Par.
1 27| Ik neem mijn vrouw mee,' zei
2 28| Ik ook.'~
3 29| En ik ook.'~
4 69| Ik voel me inderdaad niet al
5 69| zei de graaf, `waarom heb ik er toch niet aan gedacht
6 78| eerlijk te zijn, dat weiger ik niet, ik kan niet meer.
7 78| zijn, dat weiger ik niet, ik kan niet meer. Oorlog is
8 84| stamelde: `Heremijntijd, ik durfde de heren en dames
9 90| Ik dacht eerst nog dat ik wel
10 90| Ik dacht eerst nog dat ik wel kon blijven,' zei ze. `
11 90| wel kon blijven,' zei ze. `Ik had mijn huis vol proviand
12 90| mijn huis vol proviand en ik wilde liever een paar soldaten
13 90| de wijk nemen. Maar toen ik ze zag, die Pruisen, toen
14 90| zag, die Pruisen, toen kon ik het niet helpen! Ik werd
15 90| kon ik het niet helpen! Ik werd helemaal beroerd van
16 90| helemaal beroerd van woede en ik heb de hele dag gehuild
17 90| gehuild van schaamte. O, als ik een man was geweest had
18 90| een man was geweest had ik het wel geweten! Ik bekeek
19 90| had ik het wel geweten! Ik bekeek ze uit mijn raam,
20 90| vasthouden om te voorkomen dat ik ze mijn meubels naar de
21 90| de eerste de beste ben ik naar de keel gevlogen. Ze
22 90| te wurgen dan de rest! En ik zou hem afgemaakt hebben,
23 90| weggesleept. Daarna moest ik onderduiken. Ten slotte
24 90| onderduiken. Ten slotte heb ik een gelegenheid gevonden
25 90| gelegenheid gevonden en ben ik vertrokken, vandaar dat
26 90| vertrokken, vandaar dat ik hier zit.'~
27 92| verontwaardiging zei ze: `Ik had jullie wel eens in zijn
28 10| zich om en zei: `Dat ben ik.'~
29 14| ronduit: `Dat kan wel zijn, ik ga niet.'~
30 16| Ten slotte zei ze: `Maar ik doe dit voor jullie, dat
31 20| Nee, dat gaat u niet aan, ik kan het niet vertellen.'~
32 24| moorden te laten leren! Ik ben maar een oude vrouw
33 24| lopen stampvoeten, dan zeg ik: als er mensen zijn die
34 39| ze. Ze komen van verder. Ik weet niet precies waarvandaan,
35 39| die oorlog, natuurlijk! Ik weet wel zeker dat ze daar
36 41| maar sinds die tijd heb ik weer een andere opdracht
37 47| Daar weet ik niks van. Ga het hem maar
38 47| verbieden om in te spannen, span ik niet in. Zo simpel is dat.'~
39 51| Gisteravond, toen ik naar bed ging.'~
40 57| reizigers te bespannen. Ik wil niet dat ze zonder mijn
41 66| Zou ik u mogen vragen waarom u
42 68| Met alle respect mag ik u er misschien op wijzen,
43 74| Pruisische stuk vuil, dat ik het nooit zal willen. Ja,
44 1 | met alle mannen te doen, ik vind dat ze het recht niet
45 1 | de ander niet. Nou vraag ik jullie, ze heeft over zich
46 1 | koetsier van de prefectuur! Ik kan het weten, want hij
47 1 | aan te stellen, die griet! Ik voor mij vind dat hij zich
48 1 | hoeft maar te zeggen: ``Ik wil'', en hij kon ons met
49 36| Loiseau riep uit: `Sapperloot! Ik geef een rondje champagne
50 45| champagne in de hand en zei: `Ik drink op onze verlossing!'~
51 49| het gezelschap en zei: `Ik zeg jullie allemaal dat
52 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem
53 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem heb gezien.'~
54 57| Ik zweer het jullie.'~
55 60| nu Frans of Pruisisch is, ik zeg je dat ze dat helemaal
56 67| haar man: `Gelukkig zit ik niet naast haar.'~
57 71| Als ik me niet vergis kent u mevrouw
58 85| te zeggen: `Wat wil je? Ik kan er niets aan doen.'~
|