel gevlogen. Ze zijn niet moeilijker te 92 90| afgemaakt hebben, die ene, als ze me niet aan mijn haren hadden 93 91| Ze werd uitgebreid gelukgewenst. 94 91| uitgebreid gelukgewenst. Ze groeide in de achting van 95 92| want zij was bonapartiste. Ze werd roder dan een kriek 96 92| van verontwaardiging zei ze: `Ik had jullie wel eens 97 94| Met zijn tienen hadden ze haar moeiteloos geplunderd, 98 94| geplunderd, slechts met spijt dat ze niet groter was. Het gesprek 99 94| enigszins bekoeld sinds ze klaar waren met eten.~ 100 95| accepteerde dat meteen, want ze had ijskoude voeten. De 101 96| zijn lantaarns ontstoken. Ze beschenen met een helder 102 98| op de weg. Dat was Tôtes. Ze hadden elf uur gelopen, 103 98| komen, op veertien bracht. Ze reden het stadje binnen 104 0 | stapte niemand uit, alsof ze verwachtten bij die gelegenheid 105 3 | schoof. De laatste zei toen ze op de grond stapte tegen 106 4 | Cornudet stapten, hoewel ze vlak bij het portier hadden 107 5 | Ze betraden de grote herbergkeuken 108 7 | Ze haalden opgelucht adem. 109 7 | haalden opgelucht adem. Ze hadden nog honger. Er werd 110 8 | Eindelijk konden ze aan tafel, toen de baas 111 14| Ze raakte in verwarring, dacht 112 15| zeker om een formaliteit die ze over het hoofd hebben gezien.'~ 113 16| Iedereen stemde met hem in, ze smeekten haar, drongen bij 114 16| en ten slotte overtuigden ze haar. Want ze waren allemaal 115 16| overtuigden ze haar. Want ze waren allemaal bang voor 116 16| kon hebben. Ten slotte zei ze: `Maar ik doe dit voor jullie, 117 18| Ze ging. Ze wachtten op haar 118 18| Ze ging. Ze wachtten op haar met aan 119 18| formuleringen voor het geval ze op hun beurt zouden worden 120 19| na tien minuten verscheen ze weer, puffend, rood alsof 121 19| weer, puffend, rood alsof ze stikte, uitermate geprikkeld. 122 19| stikte, uitermate geprikkeld. Ze stamelde: `Wat een smeerlap! 123 20| Ze verdrongen zich allemaal 124 20| allemaal om het te horen, maar ze zei niets. En toen de graaf 125 20| graaf aandrong, antwoordde ze met grote waardigheid: ` 126 21| Dus zetten ze zich rond een hoge soepterrine 127 22| geen ogenblik haar mond. Ze had het over al haar indrukken 128 22| komst van de Pruisen, wat ze deden, wat ze zeiden, had 129 22| Pruisen, wat ze deden, wat ze zeiden, had in de eerste 130 22| een hekel aan hen omdat ze haar geld kostten en in 131 22| in de tweede plaats omdat ze twee zoons in het leger 132 22| zoons in het leger had. Ze richtte vooral het woord 133 23| Daarop dempte ze haar stem om gewaagde dingen 134 24| Maar ze hield er niet in het minst 135 24| je moet niet denken dat ze schoon zijn. O nee! Ze bevuilen 136 24| dat ze schoon zijn. O nee! Ze bevuilen alles, met uw welnemen. 137 24| met uw welnemen. En als u ze uren en dagen achtereen 138 24| zou zien exerceren! Staan ze met zijn allen in een wei, 139 24| om, en draai daar om. Als ze tenminste nog thuis de grond 140 24| aan! Het arme volk moet ze ook nog eens voeden om ze 141 24| ze ook nog eens voeden om ze niets dan moorden te laten 142 24| dat klopt, maar als je ze zo hun gestel ziet verpesten 143 24| ervoor veroordeeld, maar als ze onze jongens als wild afschieten, 144 24| geweren, is dat dan goed omdat ze de vent die er het meeste 145 26| wat anders, maar moeten ze dan niet eerder alle vorsten 146 28| zouden kunnen bezorgen als ze gebruikt werden voor grote 147 30| iedereen naar bed, omdat ze doodop waren.~ 148 32| peignoir, afgezet met wit kant. Ze had een kandelaar in de 149 32| de zijkant open en toen ze na een paar minuten terugkwam 150 32| hemdsmouwen achter haar aan. Ze spraken zachtjes, bleven 151 32| de woorden niet maar toen ze ten slotte de stem wat verhieven, 152 33| Ze leek verontwaardigd en antwoordde: ` 153 34| dus waarom. Daarop werd ze boos, verhief nog meer haar 154 38| Omdat ze besloten hadden de volgende 155 38| paarden en zonder conducteur. Ze zochten hem vergeefs in 156 38| zoek te gaan en vertrokken. Ze kwamen op het plein, met 157 38| zien waren. De eerste die ze zagen, schilde aardappelen. 158 39| zijn geen Pruisen, zeggen ze. Ze komen van verder. Ik 159 39| geen Pruisen, zeggen ze. Ze komen van verder. Ik weet 160 39| precies waarvandaan, maar ze hebben allemaal een vrouw 161 39| vaderland achtergelaten. Het zit ze ook niet lekker, die oorlog, 162 39| natuurlijk! Ik weet wel zeker dat ze daar net zo goed om die 163 39| slecht af momenteel, want ze doen geen kwaad en ze werken 164 39| want ze doen geen kwaad en ze werken alsof ze bij die 165 39| kwaad en ze werken alsof ze bij die gezinnen horen. 166 40| herberg. Loiseau grapte: `Ze herbevolken.' Carré-Lamadon 167 40| Carré-Lamadon zei ernstig: `Ze herstellen.' Maar de koetsier 168 40| vinden. Ten slotte vonden ze hem in het dorpscafé, broederlijk 169 47| het hem maar vragen. Als ze mij verbieden om in te spannen, 170 53| Ze vroegen naar de heer Follenvie, 171 54| Ze wilden de officier opzoeken, 172 54| aangelegenheden. Dus wachtten ze. De vrouwen gingen weer 173 55| stond als hijzelf, alsof ze het vaderland diende door 174 56| over politiek te praten. Ze hadden het over de toekomst 175 57| bespannen. Ik wil niet dat ze zonder mijn toestemming 176 58| Daarop wilden ze de officier spreken. De 177 60| Ze hadden net de koffie op 178 61| bij de twee eersten. Toen ze probeerden Cornudet mee 179 62| herberg, waar de officier ze ontving, liggend in een 180 62| Hij stond niet op, groette ze niet, keek ze niet eens 181 62| op, groette ze niet, keek ze niet eens aan. Hij was een 182 70| Ze bogen alledrie en trokken 183 71| gediscussieerd, waarbij ze zich de onwaarschijnlijkste 184 71| bedachten. Wie weet wilden ze ze als gijzelaars houden - 185 71| bedachten. Wie weet wilden ze ze als gijzelaars houden - 186 71| welk doel dan? Of wilden ze ze gevangen nemen? Of wilden 187 71| welk doel dan? Of wilden ze ze gevangen nemen? Of wilden 188 71| gevangen nemen? Of wilden ze, waarschijnlijker, een flink 189 71| Bij die gedachte werden ze gek van paniek. De rijksten 190 71| teneinde zich vrij te kopen. Ze pijnigden zich de hersens 191 71| eenendertigen voor. Dat zou ze wat afleiden. Ze wilden 192 71| Dat zou ze wat afleiden. Ze wilden best. Zelfs Cornudet, 193 72| bij het spel de vrees die ze door de gedachten spookte. 194 73| Toen ze aan tafel gingen verscheen 195 73| Elisabeth Rousset vragen of ze nog niet van mening veranderd 196 74| doodsbleek staan. Vervolgens werd ze plotseling karmijnrood en 197 74| verschrikkelijk kwaad dat ze niet meer kon spreken. Ten 198 74| spreken. Ten slotte flapte ze er uit: `Zeg maar tegen 199 75| onthullen. Aanvankelijk weigerde ze, maar al snel kreeg haar 200 75| me naar bed!' schreeuwde ze.~ 201 76| op tafel terug te zetten. Ze gaven luidkeels uiting aan 202 78| Follenvie werd uitgenodigd, die ze van plan waren handig te 203 79| de slaap, hem kwam halen. Ze vertrok dus maar alleen, 204 79| vertrok dus maar alleen, want ze was een ochtendmens, stond 205 79| aan zijn kaartspel. Toen ze in de gaten kregen dat ze 206 79| ze in de gaten kregen dat ze niets uit hem konden krijgen, 207 79| konden krijgen, verklaarden ze het tijd om op te stappen 208 80| Ze stonden de volgende ochtend 209 81| bleef onzichtbaar. Omdat ze niet wisten wat ze moesten 210 81| Omdat ze niet wisten wat ze moesten doen, liepen ze 211 81| ze moesten doen, liepen ze maar wat om de koets heen.~ 212 82| wat gewijzigd. Nu namen ze die hoer bijna kwalijk dat 213 82| die hoer bijna kwalijk dat ze de Pruis niet heimelijk 214 82| lucht van hebben gekregen? Ze had de schijn kunnen redden 215 85| voor hen uitstrekten leken ze zo vreselijk onheilspellend 216 87| plotseling of die `trut' ze nog lang ter plekke zou 217 87| altijd beleefd, zei dat ze van een vrouw een dergelijk 218 90| Dat was waar, dus hielden ze hun mond.~ 219 95| officieren had gekend en ze dus met kennis van zaken 220 95| helemaal zo gek nog niet, ze betreurde zelfs dat hij 221 96| Toen ze eenmaal weer binnen waren 222 96| weer binnen waren wisten ze niet meer wat ze moesten 223 96| wisten ze niet meer wat ze moesten doen. Er vielen 224 97| volgende ochtend kwamen ze met vermoeide gezichten 225 98| in Yvetot werd opgevoed. Ze zag het maar eens per jaar 226 98| voor het hare opbloeien en ze wilde de ceremonie per se 227 99| Zodra ze weg was keek iedereen elkaar 228 99| elkaar te schuiven, want ze voelden wel dat ze uiteindelijk 229 99| want ze voelden wel dat ze uiteindelijk iets moesten 230 1 | mannen te doen, ik vind dat ze het recht niet heeft dat 231 1 | niet. Nou vraag ik jullie, ze heeft over zich heen gehad 232 1 | over zich heen gehad wat ze maar in Rouaan heeft kunnen 233 1 | worden geholpen, begint ze zich aan te stellen, die 234 2 | Carré-Lamadon begonnen te stralen en ze werd een beetje bleek, alsof 235 2 | een beetje bleek, alsof ze zich al met geweld door 236 4 | Ze zwoeren dus samen.~ 237 5 | oppervlak bedekt, gaven ze zich volop over aan dat 238 6 | grappig leek het hele verhaal ze uiteindelijk. De graaf kwam 239 6 | maar zo mooi gezegd dat ze een glimlach tevoorschijn 240 6 | die hoer is, waarom zou ze dat dan aan de een weigeren 241 7 | vesting. Allemaal spraken ze de rol af die ze zouden 242 7 | spraken ze de rol af die ze zouden spelen, de argumenten 243 7 | spelen, de argumenten die ze zouden gebruiken, de manoeuvres 244 7 | gebruiken, de manoeuvres die ze moesten uitvoeren. Het plan 245 9 | zo gespannen aandacht had ze allen in haar greep dat 246 9 | allen in haar greep dat ze Reuzelpotje helemaal niet 247 9 | iedereen opkeek. Daar was ze dan. Ze zwegen plotseling 248 9 | opkeek. Daar was ze dan. Ze zwegen plotseling en een 249 9 | een zekere gêne weerhield ze er aanvankelijk van het 250 10| vertelde alles, de mensen, wat ze gedaan hadden, zelfs hoe 251 10| zelfs hoe de kerk eruitzag. Ze zei ook nog: `Het is zo 252 12| Zodra ze aan tafel zaten, begonnen 253 12| aan tafel zaten, begonnen ze haar aan te pakken. Eerst 254 12| generaals in haar bed haalde om ze daar tot slaafse onderdanigheid 255 17| De hele middag lieten ze haar erover nadenken. Maar 256 17| mevrouw' te noemen, zoals ze tot dan toe hadden gedaan, 257 17| toe hadden gedaan, noemden ze haar eenvoudigweg `juffrouw', 258 17| eigenlijk wist waarom, alsof ze haar een graadje wilden 259 17| zakken in de achting die ze zich had verworven, om haar 260 20| voorbedachten rade, omdat ze een vage behoefte voelde 261 20| moeiteloos die misstappen als ze zijn begaan voor de glorie 262 20| verstrooidheid of behulpzame domheid. Ze hadden gedacht dat ze verlegen 263 20| domheid. Ze hadden gedacht dat ze verlegen was, maar ze bleek 264 20| dat ze verlegen was, maar ze bleek onverschrokken, goed 265 20| Het offer van Abraham vond ze vanzelfsprekend, want zij 266 21| Daartoe vroeg ze: `Dus, zuster, u denkt dat 267 23| En zo gingen ze maar door, verklaarden Gods 268 24| zuster Sint-Nicephorus. Ze waren uitgenodigd naar Le 269 24| soldaten die de pokken hadden. Ze beschreef ze, die ongelukkige, 270 24| pokken hadden. Ze beschreef ze, die ongelukkige, omschreef 271 24| omschreef hun ziekte. En terwijl ze onderweg door de grillen 272 24| militairen te verzorgen. Ze was ook al naar de Krim 273 24| van haar veldtochten bleek ze plotseling een van die nonnen 274 26| Meteen na de maaltijd gingen ze snel naar de kamers om daar 275 27| middageten verliep rustig, ze gaven het gisteren gezaaide 276 31| verheerlijkte de dienst die zij ze zou bewijzen, had het over 277 33| Zodra ze thuis waren, ging ze naar 278 33| Zodra ze thuis waren, ging ze naar haar kamer en bleef 279 33| ongerustheid steeg ten top. Wat zou ze gaan doen? Wat een ellende 280 33| doen? Wat een ellende als ze zou blijven weigeren!~ 281 34| Het etensuur brak aan, ze wachtten tevergeefs. Daarop 282 34| niet goed voelde en dat ze aan tafel konden gaan. Iedereen 283 40| Het duurde even voor ze het door hadden, maar daarna 284 40| hadden, maar daarna begonnen ze te glimlachen.~ 285 43| van twijfelachtig allooi, ze amuseerden, en kwetsten 286 46| gingen zelfs zo ver dat ze hun lippen in die mousserende 287 46| mousserende wijn doopten die ze nog nooit hadden geproefd. 288 46| nog nooit hadden geproefd. Ze verklaarden dat hij op priklimonade 289 48| rond middernacht, toen ze uit elkaar wilden gaan, 290 51| plotseling dubbel en herhaalde: `Ze zijn te schunnig, beste 291 51| te schunnig, beste man, ze zijn veel te schunnig.' 292 51| dat begreep, vertelde hij ze de `geheimen van de gang'. 293 51| de ogen van het lachen. Ze konden het bijna niet geloven.~ 294 59| En alledrie begonnen ze weer, ziek, buiten adem, 295 60| Daarop gingen ze uit elkaar. Maar mevrouw 296 60| brandnetel was, merkte toen ze gingen slapen tegen haar 297 60| Pruisisch is, ik zeg je dat ze dat helemaal niets uitmaakt. 298 61| onhoorbaar gekraak, en ze gingen zeker pas heel laat 299 61| Champagne heeft zo'n uitwerking. Ze zeggen dat hij de slaap 300 62| dampende paardenvijgen die ze uit elkaar krabden.~ 301 64| slechts op Reuzelpotje. Ze verscheen.~ 302 65| Ze leek wat verward, beschaamd. 303 65| wat verward, beschaamd. Ze liep verlegen op haar reisgenoten 304 65| van haar afwendden, alsof ze haar niet hadden gezien. 305 66| stomverbaasd staan. Daarop raapte ze al haar moed bij elkaar 306 66| onbeschoft hoofdknikje dat ze vergezeld deed gaan van 307 66| Iedereen leek druk doende en ze bleven op afstand van haar, 308 66| afstand van haar, alsof ze een infectie tussen haar 309 66| droeg. Vervolgens haastten ze zich naar de koets, waar 310 66| de plaats in te nemen die ze het eerste gedeelte van 311 67| Ze leken haar niet te zien, 312 69| slaan. Tegelijkertijd voelde ze zich verontwaardigd over 313 69| die buren en vernederd dat ze was gezwicht, zich had laten 314 69| die Pruis in wiens armen ze haar hadden gesmeten, dat 315 72| Zeker, ze is een van mijn vriendinnen.'~ 316 74| door en door kunstenares. Ze zingt allerbevalligst en 317 77| steeds hoger tempo, waarbij ze hun vage gemompel verhaastten 318 77| gemompel verhaastten alsof ze een wedstrijd bidden hielden. 319 77| hielden. Af en toe kusten ze een penning, om zich dan 320 80| touwtje eromheen pakte, waar ze een stuk koud kalfsvlees 321 80| koud kalfsvlees uithaalde. Ze sneed het netjes in dunne, 322 81| maar doen,' zei de gravin. Ze kreeg toestemming en pakte 323 83| nergens aan kunnen denken. Ze keek geërgerd, stikkend 324 83| verkrampte haar aanvankelijk en ze deed de mond open om ze 325 83| ze deed de mond open om ze hun vet te geven met een 326 83| voor op de tong lagen. Maar ze kon geen woord uiten, zo 327 84| niemand dacht aan haar. Ze voelde zich verdrinken in 328 84| verwerpen. Daarop dacht ze aan haar grote mand vol 329 84| gespannen touw dat breekt, en ze stond op het punt te gaan 330 84| het punt te gaan huilen. Ze deed vreselijk haar best, 331 84| welving van haar boezem. Ze bleef kaarsrecht zitten, 332 84| bleek gelaat, hopend dat ze haar niet zouden zien.~ 333 86| triomfantelijk en mompelde: `Ze beweent haar schande.'~ 334 87| begonnen te bidden nadat ze de rest van hun worst in 335 89| beviel zijn buren allerminst. Ze werden zenuwachtig, geïrriteerd 336 91| Ze reden nu sneller, want de 337 91| woord te herinneren dat ze bij elke maat hoorden, of 338 91| bij elke maat hoorden, of ze wilden of niet.~ 339 92| toe kwam een snik op die ze niet had kunnen onderdrukken,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License