Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gut 1
haalde 4
haalden 2
haar 155
haard 2
haardvuur 1
haars 1
Frequency    [«  »]
193 met
171 hij
161 dat
155 haar
134 op
125 aan
113 was
Guy de Maupassant
Reuzelpotje

IntraText - Concordances

haar

    Par.
1 5 | roerde, was naar huis gegaan. Haar wapens, haar uniformen, 2 5 | huis gegaan. Haar wapens, haar uniformen, al haar moordtuig 3 5 | wapens, haar uniformen, al haar moordtuig waarmee ze vroeger 4 11| als de gevestigde orde op haar kop wordt gezet, als er 5 11| huizen bedelft, de buiten haar oevers getreden rivier die 6 16| kreeg langzamerhand weer haar normale uiterlijk. De Fransen 7 48| Carré-Lamadon, veel jonger dan haar echtgenoot, was en bleef 8 49| Ze zat tegenover haar man, heel klein, heel knap, 9 49| heel knap, weggedoken in haar bont, en bekeek met een 10 50| Haar buren, graaf en gravin Hubert 11 51| adel welwillend tegenover haar en werd haar salon de eerste 12 51| welwillend tegenover haar en werd haar salon de eerste van de streek, 13 54| een was oud, met een in haar jeugd door de witte pokken 14 57| genoemd wordt, was beroemd om haar vroegtijdige corpulentie, 15 57| een enorme hals die onder haar jurk tevoorschijn kwam, 16 57| fris was ze om te zien. Haar gezicht leek op een rode 17 59| opkeek. Daarop wierp ze haar buren zo'n uitdagende en 18 59| vloer, behalve Loiseau die haar kennelijk geamuseerd opnam.~ 19 60| kijkt altijd nogal neer op haar vrijere vakgenote.~ 20 63| en het twee uur kostte om haar vrij te krijgen.~ 21 68| keer alsof ze iets onder haar rokken zocht. Ze aarzelde 22 68| ogenblik, keek eens naar haar buren, kwam daarna weer 23 73| plotseling en trok onder haar bank een grote mand uit 24 75| Alle blikken waren op haar gericht. Daarop verspreidde 25 75| dames voor die hoer bereikte haar hoogtepunt, werd een soort 26 75| hoogtepunt, werd een soort zin haar te vermoorden, of haar uit 27 75| zin haar te vermoorden, of haar uit de koets te smijten, 28 75| te smijten, in de sneeuw, haar, haar timbaaltje, haar mand 29 75| smijten, in de sneeuw, haar, haar timbaaltje, haar mand en 30 75| haar, haar timbaaltje, haar mand en haar proviand.~ 31 75| timbaaltje, haar mand en haar proviand.~ 32 80| ook de beide zusters voor haar lichte maaltijd te delen. 33 81| later, na een kramp die haar door de darmen voer, zwichtte 34 81| zwichtte ze. Daarop vroeg haar man met veel bloemrijke 35 83| wit als de sneeuw buiten, haar ogen vielen dicht, haar 36 83| haar ogen vielen dicht, haar hoofd zakte naar voren, 37 83| ze was buiten bewustzijn. Haar man smeekte in paniek iedereen 38 83| Reuzelpotjes kroes duwde om haar een paar druppels wijn te 39 83| laten gebeuren, dwong de non haar een heel glas Bordeaux te 40 88| hoer niet opeten zonder met haar te praten. Dus werd er gekout, 41 91| groeide in de achting van haar reisgenoten die niet zoveel 42 91| Cornudet ontplooide toen hij haar beluisterde een goedkeurende 43 94| Met zijn tienen hadden ze haar moeiteloos geplunderd, slechts 44 95| Reuzelpotje huiveren, ondanks al haar vet. Daarop bood mevrouw 45 95| bood mevrouw De Bréville haar haar stoofje aan waarvan 46 95| mevrouw De Bréville haar haar stoofje aan waarvan het 47 1 | geregen als een meisje in haar korset, met tegen zijn zij 48 3 | als alle almachtigen, keek haar zonder te antwoorden aan.~ 49 4 | zich trotser te tonen dan haar buren, de nette vrouwen, 50 15| Er ontstond beroering om haar heen, iedereen begon te 51 15| raden. De graaf kwam naar haar toe en zei: `U maakt een 52 16| met hem in, ze smeekten haar, drongen bij haar aan, bezwoeren 53 16| smeekten haar, drongen bij haar aan, bezwoeren haar, en 54 16| bij haar aan, bezwoeren haar, en ten slotte overtuigden 55 16| ten slotte overtuigden ze haar. Want ze waren allemaal 56 17| De gravin pakte haar hand en zei: `En wij zijn 57 18| Ze ging. Ze wachtten op haar met aan tafel gaan. Iedereen 58 22| vrouw hield geen ogenblik haar mond. Ze had het over al 59 22| mond. Ze had het over al haar indrukken bij de komst van 60 22| een hekel aan hen omdat ze haar geld kostten en in de tweede 61 23| Daarop dempte ze haar stem om gewaagde dingen 62 23| ter tafel te brengen en haar man onderbrak haar af en 63 23| brengen en haar man onderbrak haar af en toe door te zeggen: ` 64 32| Cornudet in hemdsmouwen achter haar aan. Ze spraken zachtjes, 65 32| categorisch de toegang tot haar kamer te verdedigen. Helaas 66 34| ze boos, verhief nog meer haar stem en zei: `Waarom? Begrijp 67 35| hebben gewekt, want nadat hij haar slechts had gekust sloop 68 55| zwart als de tanden van haar meester, maar geurig, gebogen, 69 75| weigerde ze, maar al snel kreeg haar verontwaardiging de overhand: ` 70 76| Cornudet brak zijn pul door haar hard op tafel terug te zetten. 71 76| deel van het offer dat van haar werd gevergd was gevraagd. 72 79| bij zonsopgang op, terwijl haar man een avondmens was, altijd 73 79| door te brengen. Hij riep haar toe: `Zet mijn kandeel maar 74 82| opzoeken om bij het ontwaken haar reisgenoten een aangename 75 82| zeggen dat hun ontreddering haar aan het hart ging. Voor 76 82| aan het hart ging. Voor haar maakte dat immers zo weinig 77 94| was rood geworden tot aan haar oren en de drie getrouwde 78 98| gedoopt zou worden, deed in haar hart een plotselinge, heftige 79 1 | te sterven. Het is toch haar vak, van die sloerie, om 80 3 | van de list. `We moeten haar overhalen,' zei hij.~ 81 6 | te denken dat zij het in haar plaats hem minder zou weigeren 82 9 | aandacht had ze allen in haar greep dat ze Reuzelpotje 83 9 | aanvankelijk van het woord tot haar te richten. De gravin, meer 84 9 | dubbelhartigheid van salons, vroeg haar: `En was het leuk, dat doopsel?'~ 85 11| ertoe vriendelijk tegen haar te zijn, om haar vertrouwen 86 11| vriendelijk tegen haar te zijn, om haar vertrouwen en haar inschikkelijkheid 87 11| zijn, om haar vertrouwen en haar inschikkelijkheid voor hun 88 12| tafel zaten, begonnen ze haar aan te pakken. Eerst ging 89 12| vijandelijke generaals in haar bed haalde om ze daar tot 90 15| een eeuwig opofferen van haar persoon, een voortdurende 91 17| De hele middag lieten ze haar erover nadenken. Maar in 92 17| nadenken. Maar in plaats van haar `mevrouw' te noemen, zoals 93 17| hadden gedaan, noemden ze haar eenvoudigweg `juffrouw', 94 17| eigenlijk wist waarom, alsof ze haar een graadje wilden laten 95 17| ze zich had verworven, om haar haar beschamende situatie 96 17| zich had verworven, om haar haar beschamende situatie te 97 20| van casuïstisch gemodder, haar leer leek een ijzeren balk, 98 20| leer leek een ijzeren balk, haar geloof wankelde nooit en 99 20| geloof wankelde nooit en haar geweten kende geen wroeging. 100 20| gekomen. Niets kon naar haar mening de Heer tegenstaan 101 20| van het heilig gezag van haar onverwachte medestandster 102 20| onverwachte medestandster en legde haar als het ware een stichtelijke 103 24| Elk woord van de non met haar kap sloeg een bres in de 104 24| rozenkransen over de huizen van haar orde, over haar moeder-overste, 105 24| huizen van haar orde, over haar moeder-overste, over zichzelf 106 24| moeder-overste, over zichzelf en over haar lieve buurvrouw, de geliefde 107 24| redden! Het was namelijk haar specialiteit om militairen 108 24| en bij het verhalen van haar veldtochten bleek ze plotseling 109 28| bij de arm en bleef met haar bij de anderen achter.~ 110 29| Hij sprak haar toe op die vertrouwelijke, 111 29| dienstmeiden aanslaan, noemde haar: `mijn lieve kind', behandelde 112 29| lieve kind', behandelde haar uit de hoogte van zijn sociale 113 31| Hij benaderde haar met zachte hand, met redenering, 114 31| erkentelijkheid. Plotseling zei hij, haar vrolijk tutoyerend: `En 115 33| thuis waren, ging ze naar haar kamer en bleef daar. De 116 42| zichzelf had: `Hopelijk zien we haar nog terug. Hij laat haar 117 42| haar nog terug. Hij laat haar toch niet doodgaan, die 118 60| toen ze gingen slapen tegen haar man op, dat `die del' van 119 65| beschaamd. Ze liep verlegen op haar reisgenoten af die zich 120 65| af die zich en bloc van haar afwendden, alsof ze haar 121 65| haar afwendden, alsof ze haar niet hadden gezien. De graaf 122 65| bij de arm en verwijderde haar van die onzedelijke omgang.~ 123 66| staan. Daarop raapte ze al haar moed bij elkaar en sprak 124 66| De aangesprokene groette haar slechts met een onbeschoft 125 66| ze bleven op afstand van haar, alsof ze een infectie tussen 126 66| alsof ze een infectie tussen haar rokken droeg. Vervolgens 127 67| Ze leken haar niet te zien, haar niet 128 67| leken haar niet te zien, haar niet te kennen. Maar mevrouw 129 67| Maar mevrouw Loiseau, die haar uit de verte verontwaardigd 130 67| enigszins gedempte stem tegen haar man: `Gelukkig zit ik niet 131 67| Gelukkig zit ik niet naast haar.'~ 132 69| gesproken. Reuzelpotje durfde haar ogen niet op te slaan. Tegelijkertijd 133 69| Pruis in wiens armen ze haar hadden gesmeten, dat stelletje 134 83| de haast en de drukte van haar opstaan nergens aan kunnen 135 83| gewelddadige drift verkrampte haar aanvankelijk en ze deed 136 83| stroom scheldwoorden die haar voor op de tong lagen. Maar 137 83| zo verstikte de ergernis haar.~ 138 84| Niemand keek haar aan, niemand dacht aan haar. 139 84| haar aan, niemand dacht aan haar. Ze voelde zich verdrinken 140 84| die eerzame schoften die haar eerst hadden opgeofferd, 141 84| eerst hadden opgeofferd, om haar daarna als iets smerigs 142 84| verwerpen. Daarop dacht ze aan haar grote mand vol heerlijke 143 84| gulzig hadden verslonden, aan haar twee kippen, glimmend van 144 84| glimmend van aspic, aan haar patés, haar peren, haar 145 84| van aspic, aan haar patés, haar peren, haar vier flessen 146 84| haar patés, haar peren, haar vier flessen Bordeaux. Haar 147 84| haar vier flessen Bordeaux. Haar woede week plotseling, als 148 84| huilen. Ze deed vreselijk haar best, zette zich schrap, 149 84| zette zich schrap, slikte haar snikken in zoals kinderen 150 84| op, maakten zich los uit haar ogen en rolden langzaam 151 84| en rolden langzaam over haar wangen. Andere volgden, 152 84| op de ronde welving van haar boezem. Ze bleef kaarsrecht 153 84| bleek gelaat, hopend dat ze haar niet zouden zien.~ 154 85| merkte het en waarschuwde haar man met een teken. Hij trok 155 86| en mompelde: `Ze beweent haar schande.'~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License