100-elega | eleme-kent | kerke-peper | peren-verde | verdi-zwoer
bold = Main text
Par. grey = Comment text
1001 20 | waarin een ieder met een kerkelijk gewaad aan uitmunt, of dat
1002 39 | pastorie kwam zetten. De oude kerkrat antwoordde hem: `O, dat
1003 37 | met trillingen als een ketel onder druk. De heer Follenvie
1004 7 | braadspitten en hun grote keukenmessen voor wapens zouden worden
1005 27 | gezaaide zaad de tijd te kiemen en vrucht te dragen.~
1006 60 | lachen als een boer met kiespijn: `Weet je, vrouwen, als
1007 80 | direct aan en zonder op te kijken begonnen ze heel snel te
1008 60 | bundelen, want de legale liefde kijkt altijd nogal neer op haar
1009 76 | verslond de terrine met kip met zijn ogen. Hij zei: `
1010 74 | voedsel uit. Ze nam een kippenvleugeltje en begon het keurig op te
1011 81 | die voor beide paren was klaargemaakt. Dat was, in een van die
1012 5 | souper voor iemand anders klaarmaakt.~
1013 39 | enorme zweep van de koetsier klakte onophoudelijk, zwaaide alle
1014 84 | dorp te maken. Iedereen kleedde zich zorgvuldig aan en het
1015 1 | zijn zij zijn opgepoetste kleppet die hem deed lijken op een
1016 91(7) | keizer Napoleon III zijn kleren leende waardoor deze uit
1017 43 | Loiseau, voormalig klerk van een patroon die failliet
1018 21 | en zijn oog hield om de kleur ervan goed te kunnen inschatten.
1019 10 | harde, ritmische pas deden klinken.~
1020 98 | Er werd een klok geluid. Dat was voor een
1021 11 | vol keelklanken geroepen, klonken langs de huizen die dood
1022 24 | vrouw zonder opleiding, dat klopt, maar als je ze zo hun gestel
1023 12 | Maar aan elke deur klopten kleine detachementen, die
1024 87 | nog lang ter plekke zou kluisteren. De graaf, altijd beleefd,
1025 83 | hulp. Iedereen raakte de kluts kwijt, tot de oudste van
1026 49 | haar man, heel klein, heel knap, weggedoken in haar bont,
1027 95 | was, want hij zou een heel knappe huzaar zijn geweest, op
1028 1 | een zwaar treffen in de knel was gekomen, sombere artilleristen,
1029 82 | stuk worst uit dat naar knoflook rook. Cornudet stak beide
1030 57 | appel, een pioenroos in de knop, op het punt van ontluiken.
1031 79 | elkaar en zei: `Mijn maag knort.'~
1032 90(11)| Vertaling Ko Kooman.~
1033 29 | van zijn buurman en hij kocht achttien ankers Bordeaux
1034 51 | Maar hij herkreeg zijn koelbloedigheid, sloeg plotseling dubbel
1035 71 | ervan aan, maar ze weigerden koeltjes. Alleen Loiseau wilde wel
1036 93 | tederheid die alle vrouwen koesteren ten aanzien van despotische
1037 1 | heeft kunnen vinden, tot koetsiers toe! Jazeker mevrouw, de
1038 5 | sensualiteit van een verfijnde kok die het souper voor iemand
1039 34 | Daarop kwam Follenvie binnen, kondigde aan dat juffrouw Rousset
1040 5 | gevechtsklaar stond zodra een konijntje zich in het struikgewas
1041 21 | soepterrine waaruit een geur van kool opsteeg. Ondanks die schrik
1042 90(11)| Vertaling Ko Kooman.~
1043 21 | voelen in het hart van de kooplui uit de streek. Enkele waren
1044 1 | kan het weten, want hij koopt zijn wijn bij ons. En nu,
1045 57 | strengen korte worstjes aan de kootjes ingesnoerd, met een glimmend
1046 71 | soldaat, teneinde zich vrij te kopen. Ze pijnigden zich de hersens
1047 36 | De dames achterin, die koperen stoofjes met een chemisch
1048 54 | had een leuk en ziekelijk kopje boven een borst vol tering,
1049 72 | roerloos zitten, de blikken koppig op de vloer, waarbij ze
1050 10 | De voorhoedes van de drie korpsen troffen elkaar op hetzelfde
1051 1 | geregen als een meisje in haar korset, met tegen zijn zij zijn
1052 82 | eieren en met de ander een korst brood uit. Hij pelde de
1053 0 | zullen worden uitgemoord. Kort daarop verscheen de conducteur
1054 19 | Waarop Reuzelpotje kortweg antwoordde: `Nee meneer.'~
1055 45 | aan toe te voegen: `Een kostelijke vent, die Loiseau.'~
1056 28 | voltooiing enkele eeuwen zouden kosten.~
1057 39 | graaf ondervroeg verbaasd de koster die uit de pastorie kwam
1058 63 | wegzakte en het twee uur kostte om haar vrij te krijgen.~
1059 22 | aan hen omdat ze haar geld kostten en in de tweede plaats omdat
1060 80 | pakte, waar ze een stuk koud kalfsvlees uithaalde. Ze
1061 26 | ze begonnen met elkaar te kouten.~
1062 75 | De industrieel koutte met de graaf en te midden
1063 78 | jonge hanen die proberen te kraaien.~
1064 62 | paardenvijgen die ze uit elkaar krabden.~
1065 61 | krijgen om hun verzoek wat kracht bij te zetten, verklaarde
1066 11 | zegevierende mannen bespiedden, krachtens het `oorlogsrecht' meesters
1067 37 | zolder had kunnen zijn, een krachtig, monotoon, regelmatig gesnurk,
1068 80 | nonnen een soort tafel door kranten over hun knieën uit te spreiden.~
1069 20 | van de tongriem gesneden, kras. Die had geen last van casuïstisch
1070 79 | kaartspel. Toen ze in de gaten kregen dat ze niets uit hem konden
1071 39 | de sneeuw, de hele kast kreunde van dof gekraak, de dieren
1072 92 | bonapartiste. Ze werd roder dan een kriek en stamelend van verontwaardiging
1073 3 | galmende stem, hadden het over krijgskunst en deden alsof zij als enigen
1074 24 | verzorgen. Ze was ook al naar de Krim geweest, naar Italië, naar
1075 64 | en nog geen eettent, geen kroeg kwam in zicht, want de nadering
1076 18 | en werkte in gedachte aan kruiperige formuleringen voor het geval
1077 39 | plotseling een gespannen kruis dat zich dan in een nog
1078 77 | maakten gezamenlijk het kruisteken en plotseling begonnen hun
1079 96 | van damp boven de zwetende kruizen van de achterpaarden en
1080 92 | zouden worden geregeerd kun je maar beter Frankrijk
1081 74 | trouwens, en door en door kunstenares. Ze zingt allerbevalligst
1082 50 | zijn best met behulp van kunstgrepen in zijn kleding zijn natuurlijke
1083 36 | rustte, die hij met een kus wekte, mompelend: `Houd
1084 69 | laten bezoedelen door de kussen van die Pruis in wiens armen
1085 77 | bidden hielden. Af en toe kusten ze een penning, om zich
1086 39 | antwoordde hem: `O, dat zijn geen kwaaie, het zijn geen Pruisen,
1087 82 | namen ze die hoer bijna kwalijk dat ze de Pruis niet heimelijk
1088 58 | begiftigd was met onschatbare kwaliteiten.~
1089 41 | Na een kwartier herhaalde hij de grap en
1090 83 | Carré-Lamadon, die vreselijke kwelling die de naam van Tantalus
1091 13 | krijgen. En waarom iemand kwetsen van wie je helemaal afhankelijk
1092 43 | allooi, ze amuseerden, en kwetsten niemand, want verontwaardiging
1093 83 | glimlachte en verklaarde met kwijnende stem dat ze zich al weer
1094 83 | Iedereen raakte de kluts kwijt, tot de oudste van de zusters
1095 5 | gelegd. Maar omdat het dunne laagje eerbaarheid waarmee iedere
1096 22 | mevrouw? Een op zichzelf laakbare daad wordt vaak verdienstelijk
1097 92 | hun zorgvuldig gepoetste laarzen niet te bevlekken.~
1098 93 | langs de dames kwam en keek laatdunkend de heren aan, die trouwens
1099 4 | portier hadden gezetenals laatsten uit, ernstig en waardig
1100 54 | alsof ze van vlakbij een lading hagel recht in het gezicht
1101 36 | nachtdas om en tilde het laken op waaronder het stevige
1102 3 | commandanten, voormalige laken- of graanhandelaars, ex-kooplui
1103 61 | hem was het gelukt alle landwijnen die hij nog in de kelder
1104 37 | regelmatig gesnurk, een diep en langgerekt geluid, met trillingen als
1105 16 | De stad kreeg langzamerhand weer haar normale uiterlijk.
1106 32 | rijtuig niet bespannen. Een lantaarntje, in de hand van een stalknecht,
1107 24 | de vroege ochtend tot de late avond te lopen stampvoeten,
1108 66 | lege maag voelde. Iedereen leed allang net als hij en de
1109 62 | paarden doorliepen en hun leeftocht zochten in de dampende paardenvijgen
1110 87 | De mand was in een mum leeg. Ze bevatte nog een paté
1111 94 | De mand werd leeggegeten. Met zijn tienen hadden
1112 91(7) | Napoleon III zijn kleren leende waardoor deze uit de gevangenis
1113 20 | casuïstisch gemodder, haar leer leek een ijzeren balk, haar
1114 87 | van vette ganzenlever, een leeuwerikenpaté, een stuk gerookte tong,
1115 60 | echtgenotes bundelen, want de legale liefde kijkt altijd nogal
1116 20 | onverwachte medestandster en legde haar als het ware een stichtelijke
1117 66 | hij toch wel een aardig lege maag voelde. Iedereen leed
1118 6 | overwinnen en ondanks zijn legendarische moed rampzalig was verslagen.~
1119 50 | voor de familie roemrijke legende een vrouwelijke De Bréville
1120 16 | gewone burger aan de dag te leggen dan de officieren van de
1121 48 | spinnerijen, officier in het Legioen van Eer en lid van de departementsraad.
1122 19 | wraakoefeningen, wild en legitiem, onbekende heldendaden,
1123 90 | t land onzer vaderen,~~Leid ons, en stuur onz' arm der
1124 74 | te zien, patés, vruchten, lekkernijen, proviand voor een reis
1125 3 | benoemd om hun blazoenen of de lengte van hun snor, bedolven onder
1126 71 | de hersens om acceptabele leugens te vinden, hun rijkdom te
1127 7 | werden geregeld, om die levende citadel te dwingen de vijand
1128 37 | het hof. Het gesprek werd levendig, opgewekt, de rake opmerkingen
1129 36 | het stevige lijf van zijn levensgezellin rustte, die hij met een
1130 52 | geheel in onroerend goed, leverde ze, naar men zei een inkomen
1131 37 | mededeelzaam geworden. Een libertijnse vreugde vulde de harten.
1132 12 | passeerden de revue, die van hun lichaam een slagveld hadden gemaakt,
1133 1 | zware pas, die met moeite de lichtere mars van Jan Soldaat volgde.~
1134 98 | Lichtpuntjes verschenen voor hen op de
1135 48 | in het Legioen van Eer en lid van de departementsraad.
1136 44 | schrijver van fabels en liedjes, een scherpe en verfijnde
1137 80 | stelde met een nederig en lief stemmetje ook de beide zusters
1138 76 | betuigden Reuzelpotje diepe en liefderijke deernis. De zusters, die
1139 12 | die door hun heldhaftige liefkozingen smerige of verachte wezens
1140 62 | de officier ze ontving, liggend in een fauteuil, zijn voeten
1141 81 | in de vorm van paté onder ligt, zalige vleeswaar, waarin
1142 72 | ongetwijfeld de hemel het lijden opdroegen dat hij ze zond.~
1143 85 | pijnlijk dat elke stap een lijdensweg betekende. Toen de velden
1144 18 | temeer hij onder elk offer lijdt, onder elk stukje van zijn
1145 36 | op waaronder het stevige lijf van zijn levensgezellin
1146 19 | Dieppedalle of Biessart, vaak het lijk van een Duitser uit het
1147 26 | winterkleren deed al die lijven op te dikke pastoors met
1148 7 | aanval, de te gebruiken listen en de bestorming bij verrassing
1149 22 | reutelend als een kapotte locomotief, had te veel wrijving in
1150 21 | sidderen van vertedering. Hij loenste om zijn pul niet uit het
1151 63 | bereiken. Iedereen zat te loeren naar een uitspanning langs
1152 20 | tegenstaan als de bedoeling loffelijk was. De gravin profiteerde
1153 44 | en verfijnde geest, een lokale glorie, die tijdens een
1154 78 | borst kreeg. Zijn fluitende longen produceerden de hele astmatische
1155 19 | stad, bij het volgen van de loop van de rivier, in de buurt
1156 1 | die hem deed lijken op een loopjongen uit een Engels hotel. Zijn
1157 56 | aanvaarden, weigerden de loopjongens, die het nog als enigen
1158 3 | uiterst, plunderaars en losbollen.~
1159 71 | waarschijnlijker, een flink losgeld vragen? Bij die gedachte
1160 1 | manschappen, slechts van losse groepjes. De mannen hadden
1161 11 | oorlogsrecht' meesters van stad, lotgevallen en levens. De inwoners leden
1162 91 | die een vrome God hoort loven, want democraten met lange
1163 36 | het sleutelgat, maakte een luchtsprongetje in de kamer, sloeg zijn
1164 12 | daarna zonder enige reden Lucretia met Sextus, Cleopatra die
1165 76 | terug te zetten. Ze gaven luidkeels uiting aan hun afkeer van
1166 37 | Iedereen was plotseling luidruchtig mededeelzaam geworden. Een
1167 42 | En die luidt?'~
1168 11 | terwijl ogen achter gesloten luiken die zegevierende mannen
1169 78 | kaarten, zonder naar iets te luisteren of ergens op te antwoorden.
1170 12 | inslapen en met hem zijn luitenant en de slagordes van zijn
1171 31 | redenering, met gevoel. Het lukte hem `mijnheer de graaf'
1172 44 | van de stad, en had een maand lang alle bekken in de provincie
1173 24 | vorst de grond verhard en maandag tegen een uur of drie voerden
1174 5 | nationale garde, die al twee maanden heel voorzichtig verkenningen
1175 91 | herinneren dat ze bij elke maat hoorden, of ze wilden of
1176 11 | waartegen alle wijsheid en alle macht niet zijn opgewassen. Want
1177 53 | de bemiddelde, gezeten en machtige samenleving, nette mensen
1178 1 | grote jongeman, extreem mager en blond, in zijn uniform
1179 55 | tevreden gebaar met zijn lange magere vingers door zijn lange
1180 38 | de soep aanlengen, koffie malen. Een van hen deed zelfs
1181 86 | hoer en met zijn deftige manieren van edelman sprak hij: `
1182 5 | voelden zich in hun element, manipuleerden liefde met de sensualiteit
1183 32 | tussen het strooisel, en een mannenstem die tegen de dieren sprak
1184 7 | ze zouden gebruiken, de manoeuvres die ze moesten uitvoeren.
1185 1 | was geen sprake meer van manschappen, slechts van losse groepjes.
1186 1 | die met moeite de lichtere mars van Jan Soldaat volgde.~
1187 88 | grap is gekomen en begon de Marseillaise te fluiten.~
1188 54 | allesverzengende geloof dat martelaren en verlichten voortbrengt.~
1189 10 | later, daalde een zwarte massa de Sainte-Catherinehelling
1190 11 | het overwinnende leger dat massaal zij die zich verweren, doodt,
1191 72(5) | Maupassant verwijst naar Il était un
1192 37 | was plotseling luidruchtig mededeelzaam geworden. Een libertijnse
1193 20 | gezag van haar onverwachte medestandster en legde haar als het ware
1194 11 | van een onbewuste en wrede meedogenloosheid. De aardbeving die een heel
1195 4 | zo verontwaardigd door de meegaandheid van hun reisgenoten probeerde
1196 83 | naam van Tantalus heeft meegekregen. Plotseling slaakte de jonge
1197 36 | chemisch kooltje hadden meegenomen, ontstaken hun apparaten
1198 34 | triest paard dat niet graag meeging. Hij zette het tegen de
1199 55 | was een prachtige pijp van meerschuim, heel goed ingerookt, zo
1200 24 | omdat ze de vent die er het meeste neerschiet, decoreren? Nee,
1201 55 | zwart als de tanden van haar meester, maar geurig, gebogen, glimmend,
1202 91 | vuil van een Badinguet'7 meesterlijk gispte.~
1203 11 | krachtens het `oorlogsrecht' meesters van stad, lotgevallen en
1204 21 | die ze volgens zeggen van meet af aan bij hun triomfantelijke
1205 11 | de daken gerukte balken meevoert, of het overwinnende leger
1206 41 | gezicht en verzuchtte: `Arme meid!' Of hij mompelde quasi
1207 1 | uniform geregen als een meisje in haar korset, met tegen
1208 89 | die warmte van spraak die meisjes soms hebben als ze vanzelfsprekende
1209 18 | Pruisische officier laat mejuffrouw Elisabeth Rousset vragen
1210 33 | gewaarwording dan een geluid, een mengeling van lichte atomen die de
1211 93 | verkondigen dat alle oprechte meningen gerespecteerd moesten worden.
1212 0 | beneden. De Duitser, die de menselijke aard wel kende, had hem
1213 72(5) | maar de jongste op het menu van de schipbreukelingen
1214 61 | zachte geluidjes, amper merkbaar, als ademtochten, beroering
1215 37 | De graaf leek opeens te merken dat mevrouw Carré-Lamadon
1216 79 | en met de punt van een mes, dat hij altijd op zak had,
1217 19 | zijn uniform, vermoord door messteken of met een eind hout, de
1218 32 | de grond, gedempt door de mest tussen het strooisel, en
1219 91(7) | Badinguet was een metselaar die in 1846 de toekomstige
1220 90 | voorkomen dat ik ze mijn meubels naar de kop had gesmeten.
1221 12 | slagveld hadden gemaakt, een middel om te overheersen, een wapen,
1222 18 | welgestelder een Normandische middenstander wordt, des temeer hij onder
1223 48 | wilde maken. Eindelijk, rond middernacht, toen ze uit elkaar wilden
1224 43 | net als de rest af van het milieu, en de sfeer die langzaam
1225 61 | de grote heer, tienvoudig miljonair, die zulke rampen amper
1226 12 | verbeeldingskracht van die onwetende miljonairs, waarin de inwoonsters van
1227 93 | behield onaangedaan zijn minachtende, hautaine glimlach, maar
1228 24 | ze hield er niet in het minst rekening mee en vervolgde: `
1229 20 | begaan die in onze ogen misdaden zouden zijn. Maar de kerk
1230 4 | in zijn hele houding zijn missie van verzet voortzette, begonnen
1231 20 | vergeeft moeiteloos die misstappen als ze zijn begaan voor
1232 1 | van het geweer; waakzame mobiele gardistjes, gemakkelijk
1233 19 | in het water geduwd. De modder van de rivier bedolf die
1234 20 | had onmiddellijk vader én moeder gedood als het bevel daartoe
1235 24 | van haar orde, over haar moeder-overste, over zichzelf en over haar
1236 15 | weigering kan aanmerkelijke moeilijkheden veroorzaken, niet alleen
1237 66 | Zou ik u mogen vragen waarom u dat weigert?'~
1238 39 | we nog niet zo slecht af momenteel, want ze doen geen kwaad
1239 54 | onzevaders en weesgegroetjes mompelden. De een was oud, met een
1240 59 | begonnen de nette vrouwen te mompelen en de woorden `prostituee', `
1241 36 | die hij met een kus wekte, mompelend: `Houd je van me, liefste?'~
1242 5 | eerbaarheid waarmee iedere mondaine vrouw zich pantsert slechts
1243 1 | niet kon zien, leek op zijn mondhoeken te rusten en verleende zijn
1244 57 | beneden een charmant, smal mondje, vochtig, om te zoenen,
1245 91 | koppigheid zijn wraakzuchtige en monotone gefluit vol, waardoor hij
1246 37 | kunnen zijn, een krachtig, monotoon, regelmatig gesnurk, een
1247 92 | willen zien. Het zou wat moois geweest zijn, reken maar!
1248 62 | werden binnengelaten in de mooiste kamer van de herberg, waar
1249 11 | veroorzaakt wordt, door de grote moorddadige veranderingen op aarde,
1250 24 | eens voeden om ze niets dan moorden te laten leren! Ik ben maar
1251 5 | haar uniformen, al haar moordtuig waarmee ze vroeger de palen
1252 16 | die arrogant hun grote moordwapens over straat sleepten, niet
1253 20 | stichtelijke omschrijving van het morele postulaat `het doel heiligt
1254 57 | Meneer Follenvie, u verbiedt morgen de koets van die reizigers
1255 85 | In dit tempo zijn we voor morgenmiddag niet in Tôtes.'~
1256 21 | de daad vergeeft als het motief maar zuiver is?'~
1257 46 | dat ze hun lippen in die mousserende wijn doopten die ze nog
1258 72 | met de handen in hun grote mouwen roerloos zitten, de blikken
1259 87 | aan. De mand was in een mum leeg. Ze bevatte nog een
1260 40 | weer een huisje met een muts van sneeuw.~
1261 31 | ontdekken wat hij noemde: `De mysteries van de gang.'~
1262 15 | gevaar schuilen in daar naartoe gaan, het is vast en zeker
1263 20 | voor het welzijn van de naaste. Dat was een sterk argument,
1264 5 | voorzichtig verkenningen in de nabijgelegen bossen uitvoerde, daarbij
1265 36 | in de kamer, sloeg zijn nachtdas om en tilde het laken op
1266 17 | middag lieten ze haar erover nadenken. Maar in plaats van haar `
1267 56 | aanleggen, en toen de vijand naderde had hij zich, tevreden met
1268 30 | als de Pruisen Le Havre naderen, gaan we naar Engeland.'~
1269 64 | kroeg kwam in zicht, want de nadering van de Pruisen en de voorbijtrekkende,
1270 1 | getrouwde vrouwen. Kunnen jullie nagaan, hij heeft het voor het
1271 77 | werd weinig gesproken, veel nagedacht.~
1272 14 | enthousiasme doorklonk, bedoeld om naijver te wekken.~
1273 5 | trouwens heel netjes. Met name de dames bedachten elegante
1274 49 | de herbergier heeft me namens hem de opdracht gegeven.'~
1275 51 | dochter van een redertje uit Nantes was altijd wat raadselachtig
1276 21 | de fles te ontkurken, het nat te laten schuimen, het te
1277 11 | wetten van mensen en van de natuur beschermden, overgeleverd
1278 72(5) | verwijst naar Il était un petit navire, een bekend Frans volksliedje
1279 27 | Ik neem mijn vrouw mee,' zei de
1280 65 | Neen.'~
1281 24 | de vent die er het meeste neerschiet, decoreren? Nee, ziet u,
1282 5 | daarbij soms eigen wachtposten neerschoot en gevechtsklaar stond zodra
1283 21 | en deed de noodzaak van negotie zich weer voelen in het
1284 83 | drukte van haar opstaan nergens aan kunnen denken. Ze keek
1285 85 | dagelijks heviger, beet wreed in neus en oren. Voeten werden zo
1286 75 | verspreidde de lucht zich, deed neusvleugels opensperren, in de monden
1287 78 | meer. Oorlog is oorlog, nietwaar mevrouw?' Hij keek eens
1288 41 | koets bekeken ze elkaar nieuwsgierig, in de trieste helderheid
1289 64 | Franse troepen hadden alle nijverheid verjaagd.~
1290 47 | Daar weet ik niks van. Ga het hem maar vragen.
1291 50 | droegen een van de oudste en nobelste namen van Normandië. De
1292 17 | tot dan toe hadden gedaan, noemden ze haar eenvoudigweg `juffrouw',
1293 21 | er moed gevat en deed de noodzaak van negotie zich weer voelen
1294 24 | zwarte wolken sneeuw uit het noorden aan, die ononderbroken de
1295 16 | langzamerhand weer haar normale uiterlijk. De Fransen kwamen
1296 25 | binnenplaats van het Hôtel de Normandie, waar ze zouden instappen.~
1297 43 | gewiekste guit, een echte Normandiër, een en al list en vrolijkheid.~
1298 18 | Maar hoe welgestelder een Normandische middenstander wordt, des
1299 78 | toonladder, van de lage en diepe noten tot de schelle heesheid
1300 24 | dingen ontdekken om zich nuttig te kunnen maken, waarom
1301 56 | overwoog nu zich in Le Havre nuttiger te maken, waar nieuwe verschansingen
1302 92 | wesp af en hij liep met o-benen, met die beweging, eigen
1303 23 | dinsdagochtend voor het ochtendgloren, te vertrekken om elke toeloop
1304 79 | alleen, want ze was een ochtendmens, stond altijd bij zonsopgang
1305 11 | bedelft, de buiten haar oevers getreden rivier die verdronken
1306 87 | op dat als de Fransen een offensieve tegenactie via Dieppe zouden
1307 65 | haar van die onzedelijke omgang.~
1308 83 | Vervolgens, omgeven door mensen die aan het
1309 81 | man met veel bloemrijke omhaal aan hun `charmante reisgenote'
1310 34 | draaide er een hele poos omheen om het tuig vast te zetten,
1311 85 | ijzige ziel en beklemd hart omkeerde.~
1312 75 | Prompt werd Reuzelpotje omringd, ondervraagd, door iedereen
1313 56 | alle jonge bomen uit de omringende bossen laten kappen, valkuilen
1314 24 | beschreef ze, die ongelukkige, omschreef hun ziekte. En terwijl ze
1315 20 | het ware een stichtelijke omschrijving van het morele postulaat `
1316 62 | Hoewel ze in uiteenlopende omstandigheden verkeerden, voelden ze zich
1317 5 | wegen tot drie mijl in de omtrek schrik aanjoeg, waren opeens
1318 3 | daarna door Loiseau die zijn omvangrijke wederhelft voor zich uit
1319 79 | gaan toen zijn vrouw, die omviel van de slaap, hem kwam halen.
1320 93 | Cornudet behield onaangedaan zijn minachtende, hautaine
1321 96 | vielen zelfs wat woorden over onbeduidende dingen, het stille avondeten
1322 17 | lucht, iets subtiels en onbekends, een vreemde, onverdraaglijke
1323 25 | en zei: `De oorlog is een onbeschaafdheid als er een vreedzame buur
1324 66 | groette haar slechts met een onbeschoft hoofdknikje dat ze vergezeld
1325 29 | zijn sociale status, zijn onbesproken eerbaarheid. Hij viel meteen
1326 43 | ontstaan stond stijf van de onbetamelijke gedachten.~
1327 11 | aan de willekeur van een onbewuste en wrede meedogenloosheid.
1328 84 | daarna als iets smerigs en onbruikbaars te verwerpen. Daarop dacht
1329 23 | tafel te brengen en haar man onderbrak haar af en toe door te zeggen: `
1330 12 | haalde om ze daar tot slaafse onderdanigheid te dwingen. Vervolgens ontrolde
1331 92 | op die ze niet had kunnen onderdrukken, tussen twee coupletten,
1332 90 | weggesleept. Daarna moest ik onderduiken. Ten slotte heb ik een gelegenheid
1333 83 | lucht van al dat voedsel, ondergingen graaf en gravin De Bréville,
1334 91 | zekere gedwongenheid leek de onderlinge eenheid schade te doen.~
1335 14 | beleg waarin zijn stad zich onderscheidde1.~
1336 97 | koets was niets meer te onderscheiden. Maar plotseling ontstond
1337 5 | zich de uitreisvergunning ondertekend door de bevelvoerend generaal,
1338 88 | bank tegenover hem, zakte onderuit, deed zijn armen over elkaar,
1339 78 | van plan waren handig te ondervragen over de in te zetten middelen
1340 39 | De graaf ondervroeg verbaasd de koster die uit
1341 24 | hun ziekte. En terwijl ze onderweg door de grillen van die
1342 3 | gewend aan alle vormen van onderwerping. De graaf en de gravin verschenen
1343 74 | uitgelezen karakter, zeer onderwezen trouwens, en door en door
1344 21 | bezetters ten slotte, al onderwierpen ze dan de stad aan hun ijzeren
1345 44 | Zijn reputatie van ondeugd was stevig gevestigd door
1346 24 | commandant met één woord grote, ongedisciplineerde vechtjassen klein te krijgen.
1347 56 | suikerbakker, en hij zat vol ongeduld te wachten op de republiek
1348 3 | hij was, wilde `dat stuk ongeluk' aan handen en voeten gebonden
1349 63 | beklimmen. Ze begonnen zich ongerust te maken, want er moest
1350 33 | kamer en bleef daar. De ongerustheid steeg ten top. Wat zou ze
1351 56 | een heel geschikte vent, ongevaarlijk en gedienstig, en had hij
1352 32 | Na ongeveer een uur hoorde hij geritsel,
1353 85 | uitstrekten leken ze zo vreselijk onheilspellend onder die grenzeloze witheid
1354 21 | verenigde en als het ware onlosmakelijk verbond: pale ale en de
1355 40 | Maar vrijwel onmerkbaar nam het daglicht toe. Die
1356 54 | maar dat was volstrekt onmogelijk, al was hij ook in de herberg
1357 93 | behept als zij waren met die onredelijke haat van nette mensen jegens
1358 52 | de Brévilles, geheel in onroerend goed, leverde ze, naar men
1359 59 | wat gegeten, ondanks de onrust. Reuzelpotje leek onwel
1360 58 | volop begiftigd was met onschatbare kwaliteiten.~
1361 66 | van een blik vol beledigde onschuld. Iedereen leek druk doende
1362 32 | opvangen. Cornudet drong nogal onstuimig aan. Hij zei: `Toe nou,
1363 75 | raadsel van zijn bezoek te onthullen. Aanvankelijk weigerde ze,
1364 21 | zijn manier om de fles te ontkurken, het nat te laten schuimen,
1365 82 | eerste fles Bordeaux was ontkurkt: er was maar één kroes.
1366 15 | het ultieme argument, ontleend aan Franse wellevendheid -
1367 57 | de knop, op het punt van ontluiken. Daarin stonden bovenaan
1368 1 | waren brokstukken van het ontredderde leger door de stad getrokken.
1369 96 | weerschijn van de lichten leek te ontrollen.~
1370 91(7) | deze uit de gevangenis kon ontsnappen. De keizer hield zijn naam
1371 36 | licht hoofdknikje. Meteen ontsnapte er een diepe zucht van opluchting
1372 24 | de courtisane. Vervolgens ontspoorde het gesprek een beetje,
1373 12 | verzonnen geschiedenis, ontsproten aan de verbeeldingskracht
1374 43 | maar zeker om hen heen was ontstaan stond stijf van de onbetamelijke
1375 36 | kooltje hadden meegenomen, ontstaken hun apparaten en een poosje
1376 6 | meer kon ondernemen, zelf ontsteld door de grote ontreddering
1377 58 | hij die beide mannen zou ontvangen als hij had gegeten, dat
1378 82 | gaan opzoeken om bij het ontwaken haar reisgenoten een aangename
1379 13 | wellicht gebruiken. Door hem te ontzien konden ze misschien een
1380 17 | onbekends, een vreemde, onverdraaglijke sfeer, als een overal hangende
1381 56 | gedienstig, en had hij zich met onvergelijkelijke ijver beziggehouden met
1382 20 | verlegen was, maar ze bleek onverschrokken, goed van de tongriem gesneden,
1383 20 | het heilig gezag van haar onverwachte medestandster en legde haar
1384 71 | gediscussieerd, waarbij ze zich de onwaarschijnlijkste zaken bedachten. Wie weet
1385 59 | onrust. Reuzelpotje leek onwel en buitengewoon verward.~
1386 13 | wonder gered door plotseling onwelzijn.~
1387 12 | verbeeldingskracht van die onwetende miljonairs, waarin de inwoonsters
1388 65 | verwijderde haar van die onzedelijke omgang.~
1389 90 | Heil'ge liefde voor 't land onzer vaderen,~~Leid ons, en stuur
1390 54 | rozenkransen afwerkten en daarbij onzevaders en weesgegroetjes mompelden.
1391 81 | stal, de koetsier bleef onzichtbaar. Omdat ze niet wisten wat
1392 3 | meneer', eerder uit het oogpunt van voorzichtigheid dan
1393 61 | gestolen vee en verloren oogst, met de zelfverzekerdheid
1394 62 | winterse zon de sneeuw oogverblindend. De diligence stond eindelijk
1395 31 | om vervolgens eerst zijn oor en vervolgens zijn oog voor
1396 82 | die raad brengt, had hun oordeel wat gewijzigd. Nu namen
1397 24 | toonbeeld van verwoesting door oorlogsgeweld leek.~
1398 38 | boerinnen wier mannen in het `oorlogsleger' zaten, gaven hun gehoorzame
1399 11 | bespiedden, krachtens het `oorlogsrecht' meesters van stad, lotgevallen
1400 24 | geweest, naar Italië, naar Oostenrijk, en bij het verhalen van
1401 98 | tederheid voor het hare opbloeien en ze wilde de ceremonie
1402 4 | voortzette, begonnen bij het opbreken van wegen.~
1403 72 | ongetwijfeld de hemel het lijden opdroegen dat hij ze zond.~
1404 41 | mompelde quasi woedend met opeengeklemde kaken: `Pas op, jij schooier
1405 15 | te zijn zolang ze in het openbaar maar niet vertrouwelijk
1406 17 | vulde de woningen en de openbare ruimte, veranderde de smaak
1407 44 | weg naar het zuiden zien opengaan.~
1408 75 | zich, deed neusvleugels opensperren, in de monden volop speeksel
1409 38 | met een benard gezicht en opgeheven armen: `Stilte!'~
1410 36 | verwijderde zich uitermate opgehitst van het sleutelgat, maakte
1411 72 | De beide zusters waren opgehouden hun rozenkrans te prevelen
1412 31 | Maar Loiseau, die goed had opgelet, liet zijn echtgenote naar
1413 13 | besmettelijke ziekte had opgelopen om Bonaparte ermee aan te
1414 7 | Ze haalden opgelucht adem. Ze hadden nog honger.
1415 1 | met tegen zijn zij zijn opgepoetste kleppet die hem deed lijken
1416 74 | twee hele kippen geheel opgesneden in hun aspic lagen, en in
1417 72 | Reuzelpotje choqueerde de beter opgevoeden. Er kwam dan ook geen antwoord
1418 11 | en alle macht niet zijn opgewassen. Want hetzelfde gevoel komt
1419 37 | Het gesprek werd levendig, opgewekt, de rake opmerkingen waren
1420 7 | houden, werden de kamers opgezocht. Die lagen allemaal aan
1421 83 | zusters het hoofd van de zieke ophief en tussen de lippen Reuzelpotjes
1422 24 | maar een oude vrouw zonder opleiding, dat klopt, maar als je
1423 36 | ontsnapte er een diepe zucht van opluchting aan aller borsten en een
1424 21 | bij hun triomfantelijke opmars hadden begaan, werd er moed
1425 37 | levendig, opgewekt, de rake opmerkingen waren niet van de lucht.~
1426 59 | haar kennelijk geamuseerd opnam.~
1427 51 | de gang'. Daarop volgde opnieuw een enorme hilariteit. De
1428 15 | aardse bestond uit een eeuwig opofferen van haar persoon, een voortdurende
1429 68 | op wijzen, meneer, dat uw opperbevelhebber ons een uitreisvergunning
1430 5 | zich pantsert slechts het oppervlak bedekt, gaven ze zich volop
1431 48 | aanvoerder van de welwillende oppositie geweest, uitsluitend om
1432 3 | zieltogende Frankrijk op hun opschepperige schouders torsten. Maar
1433 99 | geluid deed alle reizigers opschrikken, en dat was het stoten van
1434 83 | haast en de drukte van haar opstaan nergens aan kunnen denken.
1435 53 | astma nooit voor tien uur opstond. Hij had zelfs formeel verboden
1436 68 | niets gedaan wat uw strenge optreden jegens ons rechtvaardigt.'~
1437 32 | verhieven, kon hij er een paar opvangen. Cornudet drong nogal onstuimig
1438 18 | van die gewelddadige en opvliegerige hoer en werkte in gedachte
1439 8 | van de herberg zelf zijn opwachting maakte. Hij was een oude
1440 14 | verteld, waarbij soms met opzet wat enthousiasme doorklonk,
1441 62 | rokend en gehuld in een opzichte kamerjas, ongetwijfeld achterover
1442 97 | met de grote baard snel opzij te zien schieten, alsof
1443 56 | ijver beziggehouden met de organisatie van de verdediging. Hij
1444 78 | vroeg terug en de heren organiseerden al rokend een partijtje
1445 78 | spugen, waardoor hij soms orgelpunten in de borst kreeg. Zijn
1446 56(9) | En was dus orleanist.~
1447 51(2) | De orleanisten vertegenwoordigden de gegoede
1448 51 | departementsraad, vertegenwoordigde de orleanistische partij2 in het departement.
1449 56 | ene geloofde aan het Huis Orléans9, het ander aan een onbekende
1450 11 | boeren met kadavers van ossen en van de daken gerukte
1451 54 | weesgegroetjes mompelden. De een was oud, met een in haar jeugd door
1452 1 | niet van plan om hier van ouderdom te sterven. Het is toch
1453 99 | portier vloog open! Een overbekend geluid deed alle reizigers
1454 79 | stuk en kauwde er met zo overduidelijke tevredenheid op, dat in
1455 20 | een van die stilzwijgende overeenkomsten, die versluierde welwillendheden
1456 68 | kwam daarna weer rustig overeind. Alle gezichten waren bleek
1457 18 | handen van een ander ziet overgaan.~
1458 15 | persoon, een voortdurende overgave aan de grillen van alles
1459 6 | ten slotte net de Seine overgestoken op weg naar Pont-Audemer
1460 3 | de list. `We moeten haar overhalen,' zei hij.~
1461 12 | gemaakt, een middel om te overheersen, een wapen, die door hun
1462 38 | op het plein, met aan de overkant de kerk en aan beide kanten
1463 24 | anderen dan zo erg hun best om overlast te veroorzaken? Het is toch
1464 29 | met de herbergier zitten overleggen. De grote man begon te lachen,
1465 57 | bovenaan prachtige zwarte ogen, overschaduwd door dikke, grote wenkbrauwen
1466 16 | bezwoeren haar, en ten slotte overtuigden ze haar. Want ze waren allemaal
1467 89 | de schouders op en zei: `Overweegt u dat serieus, met die sneeuw?
1468 87 | plaats kon grijpen. Die overweging baarde de beide anderen
1469 6 | een volk dat gewend was te overwinnen en ondanks zijn legendarische
1470 44 | vergelijking over het einde van een overwintering aan de pool en de vreugde
1471 12 | of verachte wezens hadden overwonnen en die hun kuisheid hadden
1472 56 | stad teruggetrokken. Hij overwoog nu zich in Le Havre nuttiger
1473 49 | Cornudet keek met een ruk op, overzag met een stralende doch vernietigende
1474 34 | van een touw een triest paard dat niet graag meeging.
1475 8 | maakte. Hij was een oude paardenkoper, een grote, astmatische
1476 62 | leeftocht zochten in de dampende paardenvijgen die ze uit elkaar krabden.~
1477 32 | een andere te verdwijnen. Paardenvoeten stampten op de grond, gedempt
1478 80 | Waarop zijn vrouw een pakje met een touwtje eromheen
1479 12 | begonnen ze haar aan te pakken. Eerst ging het gesprek
1480 74 | flessenhalzen staken tussen de pakketjes voedsel uit. Ze nam een
1481 21 | ware onlosmakelijk verbond: pale ale en de revolutie, want
1482 5 | moordtuig waarmee ze vroeger de palen langs de nationale wegen
1483 5 | iedere mondaine vrouw zich pantsert slechts het oppervlak bedekt,
1484 87 | de rest van hun worst in papier hadden gerold.~
1485 81 | proviand uit die voor beide paren was klaargemaakt. Dat was,
1486 56(4) | 4 september 1870 werd in Parijs de Derde Republiek uitgeroepen.~
1487 1 | artilleristen, in hetzelfde parket als die uiteenlopende infanteristen;
1488 12 | veroveraars hadden tegengehouden passeerden de revue, die van hun lichaam
1489 21 | in de geest de twee grote passies die zijn leven beheersten
1490 84 | dagen in de kerk of bij de pastoor doorbrachten.~
1491 26 | al die lijven op te dikke pastoors met lange soutanes aan lijken.
1492 39 | verbaasd de koster die uit de pastorie kwam zetten. De oude kerkrat
1493 43 | voormalig klerk van een patroon die failliet was gegaan,
1494 32 | leek in een blauwe kasjmir peignoir, afgezet met wit kant. Ze
1495 78 | Cornudet zat roerloos te peinzen.~
1496 82 | een korst brood uit. Hij pelde de schaal af, gooide die
1497 1 | ons. En nu, nu wij uit de penarie moeten worden geholpen,
1498 70 | Carré-Lamadon en brak al snel dat penibele stilzwijgen.~
1499 77 | Af en toe kusten ze een penning, om zich dan weer te bekruisen
1500 28 | zoveel werkeloze en dus peperdure armen, zoveel arbeidskrachten
|