Par.
1 1 | losse groepjes. De mannen hadden lange, vieze baarden, hun
2 3 | spraken met galmende stem, hadden het over krijgskunst en
3 16| daarvoor in dezelfde cafés hadden zitten drinken.~
4 21| geen van de gruweldaden hadden begaan die ze volgens zeggen
5 21| hun triomfantelijke opmars hadden begaan, werd er moed gevat
6 22| Duitse officieren die ze hadden leren kennen en een uitreisvergunning
7 31| Ze hadden allemaal dezelfde plannen
8 33| verstomde. De verkleumde burgers hadden niets meer te vertellen,
9 35| Ze hadden er natuurlijk niet aan gedacht
10 36| met een chemisch kooltje hadden meegenomen, ontstaken hun
11 56| plaatse voor het zeggen hadden, hem te erkennen, waardoor
12 61| conservatieven tegenover Cornudet, hadden het op een bepaalde toon
13 61| schade die de Pruisen hem hadden berokkend, het verlies dat
14 63| ochtend nog slechts vier mijl hadden afgelegd. De mannen stapten
15 64| uitgehongerde Franse troepen hadden alle nijverheid verjaagd.~
16 65| vonden als ze niets te bikken hadden.~
17 84| reizigers die nog niets hadden gegeten, stamelde: `Heremijntijd,
18 89| Ze hadden het natuurlijk over de oorlog.
19 90| ze me niet aan mijn haren hadden weggesleept. Daarna moest
20 91| niet zoveel moed aan de dag hadden gelegd. En Cornudet ontplooide
21 94| leeggegeten. Met zijn tienen hadden ze haar moeiteloos geplunderd,
22 98| de weg. Dat was Tôtes. Ze hadden elf uur gelopen, wat het
23 98| de paarden in vier keer hadden gekregen om haver te eten
24 4 | ze vlak bij het portier hadden gezetenals laatsten uit,
25 7 | haalden opgelucht adem. Ze hadden nog honger. Er werd een
26 38| Omdat ze besloten hadden de volgende ochtend om acht
27 56| over politiek te praten. Ze hadden het over de toekomst van
28 60| Ze hadden net de koffie op toen de
29 76| bij het eten verschenen, hadden het hoofd gebogen en zeiden
30 91| De dames hadden het over kleding, maar een
31 93| trouwens de waardigheid hadden niet hun hoeden af te nemen,
32 10| de mensen, wat ze gedaan hadden, zelfs hoe de kerk eruitzag.
33 12| vrouwen die veroveraars hadden tegengehouden passeerden
34 12| hun lichaam een slagveld hadden gemaakt, een middel om te
35 12| smerige of verachte wezens hadden overwonnen en die hun kuisheid
36 12| overwonnen en die hun kuisheid hadden opgeofferd aan wraak en
37 17| noemen, zoals ze tot dan toe hadden gedaan, noemden ze haar
38 20| levens van heiligen. Nu hadden er veel daden begaan die
39 20| of behulpzame domheid. Ze hadden gedacht dat ze verlegen
40 23| helemaal niets met Hem te maken hadden.~
41 24| honderden soldaten die de pokken hadden. Ze beschreef ze, die ongelukkige,
42 24| sterven, die zij wellicht hadden kunnen redden! Het was namelijk
43 40| duurde even voor ze het door hadden, maar daarna begonnen ze
44 46| doopten die ze nog nooit hadden geproefd. Ze verklaarden
45 51| De graaf en Carré-Lamadon hadden tranen in de ogen van het
46 65| afwendden, alsof ze haar niet hadden gezien. De graaf nam met
47 69| Pruis in wiens armen ze haar hadden gesmeten, dat stelletje
48 84| schoften die haar eerst hadden opgeofferd, om haar daarna
49 84| heerlijke dingen die zij gulzig hadden verslonden, aan haar twee
50 87| van hun worst in papier hadden gerold.~
|