Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ijzel 1
ijzeren 2
ijzige 1
ik 58
il 1
immers 1
in 228
Frequency    [«  »]
68 voor
67 hun
64 uit
58 ik
54 naar
53 werd
50 bij
Guy de Maupassant
Reuzelpotje

IntraText - Concordances

ik

   Par.
1 27| Ik neem mijn vrouw mee,' zei 2 28| Ik ook.'~ 3 29| En ik ook.'~ 4 69| Ik voel me inderdaad niet al 5 69| zei de graaf, `waarom heb ik er toch niet aan gedacht 6 78| eerlijk te zijn, dat weiger ik niet, ik kan niet meer. 7 78| zijn, dat weiger ik niet, ik kan niet meer. Oorlog is 8 84| stamelde: `Heremijntijd, ik durfde de heren en dames 9 90| Ik dacht eerst nog dat ik wel 10 90| Ik dacht eerst nog dat ik wel kon blijven,' zei ze. ` 11 90| wel kon blijven,' zei ze. `Ik had mijn huis vol proviand 12 90| mijn huis vol proviand en ik wilde liever een paar soldaten 13 90| de wijk nemen. Maar toen ik ze zag, die Pruisen, toen 14 90| zag, die Pruisen, toen kon ik het niet helpen! Ik werd 15 90| kon ik het niet helpen! Ik werd helemaal beroerd van 16 90| helemaal beroerd van woede en ik heb de hele dag gehuild 17 90| gehuild van schaamte. O, als ik een man was geweest had 18 90| een man was geweest had ik het wel geweten! Ik bekeek 19 90| had ik het wel geweten! Ik bekeek ze uit mijn raam, 20 90| vasthouden om te voorkomen dat ik ze mijn meubels naar de 21 90| de eerste de beste ben ik naar de keel gevlogen. Ze 22 90| te wurgen dan de rest! En ik zou hem afgemaakt hebben, 23 90| weggesleept. Daarna moest ik onderduiken. Ten slotte 24 90| onderduiken. Ten slotte heb ik een gelegenheid gevonden 25 90| gelegenheid gevonden en ben ik vertrokken, vandaar dat 26 90| vertrokken, vandaar dat ik hier zit.'~ 27 92| verontwaardiging zei ze: `Ik had jullie wel eens in zijn 28 10| zich om en zei: `Dat ben ik.'~ 29 14| ronduit: `Dat kan wel zijn, ik ga niet.'~ 30 16| Ten slotte zei ze: `Maar ik doe dit voor jullie, dat 31 20| Nee, dat gaat u niet aan, ik kan het niet vertellen.'~ 32 24| moorden te laten leren! Ik ben maar een oude vrouw 33 24| lopen stampvoeten, dan zeg ik: als er mensen zijn die 34 39| ze. Ze komen van verder. Ik weet niet precies waarvandaan, 35 39| die oorlog, natuurlijk! Ik weet wel zeker dat ze daar 36 41| maar sinds die tijd heb ik weer een andere opdracht 37 47| Daar weet ik niks van. Ga het hem maar 38 47| verbieden om in te spannen, span ik niet in. Zo simpel is dat.'~ 39 51| Gisteravond, toen ik naar bed ging.'~ 40 57| reizigers te bespannen. Ik wil niet dat ze zonder mijn 41 66| Zou ik u mogen vragen waarom u 42 68| Met alle respect mag ik u er misschien op wijzen, 43 74| Pruisische stuk vuil, dat ik het nooit zal willen. Ja, 44 1 | met alle mannen te doen, ik vind dat ze het recht niet 45 1 | de ander niet. Nou vraag ik jullie, ze heeft over zich 46 1 | koetsier van de prefectuur! Ik kan het weten, want hij 47 1 | aan te stellen, die griet! Ik voor mij vind dat hij zich 48 1 | hoeft maar te zeggen: ``Ik wil'', en hij kon ons met 49 36| Loiseau riep uit: `Sapperloot! Ik geef een rondje champagne 50 45| champagne in de hand en zei: `Ik drink op onze verlossing!'~ 51 49| het gezelschap en zei: `Ik zeg jullie allemaal dat 52 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem 53 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem heb gezien.'~ 54 57| Ik zweer het jullie.'~ 55 60| nu Frans of Pruisisch is, ik zeg je dat ze dat helemaal 56 67| haar man: `Gelukkig zit ik niet naast haar.'~ 57 71| Als ik me niet vergis kent u mevrouw 58 85| te zeggen: `Wat wil je? Ik kan er niets aan doen.'~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License