Par.
1 6 | adjudanten, wanhopig nu hij met die heterogene resten
2 13| Pruisische officier aan tafel. Hij was soms goed opgevoed en
3 18| middenstander wordt, des temeer hij onder elk offer lijdt, onder
4 18| stukje van zijn fortuin dat hij in handen van een ander
5 34| dat niet graag meeging. Hij zette het tegen de disselboom,
6 34| tuig vast te zetten, want hij kon zich slechts van één
7 34| lantaarn vasthield. Toen hij het tweede dier ging halen,
8 34| tweede dier ging halen, zag hij daar al die roerloze reizigers
9 43| er fortuin mee gemaakt. Hij verkocht tegen zeer billijke
10 44| prefectuur de dames, die hij wat zag wegdommelen, had
11 46| Hij was klein van gestalte,
12 47| regelmaat in het handelshuis dat hij met zijn vrolijke bezigheden
13 48| van de departementsraad. Hij was onder het keizerrijk
14 48| betalen aan een zaak die hij, om zijn eigen woorden te
15 56| Al twintig jaar doopte hij zijn rode baard in de bierpullen
16 56| alle democratische cafés. Hij had met zijn broers en vrienden
17 56| aardig fortuin verteerd dat hij van zijn vader had geërfd,
18 56| een oude suikerbakker, en hij zat vol ongeduld te wachten
19 56| plaats in te kunnen nemen die hij na zoveel revolutionaire
20 56| wellicht door een grap, meende hij tot prefect te zijn benoemd.
21 56| zijn benoemd. Maar toen hij zijn functie wilde aanvaarden,
22 56| hem te erkennen, waardoor hij zich weer terug moest trekken.
23 56| moest trekken. Overigens was hij een heel geschikte vent,
24 56| ongevaarlijk en gedienstig, en had hij zich met onvergelijkelijke
25 56| organisatie van de verdediging. Hij had gaten in de velden laten
26 56| toen de vijand naderde had hij zich, tevreden met zijn
27 56| de stad teruggetrokken. Hij overwoog nu zich in Le Havre
28 61| voor de dorst, waarvoor hij al meer dan eens had gezorgd.
29 61| gelukt alle landwijnen die hij nog in de kelder had aan
30 61| aanzienlijke som schuldig was, die hij in Le Havre hoopte te innen.~
31 65| de boer, wantrouwig als hij was, verborg zijn voorraden
32 66| middags verklaarde Loiseau dat hij toch wel een aardig lege
33 66| Iedereen leed allang net als hij en de dwingende behoefte
34 67| geraas of bescheiden, waarbij hij of zij de hand snel voor
35 68| gespannen. Loiseau beweerde dat hij wel duizend frank voor een
36 71| Cornudet een veldfles vol rum. Hij bood ervan aan, maar ze
37 71| wilde wel een slokje en toen hij de veldfles teruggaf merkte
38 71| veldfles teruggaf merkte hij op: `Toch is dat lekker,
39 72| verbeterde zijn humeur en hij stelde voor te doen als
40 72| het lijden opdroegen dat hij ze zond.~
41 76| terrine met kip met zijn ogen. Hij zei: `Uitstekend, mevrouw
42 78| Hij hapte meteen toe: `Nou ja,
43 78| oorlog, nietwaar mevrouw?' Hij keek eens om zich heen en
44 79| Hij had een krant, die hij uitspreidde
45 79| Hij had een krant, die hij uitspreidde om zijn broek
46 79| de punt van een mes, dat hij altijd op zak had, viste
47 79| altijd op zak had, viste hij er een poot uit, geheel
48 81| met gedempte stem spoorde hij zijn vrouw aan zijn voorbeeld
49 86| graaf hakte de knoop door. Hij wendde zich tot de grote
50 86| manieren van edelman sprak hij: `We gaan vol erkentelijkheid
51 91| Cornudet ontplooide toen hij haar beluisterde een goedkeurende
52 91| alles van godsdienst weten. Hij nam op zijn beurt met belerende
53 91| die hoogdravendheid die hij had afgekeken van dagelijks
54 91| van welsprekendheid waarin hij dat `stuk vuil van een Badinguet'7
55 97| te zien schieten, alsof hij een flinke maar geluidloos
56 1 | lippen een vallende plooi als hij aan zijn wang trok.~
57 2 | Elzasser Frans verzocht hij stijfjes de reizigers uit
58 4 | de nette vrouwen, terwijl hij terdege besefte het voorbeeld
59 5 | gezelschap uitgebreid, nadat hij zich de uitreisvergunning
60 6 | Daarop zei hij plotseling: `Het is gut',
61 8 | zijn opwachting maakte. Hij was een oude paardenkoper,
62 8 | strottenhoofd. Van zijn vader had hij de naam Follenvie geërfd.~
63 9 | Hij vroeg: `Juffrouw Elisabeth
64 21| Cornudet bestelde bier. Hij had zo zijn manier om de
65 21| het te bekijken waarbij hij het glas scheef hield, dat
66 21| het glas scheef hield, dat hij vervolgens tussen de lamp
67 21| te kunnen inschatten. Als hij dronk leek zijn grote baard,
68 21| sidderen van vertedering. Hij loenste om zijn pul niet
69 21| verliezen en zag eruit alsof hij de enige functie vervulde
70 21| functie vervulde waarvoor hij geboren was. Het leek wel
71 21| geboren was. Het leek wel of hij in de geest de twee grote
72 21| want het was duidelijk dat hij niet het een kon proeven
73 25| wordt aangevallen, maar hij is een heilige plicht als
74 27| oog begon te twinkelen en hij zei: `Bravo burgeres.'~
75 28| Carré-Lamadon dacht diep na. Hoewel hij gek was op beroemde kapiteins,
76 29| grapjes van zijn buurman en hij kocht achttien ankers Bordeaux
77 31| poging te ontdekken wat hij noemde: `De mysteries van
78 32| ongeveer een uur hoorde hij geritsel, keek meteen en
79 32| stem wat verhieven, kon hij er een paar opvangen. Cornudet
80 32| drong nogal onstuimig aan. Hij zei: `Toe nou, doe niet
81 34| Hij begreep er vast niets van
82 35| Hij hield zijn mond. De vaderlandslievende
83 35| hebben gewekt, want nadat hij haar slechts had gekust
84 35| slechts had gekust sloop hij terug naar zijn deur.~
85 36| levensgezellin rustte, die hij met een kus wekte, mompelend: `
86 48| Heeft hij het u zelf gezegd?'~
87 53| nooit voor tien uur opstond. Hij had zelfs formeel verboden
88 54| volstrekt onmogelijk, al was hij ook in de herberg gehuisvest.
89 55| een groot vuur brandde. Hij liet zich daar een cafétafeltje
90 55| aanvulling op zijn uiterlijk. En hij bleef roerloos zitten, de
91 55| bekroonde. En telkens als hij had gedronken, ging hij
92 55| hij had gedronken, ging hij met een tevreden gebaar
93 55| lange vette haren, waarbij hij aan zijn snor rook, met
94 56| zijn? Cornudet lachte toen hij naar hen luisterde, als
95 57| verscheen de heer Follenvie. Hij werd meteen ondervraagd,
96 57| meteen ondervraagd, maar hij kon slechts een keer of
97 58| Pruis liet antwoorden dat hij die beide mannen zou ontvangen
98 58| mannen zou ontvangen als hij had gegeten, dat wilde zeggen
99 61| bij te zetten, verklaarde hij trots dat hij niet van plan
100 61| verklaarde hij trots dat hij niet van plan was ooit iets
101 61| Duitsers van doen te hebben. Hij ging weer in zijn schouw
102 62| burger met slechte smaak. Hij stond niet op, groette ze
103 62| keek ze niet eens aan. Hij was een prachtig voorbeeld
104 63| Na enkele ogenblikken zei hij ten slotte: `Was wilt u?'~
105 73| zijn rochelende stem sprak hij: `De Pruisische officier
106 75| verontwaardiging de overhand: `Wat hij wil? Wat hij wil? Hij wil
107 75| overhand: `Wat hij wil? Wat hij wil? Hij wil met me naar
108 75| Wat hij wil? Wat hij wil? Hij wil met me naar bed!' schreeuwde
109 78| officier te breken. Maar hij dacht slechts aan zijn kaarten,
110 78| ergens op te antwoorden. Hij herhaalde onophoudelijk: `
111 78| aandacht was zo gespannen dat hij erdoor vergat te spugen,
112 78| vergat te spugen, waardoor hij soms orgelpunten in de borst
113 79| Hij weigerde zelfs naar boven
114 79| vrienden door te brengen. Hij riep haar toe: `Zet mijn
115 92| geüniformeerde wesp af en hij liep met o-benen, met die
116 93| Hij boog toen hij langs de dames
117 93| Hij boog toen hij langs de dames kwam en keek
118 94| gezelschap van die hoer die hij zo ridderlijk had behandeld.~
119 95| ze betreurde zelfs dat hij geen Fransman was, want
120 95| geen Fransman was, want hij zou een heel knappe huzaar
121 99| Loiseau kreeg een idee. Hij was van mening de officier
122 0 | de boodschap over, maar hij kwam vrijwel direct weer
123 0 | had hem er uitgegooid. Hij was van plan iedereen vast
124 1 | Ik kan het weten, want hij koopt zijn wijn bij ons.
125 1 | griet! Ik voor mij vind dat hij zich heel goed gedraagt,
126 1 | gedraagt, die officier. Hij is misschien al heel lang
127 1 | van ons drieën. Maar nee, hij stelt zich tevreden met
128 1 | met die van iedereen is. Hij respecteert de getrouwde
129 1 | vrouwen. Kunnen jullie nagaan, hij heeft het voor het zeggen.
130 1 | heeft het voor het zeggen. Hij hoeft maar te zeggen: ``
131 1 | te zeggen: ``Ik wil'', en hij kon ons met zijn soldaten
132 3 | elkaar. Loiseau, woest als hij was, wilde `dat stuk ongeluk'
133 3 | moeten haar overhalen,' zei hij.~
134 8 | hield zich afzijdig, omdat hij niets met die zaak te maken
135 29| Hij sprak haar toe op die vertrouwelijke,
136 29| onbesproken eerbaarheid. Hij viel meteen met de deur
137 31| Hij benaderde haar met zachte
138 31| complimenteus, vriendelijk zelfs. Hij verheerlijkte de dienst
139 31| erkentelijkheid. Plotseling zei hij, haar vrolijk tutoyerend: `
140 31| tutoyerend: `En weet je, liefste, hij zou zich erop kunnen beroemen
141 31| jongedame te hebben gehad zoals hij er in zijn land niet veel
142 36| Uit welgevoeglijkheid zei hij niets tegen zijn reisgenoten,
143 39| bijna alweer bang. Maar hij spitste zijn oren, deed `
144 41| Na een kwartier herhaalde hij de grap en deed dat diezelfde
145 41| diezelfde avond nog vaak. Hij deed dan alsof hij iemand
146 41| vaak. Hij deed dan alsof hij iemand op de etage boven
147 41| hem dubbelzinnige raad die hij uit zijn geest van handelsreiziger
148 41| handelsreiziger putte. Af en toe zette hij een triest gezicht en verzuchtte: `
149 41| verzuchtte: `Arme meid!' Of hij mompelde quasi woedend met
150 42| niemand er meer aan dacht, zei hij met trillende stem een paar
151 42| eraan toe te voegen, alsof hij het tegen zichzelf had: `
152 42| zien we haar nog terug. Hij laat haar toch niet doodgaan,
153 46| Iedereen ging staan en hij werd toegejuicht. De beide
154 46| geproefd. Ze verklaarden dat hij op priklimonade leek, maar
155 46| priklimonade leek, maar dat hij toch wel wat fijner was.~
156 48| geen vinger uitgestoken. Hij leek zelfs verzonken in
157 48| aan zijn grote baard, die hij nog langer wilde maken.
158 50| Hij stond op, liep naar de deur
159 50| zouden moeten schamen!' En hij verdween.~
160 51| met open mond staan. Maar hij herkreeg zijn koelbloedigheid,
161 51| niemand dat begreep, vertelde hij ze de `geheimen van de gang'.
162 52| dat zo? Weet u het zeker? Hij wilde dus...'~
163 58| Dus jullie begrijpen dat hij er vanavond niet veel aan
164 61| uitwerking. Ze zeggen dat hij de slaap verdrijft.~
165 82| ander een korst brood uit. Hij pelde de schaal af, gooide
166 82| eieren op te eten, waardoor hij in zijn grote baard stukjes
167 85| haar man met een teken. Hij trok zijn schouders op als
168 90| Hij merkte het maar hield niet
169 90| niet op. Soms zelfs zong hij zachtjes de woorden: ~ ~~~
170 91| duisternis van de koets, hield hij met woeste koppigheid zijn
171 91| monotone gefluit vol, waardoor hij de vermoeide en geërgerde
|