Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
iets 6
ii 1
iii 1
ik 166
ík 1
imbeciel 1
in 63
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
166 ik
131 de
123 en
100 een
Guy de Maupassant
Het varken Morin

IntraText - Concordances

ik

    Part
1 I | toch eens vertellen,' zei ik tegen Labarbe, `nu heb je 2 I | nog aan toe, waarom heb ik jou nou nooit over Morin 3 I | wel uit La Rochelle?'~    Ik moest toegeven dat ik niets 4 I | Ik moest toegeven dat ik niets wist van dat verhaal 5 I | hebben. En misschien moet ik alleen maar lef hebben. 6 I | doet het er ook toe? Ja, ik heb niet genoeg lef, dat 7 I | zielen, als we dat konden! Ik durf te wedden dat je alle 8 I | kijk nou eens naar mij, ben ik niet betoverend? En jij 9 I | der wanhoop: Jammer dan, ik zet alles op alles. En plotseling, 10 II | II~    Ik was destijds hoofdredacteur 11 II | Fanal des Charentes. En ik zag Morin elke avond in 12 II | niet wist wat hij moest. Ik verheelde hem mijn mening 13 II | hem niet meer groetten. Ik kreeg ten slotte medelijden 14 II | mijn vrienden behoorde. Ik stuurde Morin naar huis 15 II | naar die magistraat.~    Ik hoorde dat de lastiggevallen 16 II | elkaar zien te krijgen.~    Ik ging weer naar Morin. Ik 17 II | Ik ging weer naar Morin. Ik vond hem in bed, ziek van 18 II | haar vuisten in haar zij. Ik legde de situatie uit, hij 19 II | zou gevoelig liggen, maar ik nam haar aan. De arme donder 20 II | donder zei de hele tijd: "Ik verzeker je dat ik haar 21 II | tijd: "Ik verzeker je dat ik haar niet eens heb gekust, 22 II | gekust, nee, niet eens. Ik verzeker het je!"~    Ik 23 II | Ik verzeker het je!"~    Ik antwoordde: "Dat maakt niet 24 II | bent toch een varken." En ik nam de duizend frank die 25 II | inzicht te besteden.~    Omdat ik me niet alleen in dat huis 26 II | familie wilde wagen, vroeg ik Rivet mee te gaan. Hij stemde 27 II | opendoen. Dat was haar, vast. Ik zei zachtjes tegen Rivet: " 28 II | tegen Rivet: "Sakkerloot, ik begin Morin te snappen."~     29 II | fluisterde me in het oor: "Ik denk dat we de zaak van 30 II | Het nichtje was weg en ik sneed de delicate kwestie 31 II | de delicate kwestie aan. Ik zwaaide met het schrikbeeld 32 II | schrikbeeld van een schandaal, ik wees hem op de onvermijdelijk 33 II | triomfkreet en zei: "Wacht even, ik heb een prima idee. Ik laat 34 II | ik heb een prima idee. Ik laat u gewoon niet gaan, 35 II | laat u gewoon niet gaan, ik houd u hier. U blijft hier 36 II | mijn vrouw terugkomt, hoop ik dat we tot overeenstemming 37 II | over politiek te praten. Ik van mijn kant bleef al snel 38 II | eindeloze omzichtigheid sneed ik haar avontuur aan, in een 39 II | kostelijk vermaakt.~    Ik zei haar: "Bedenkt u nu 40 II | is waar! Maar wat wilt u? Ik werd bang en als je bang 41 II | redeneer je niet meer. Toen ik de situatie eenmaal begreep, 42 II | situatie eenmaal begreep, had ik spijt van mijn kreten, maar 43 II | als van een waanzinnige. Ik wist niet eens wat hij moest."~     44 II | verlegen door te worden. Ik zei bij mezelf: Dit is een 45 II | Dit is een vrolijke meid, ik kan me voorstellen dat dat 46 II | zich vergist heeft.~    Ik vervolgde schertsend: "Kijk 47 II | zij het weinig duidelijk. Ik vroeg dus op de man af: " 48 II | hetzelfde."~    Dat wist ik natuurlijk ook wel, dat 49 II | in het hele gewest werd ik "de mooie Labarbe" genoemd. 50 II | mooie Labarbe" genoemd. Ik was toen dertig, maar ik 51 II | Ik was toen dertig, maar ik vroeg: "Hoe dat zo?"~     52 II | om mij te ontwijken, had ik haar een stevige pakkerd 53 II | niet weer beginnen."~    Ik deed heel nederig en zei 54 II | het mij vraagt, dan heb ik maar één diep verlangen 55 II | vroeg zij: "Hoe dat zo?" Ik keek haar ernstig en diep 56 II | nog niet uitgesproken, of ik had haar in mijn armen en 57 II | kussen op alle plekken, waar ik maar kon, op haar haren, 58 II | los. "U bent grof meneer, ik krijg er spijt van naar 59 II | hebben geluisterd."~    Ik pakte enigszins verward 60 II | niet kwalijk, juffrouw. Ik heb u gekwetst. Ik ben veel 61 II | juffrouw. Ik heb u gekwetst. Ik ben veel te hard van stapel 62 II | wist..." Vergeefs zocht ik naar een verontschuldiging.~     63 II | Na een ogenblik zei ze: "Ik hoef niets te weten, meneer."~     64 II | weten, meneer."~    Maar ik had het gevonden, ik riep 65 II | Maar ik had het gevonden, ik riep uit: "Juffrouw, ik 66 II | ik riep uit: "Juffrouw, ik bemin u al een jaar!"~     67 II | werkelijk verrast en keek op. Ik vervolgde: "Ja zeker, juffrouw, 68 II | zeker, juffrouw, luister. Ik ken Morin niet en hij kan 69 II | gerecht moet verschijnen. Ik heb u hier vorig jaar gezien, 70 II | stond daar, voor het hek. Ik heb een schok gevoeld toen 71 II | heb een schok gevoeld toen ik u zag en uw beeld heeft 72 II | niet, het doet er niet toe. Ik vond u aanbiddelijk, de 73 II | liet me niet meer met rust, ik heb geprobeerd u terug te 74 II | geprobeerd u terug te zien en ik heb dat beest van een Morin 75 II | Morin aangewend, en hier ben ik dan. De omstandigheden hebben 76 II | niet kwalijk, dat smeek ik u, vergeef me."~    Zij 77 II | mompelde: "Grappenmaker."~    Ik stak mijn hand op en zei 78 II | en zei op oprechte toon (ik geloof zelfs dat ik dat 79 II | toon (ik geloof zelfs dat ik dat was): "Ik zweer u dat 80 II | zelfs dat ik dat was): "Ik zweer u dat ik niet lieg."~     81 II | dat was): "Ik zweer u dat ik niet lieg."~    Ze zei alleen 82 II | in de kronkelige lanen. Ik legde vervolgens een echte 83 II | daarbij drukte en kuste ik haar vingers. Ze luisterde 84 II | ervan moest geloven.~    Ik voelde me ten slotte verward, 85 II | verward, door te denken wat ik zei, ik was bleek, bedrukt, 86 II | door te denken wat ik zei, ik was bleek, bedrukt, huiverig, 87 II | huiverig, en voorzichtig nam ik haar bij het middel.~     88 II | haar bij het middel.~    Ik sprak heel zachtjes in die 89 II | drukte die, langzaam omsloot ik haar middel in een bevende 90 II | zich nu helemaal niet meer. Ik raakte met mijn mond haar 91 II | langer geduurd hebben als ik niet "hm! hm!" had gehoord, 92 II | door een bloemperk vandoor. Ik draaide me om en zag Rivet 93 II | Verwaand antwoordde ik: "Ik roei met de riemen 94 II | Verwaand antwoordde ik: "Ik roei met de riemen die ik 95 II | Ik roei met de riemen die ik heb, beste. En de oom? Wat 96 II | jij voor elkaar gekregen? Ik sta wel in voor de nicht."~     97 II | Rivet verklaarde: "Ik heb met die oom niet zoveel 98 II | zoveel geluk gehad."~    En ik pakte hem bij de arm om 99 III| helemaal op hol gebracht. Ik zat naast haar en mijn hand 100 III| wandeling in de maneschijn en ik fluisterde haar alle tederheden 101 III| me opkwamen in de ziel. Ik hield haar strak tegen me 102 III| alleen met me was, pakte ik haar weer in mijn armen, 103 III| bezwijken, vluchtte ze weg.~    Ik glipte tussen de lakens, 104 III| en zeer bedremmeld, want ik wist dondersgoed dat ik 105 III| ik wist dondersgoed dat ik amper zou slapen, doordat 106 III| amper zou slapen, doordat ik de hele tijd zou liggen 107 III| liggen nadenken over wat ik voor stoms had gedaan, toen 108 III| mijn deur werd geklopt.~    Ik vroeg: "Wie is daar?"~     109 III| zachte stem antwoordde: "Ik ben het."~    Ik kleedde 110 III| antwoordde: "Ik ben het."~    Ik kleedde me snel aan, deed 111 III| open, en zij kwam binnen. "Ik ben vergeten," sprak ze, " 112 III| chocola, thee of koffie?"~    Ik had haar al onstuimig omhelsd, 113 III| liefkozingen en stotterde: "Ik wil... ik wil... ik wil..." 114 III| en stotterde: "Ik wil... ik wil... ik wil..." Maar ze 115 III| stotterde: "Ik wil... ik wil... ik wil..." Maar ze glipte onder 116 III| kaars uit en verdween.~    Ik bleef woest alleen achter, 117 III| die niet. Eindelijk vond ik er en ging de gang op, half 118 III| in de hand.~    Wat moest ik nou doen? Redeneren kon 119 III| nou doen? Redeneren kon ik niet meer, ik wilde haar 120 III| Redeneren kon ik niet meer, ik wilde haar vinden, ik wilde 121 III| meer, ik wilde haar vinden, ik wilde haar. Ik deed gedachteloos 122 III| haar vinden, ik wilde haar. Ik deed gedachteloos een paar 123 III| paar stappen. Toen dacht ik plotseling: Maar als ik 124 III| ik plotseling: Maar als ik bij oom binnenstap? Wat 125 III| oom binnenstap? Wat moet ik dan zeggen? En ik bleef 126 III| Wat moet ik dan zeggen? En ik bleef stokstijf staan, met 127 III| antwoord: Wel verdorie, ik zeg gewoon dat ik de kamer 128 III| verdorie, ik zeg gewoon dat ik de kamer van Rivet zocht 129 III| hem te bespreken.~    En ik begon de deuren te inspecteren 130 III| deuren te inspecteren waarbij ik mijn best deed de hare te 131 III| van haar persoonlijk. Maar ik vond geen enkele aanwijzing. 132 III| aanwijzing. Op goed geluk pakte ik een knop vast, die ik omdraaide. 133 III| pakte ik een knop vast, die ik omdraaide. Ik deed de deur 134 III| vast, die ik omdraaide. Ik deed de deur open, ik ging 135 III| omdraaide. Ik deed de deur open, ik ging naar binnen... Henriette 136 III| kijken.~    Vervolgens schoof ik voorzichtig de grendel voor, 137 III| voorzichtig de grendel voor, ik liep op mijn tenen naar 138 III| tenen naar haar toe en zei: "Ik ben vergeten, juffrouw, 139 III| Ze verweerde zich, maar ik had al snel het boek dat 140 III| had al snel het boek dat ik zocht opengeslagen. Ik zal 141 III| dat ik zocht opengeslagen. Ik zal de titel niet noemen. 142 III| goddelijkste gedicht dat ik ooit heb gelezen.~    Toen 143 III| vrijuit doorbladeren, en ik las zoveel hoofdstukken 144 III| haar te hebben bedankt ging ik op kousenvoeten naar mijn 145 III| persoonlijk een kop chocola. Ik heb nog nooit zulke lekkere 146 III| geparfumeerd, bedwelmend. Ik kon mijn mond niet van de 147 III| trokken hun klacht in, en ik zou vijfhonderd frank in 148 III| hoofd van "ja, blijf toch". Ik accepteerde, maar Rivet 149 III| stond erop te gaan.~    Ik nam hem onder vier ogen, 150 III| nam hem onder vier ogen, ik bad en ik smeekte, ik zei: " 151 III| onder vier ogen, ik bad en ik smeekte, ik zei: "Toe nou, 152 III| ogen, ik bad en ik smeekte, ik zei: "Toe nou, Rivetje, 153 III| paar keer in mijn gezicht: "Ik heb er genoeg van, hoor 154 III| van dat varken Morin."~    Ik was dus wel gedwongen ook 155 III| ogenblikken van mijn leven. Ik had die zaak best gedurende 156 III| bij wijze van vaarwel, zei ik tegen Rivet: "Je bent een 157 III| van de Fanal kwamen, zag ik dat er een menigte ons stond 158 III| zijn benen ervan schudden. Ik zei: "Het is geregeld, klootzak, 159 III| Wat mij betreft, toen ik me in 1875 ging aanmelden 160 III| als afgevaardigde, moest ik in verband daarmee een bezoek 161 III| me niet?" vroeg ze.~    Ik stamelde: "Eh... nee... 162 III| Henriette Bonnel."~    "Ach!" En ik voelde me verbleken.~     163 III| hebben en zei: "Beste meneer, ik heb u al heel lang graag 164 III| het zo vaak over u gehad. Ik weet het... ja, ik weet 165 III| gehad. Ik weet het... ja, ik weet in wat voor pijnlijke 166 III| haar hebt leren kennen, ik weet ook hoe voorbeeldig


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License