bold = Main text
Par. grey = Comment text
1 6 | ontreddering van een volk dat gewend was te overwinnen
2 7 | overwinnaars, doodsbenauwd dat hun braadspitten en hun
3 11 | of het overwinnende leger dat massaal zij die zich verweren,
4 11 | tenietdoen, al het vertrouwen dat ons wordt bijgebracht in
5 12 | in de huizen verdwenen. Dat was de bezetting, na de
6 13 | waren hem dankbaar voor dat gevoel, en verder konden
7 15 | aan Franse wellevendheid - dat het wel degelijk gepermitteerd
8 18 | stukje van zijn fortuin dat hij in handen van een ander
9 21 | belangen aangegaan in Le Havre, dat door het Franse leger werd
10 32 | gerinkel van belletjes verried dat er met tuig gerommeld werd.
11 32 | met tuig gerommeld werd. Dat gerinkel werd al snel een
12 32 | bewegingen van het dier, dat soms stilstond, dan weer
13 33 | winter bedolven stad, dan dat vage, onbestemde en deinende
14 34 | een touw een triest paard dat niet graag meeging. Hij
15 39 | plotseling een gespannen kruis dat zich dan in een nog heftiger
16 44 | met Loiseau' te spelen. Dat werd doorverteld in de salons
17 47 | regelmaat in het handelshuis dat hij met zijn vrolijke bezigheden
18 50 | bezwangerd had, wier man om dat feit graaf en gouverneur
19 54 | tering, aangevreten door dat allesverzengende geloof
20 54 | allesverzengende geloof dat martelaren en verlichten
21 56 | aardig fortuin verteerd dat hij van zijn vader had geërfd,
22 57 | De vrouw, van het slag dat licht genoemd wordt, was
23 58 | Er werd gezegd dat ze bovendien volop begiftigd
24 59 | werden zo hard gefluisterd dat ze opkeek. Daarop wierp
25 59 | uitdagende en brutale blik toe dat er prompt een diepe stilte
26 61 | hadden berokkend, het verlies dat het gevolg zou zijn van
27 63 | De koets reed zo langzaam dat ze om tien uur in de ochtend
28 63 | wanhoopten er thans aan dat nog voor de nacht te bereiken.
29 66 | middags verklaarde Loiseau dat hij toch wel een aardig
30 68 | gespannen. Loiseau beweerde dat hij wel duizend frank voor
31 71 | merkte hij op: `Toch is dat lekker, dat verwarmt, en
32 71 | op: `Toch is dat lekker, dat verwarmt, en je vergeet
33 72 | hemel het lijden opdroegen dat hij ze zond.~
34 78 | ja, om eerlijk te zijn, dat weiger ik niet, ik kan niet
35 79 | met de punt van een mes, dat hij altijd op zak had, viste
36 79 | overduidelijke tevredenheid op, dat in de koets een diepe zucht
37 80 | maaltijd te delen. Ze namen dat beiden direct aan en zonder
38 83 | stikkend in de lucht van al dat voedsel, ondergingen graaf
39 83 | verklaarde met kwijnende stem dat ze zich al weer een stuk
40 83 | stuk beter voelde. Maar om dat niet weer te laten gebeuren,
41 90 | Ik dacht eerst nog dat ik wel kon blijven,' zei
42 90 | vasthouden om te voorkomen dat ik ze mijn meubels naar
43 90 | ben ik vertrokken, vandaar dat ik hier zit.'~
44 91 | welsprekendheid waarin hij dat `stuk vuil van een Badinguet'7
45 93 | maar het was te voelen dat dit op woorden zou uitlopen,
46 93 | autoritair te verkondigen dat alle oprechte meningen gerespecteerd
47 94 | geplunderd, slechts met spijt dat ze niet groter was. Het
48 95 | vervangen, en zij accepteerde dat meteen, want ze had ijskoude
49 98 | verschenen voor hen op de weg. Dat was Tôtes. Ze hadden elf
50 99 | reizigers opschrikken, en dat was het stoten van een sabelschede
51 1 | enkele blonde draad, zo dun dat je het eind ervan niet kon
52 4 | waardigheid behouden, begrepen dat bij dergelijke treffens
53 7 | was een halfuur nodig om dat klaar te maken, en terwijl
54 7(8)| Namelijk 100, het nummer dat de wc aangaf.~
55 10 | draaide zich om en zei: `Dat ben ik.'~
56 14 | zei vervolgens ronduit: `Dat kan wel zijn, ik ga niet.'~
57 15 | probeerde de reden van dat bevel te raden. De graaf
58 16 | ik doe dit voor jullie, dat is duidelijk!'~
59 20 | grote waardigheid: `Nee, dat gaat u niet aan, ik kan
60 21 | hij het glas scheef hield, dat hij vervolgens tussen de
61 21 | want het was duidelijk dat hij niet het een kon proeven
62 24 | En je moet niet denken dat ze schoon zijn. O nee! Ze
63 24 | vrouw zonder opleiding, dat klopt, maar als je ze zo
64 24 | je kwaad heeft gedaan, is dat verkeerd, want je wordt
65 24 | afschieten, met geweren, is dat dan goed omdat ze de vent
66 24 | decoreren? Nee, ziet u, dat zal er bij mij nooit in
67 26 | als je je verdedigt is dat wat anders, maar moeten
68 32 | achter in de gang. Maar op dat moment ging een deur aan
69 32 | niet zo stom, wat maakt dat nou uit?'~
70 33 | zijn ogenblikken waarop je dat niet doet. En bovendien,
71 38 | ogen, troostte een kind dat huilde en wiegde het op
72 39 | kerkrat antwoordde hem: `O, dat zijn geen kwaaie, het zijn
73 39 | natuurlijk! Ik weet wel zeker dat ze daar net zo goed om die
74 47 | ik niet in. Zo simpel is dat.'~
75 53 | de serveerster antwoordde dat meneer vanwege zijn astma
76 54 | officier opzoeken, maar dat was volstrekt onmogelijk,
77 55 | dan weer op het schuim dat zijn pul bekroonde. En telkens
78 57 | te bespannen. Ik wil niet dat ze zonder mijn toestemming
79 58 | De Pruis liet antwoorden dat hij die beide mannen zou
80 58 | ontvangen als hij had gegeten, dat wilde zeggen tegen enen.~
81 61 | zetten, verklaarde hij trots dat hij niet van plan was ooit
82 66 | u mogen vragen waarom u dat weigert?'~
83 68 | misschien op wijzen, meneer, dat uw opperbevelhebber ons
84 71 | partijtje eenendertigen voor. Dat zou ze wat afleiden. Ze
85 72 | spookte. Maar Cornudet merkte dat de familie Loiseau samenspande
86 74 | zo verschrikkelijk kwaad dat ze niet meer kon spreken.
87 74 | er uit: `Zeg maar tegen dat schoelje, tegen die smeerlap,
88 74 | tegen die smeerlap, tegen dat Pruisische stuk vuil, dat
89 74 | dat Pruisische stuk vuil, dat ik het nooit zal willen.
90 76 | hen een deel van het offer dat van haar werd gevergd was
91 76 | graaf verklaarde vol walging dat die lui zich gedroegen als
92 78 | aandacht was zo gespannen dat hij erdoor vergat te spugen,
93 79 | Toen ze in de gaten kregen dat ze niets uit hem konden
94 80 | voor een dag die weer in dat vreselijke herbergje zou
95 82 | ze die hoer bijna kwalijk dat ze de Pruis niet heimelijk
96 82 | officier te laten zeggen dat hun ontreddering haar aan
97 82 | hart ging. Voor haar maakte dat immers zo weinig uit!~
98 85 | Voeten werden zo pijnlijk dat elke stap een lijdensweg
99 85 | onder die grenzeloze witheid dat iedereen meteen met ijzige
100 87 | graaf, altijd beleefd, zei dat ze van een vrouw een dergelijk
101 87 | offer niet konden eisen, dat dat uit haarzelf moest komen.
102 87 | offer niet konden eisen, dat dat uit haarzelf moest komen.
103 87 | Carré-Lamadon merkte op dat als de Fransen een offensieve
104 89 | op en zei: `Overweegt u dat serieus, met die sneeuw?
105 90 | Dat was waar, dus hielden ze
106 95 | niet, ze betreurde zelfs dat hij geen Fransman was, want
107 98 | Er werd een klok geluid. Dat was voor een doopsel. De
108 98 | dikke hoer had een kind dat bij boeren in Yvetot werd
109 98 | de gedachte aan het kind dat nu gedoopt zou worden, deed
110 99 | schuiven, want ze voelden wel dat ze uiteindelijk iets moesten
111 1 | vak, van die sloerie, om dat met alle mannen te doen,
112 1 | mannen te doen, ik vind dat ze het recht niet heeft
113 1 | ze het recht niet heeft dat aan de een te weigeren en
114 1 | griet! Ik voor mij vind dat hij zich heel goed gedraagt,
115 3 | woest als hij was, wilde `dat stuk ongeluk' aan handen
116 5 | waarbij ieder zijn mening gaf. Dat ging trouwens heel netjes.
117 5 | gaven ze zich volop over aan dat dubbelzinnig avontuur, vermaakten
118 6 | grapjes, maar zo mooi gezegd dat ze een glimlach tevoorschijn
119 6 | die hoer is, waarom zou ze dat dan aan de een weigeren
120 6 | Carré-Lamadon leek zelfs te denken dat zij het in haar plaats hem
121 9 | had ze allen in haar greep dat ze Reuzelpotje helemaal
122 9 | haar: `En was het leuk, dat doopsel?'~
123 14 | En dat alles werd op een nette
124 15 | ten slotte kunnen denken dat de enige rol van de vrouw
125 17 | eenvoudigweg `juffrouw', zonder dat iemand eigenlijk wist waarom,
126 20 | het welzijn van de naaste. Dat was een sterk argument,
127 20 | kerkelijk gewaad aan uitmunt, of dat het gewoon kwam door gelukkige
128 20 | domheid. Ze hadden gedacht dat ze verlegen was, maar ze
129 21 | ze: `Dus, zuster, u denkt dat God alle wegen aanvaardt
130 24 | En dat alles gebeurde bedekt, slinks,
131 31 | zich hoffelijk te tonen als dat moest, complimenteus, vriendelijk
132 34 | Follenvie binnen, kondigde aan dat juffrouw Rousset zich niet
133 34 | zich niet goed voelde en dat ze aan tafel konden gaan.
134 37 | graaf leek opeens te merken dat mevrouw Carré-Lamadon charmant
135 41 | herhaalde hij de grap en deed dat diezelfde avond nog vaak.
136 46 | dames, gingen zelfs zo ver dat ze hun lippen in die mousserende
137 46 | geproefd. Ze verklaarden dat hij op priklimonade leek,
138 46 | priklimonade leek, maar dat hij toch wel wat fijner
139 47 | woorden: `Het is jammer dat we geen piano hebben, want
140 49 | Ik zeg jullie allemaal dat jullie je dood schamen!'~
141 51 | Dat bracht aanvankelijk enige
142 51 | schunnig.' Omdat niemand dat begreep, vertelde hij ze
143 52 | Hoe dat zo? Weet u het zeker? Hij
144 53 | Ik zeg jullie toch dat ik hem heb gezien.'~
145 58 | vervolgde: `Dus jullie begrijpen dat hij er vanavond niet veel
146 60 | slapen tegen haar man op, dat `die del' van een jongedame
147 60 | Pruisisch is, ik zeg je dat ze dat helemaal niets uitmaakt.
148 60 | Pruisisch is, ik zeg je dat ze dat helemaal niets uitmaakt.
149 61 | n uitwerking. Ze zeggen dat hij de slaap verdrijft.~
150 66 | een onbeschoft hoofdknikje dat ze vergezeld deed gaan van
151 69 | al die buren en vernederd dat ze was gezwicht, zich had
152 69 | ze haar hadden gesmeten, dat stelletje hypocrieten.~
153 70 | Carré-Lamadon en brak al snel dat penibele stilzwijgen.~
154 81 | Laten wij dat ook maar doen,' zei de gravin.
155 81 | paren was klaargemaakt. Dat was, in een van die lange
156 81 | voorstelt om aan te geven dat er een haas in de vorm van
157 82 | pakten een stuk worst uit dat naar knoflook rook. Cornudet
158 84 | te strak gespannen touw dat breekt, en ze stond op het
159 84 | snikken in zoals kinderen dat doen, maar de tranen welden
160 84 | verstijfd bleek gelaat, hopend dat ze haar niet zouden zien.~
161 91 | elk woord te herinneren dat ze bij elke maat hoorden,
|