Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dwars 1
echt 1
echte 1
een 100
één 1
eenmaal 2
eens 9
Frequency    [«  »]
166 ik
131 de
123 en
100 een
88 te
74 het
73 van
Guy de Maupassant
Het varken Morin

IntraText - Concordances

een

    Part
1 I | me aan met ogen als van een katuil. `Hoe dat zo, ken 2 I | herinnert je ook nog dat hij een grote galanteriewinkel had 3 I | aanvullen. Je weet wat voor een handelaar uit de provincie 4 I | voorstellingen, geritsel van vrouwen, een voortdurende prikkeling 5 I | aanraken. Amper proef je een paar keer wat minderwaardige 6 I | de ziel geprikkeld, met een soort kriebel van kussen 7 I | verkeerde in die staat toen hij een kaartje naar La Rochelle 8 I | plotseling bleef staan voor een jonge vrouw die een oude 9 I | voor een jonge vrouw die een oude dame kuste. Ze had 10 I | verrukt: "Drommels, dat is een mooie meid!"~    Toen ze 11 I | steeds. Daarna stapte ze in een lege wagon, en Morin volgde 12 I | zijn blikken op. Ze leek een jaar of twintig, was blond, 13 I | van uiterlijk. Ze rolde een reisdeken om haar benen 14 I | spoorromances. Dit is er misschien een die zich aandient. Wie weet? 15 I | gaan. Toch zou zij maar een gebaar hoeven te maken om 16 I | leiden. Hij stelde zich een ridderlijke kennismaking 17 I | die hij haar kon bewijzen, een levendige, hoffelijke conversatie 18 I | conversatie die zou uitlopen op een verklaring die zou uitlopen 19 I | steeds aan ontbrak, dat was een opening, een aanleiding. 20 I | ontbrak, dat was een opening, een aanleiding. En hij wachtte 21 I | aanleiding. En hij wachtte op een gelukkige omstandigheid, 22 I | zon haar eerste straal, een lange, heldere straal vanaf 23 I | glimlachte. Ze glimlachte als een gelukkige vrouw, uitnodigend 24 I | hem, dat was wel degelijk een subtiele uitnodiging, het 25 I | ben jij naïef om daar als een paal sinds gisteravond op 26 I | betoverend? En jij blijft een hele nacht zo zitten, vlak 27 I | nacht zo zitten, vlak bij een mooie vrouw zonder iets 28 I | kluts kwijt, zocht naar een passend woord, een compliment, 29 I | naar een passend woord, een compliment, kortom, iets 30 I | probeerde te springen, terwijl een dodelijk geschrokken Morin, 31 I | die avond naar huis, met een gerechtelijke vervolging 32 II | mijn mening niet: "Jij bent een varken. Zo gedraag je je 33 II | medewerker Rivet erbij, een spotziek en levenswijs mannetje, 34 II | de lastiggevallen vrouw een jonge dame was, ene juffrouw 35 II | op maakte, was dat de oom een aanklacht had ingediend. 36 II | en verdriet. Zijn vrouw, een grote, knokige en bebaarde 37 II | maakt niet uit, je bent toch een varken." En ik nam de duizend 38 II | stonden we voor de deur van een mooi landhuis. Een knappe 39 II | deur van een mooi landhuis. Een knappe jonge meid kwam ons 40 II | geabonneerd op de Fanal en een overtuigd politiek medestander 41 II | met het schrikbeeld van een schandaal, ik wees hem op 42 II | verduren na het gerucht van een dergelijke affaire, want 43 II | want niemand zou ooit aan een eenvoudig kusje geloven.~     44 II | Plotseling slaakte hij een triomfkreet en zei: "Wacht 45 II | zei: "Wacht even, ik heb een prima idee. Ik laat u gewoon 46 II | riep zijn nichtje en stelde een wandeling door zijn tuin 47 II | mijn kant bleef al snel een paar passen achter, naast 48 II | ik haar avontuur aan, in een poging haar aan mijn zijde 49 II | dat die imbeciel zich als een woesteling op me wierp, 50 II | woesteling op me wierp, zonder een woord te zeggen, met een 51 II | een woord te zeggen, met een gezicht als van een waanzinnige. 52 II | met een gezicht als van een waanzinnige. Ik wist niet 53 II | Ik zei bij mezelf: Dit is een vrolijke meid, ik kan me 54 II | natuurlijk niet tegenover een zo knap vrouwspersoon als 55 II | lelijk."~    Voordat ze een beweging had kunnen doen 56 II | te ontwijken, had ik haar een stevige pakkerd op de wang 57 II | verlangen en dat is om voor een rechtbank te verschijnen 58 II | in de ogen.~    "Omdat u een van de mooiste schepsels 59 II | bestaan, omdat het voor mij een getuigschrift, een titel, 60 II | voor mij een getuigschrift, een titel, een eer zou zijn, 61 II | getuigschrift, een titel, een eer zou zijn, u met geweld 62 II | harte te lachen.~    "U bent een grapjes." En ze had het 63 II | hoofd, waarvan ze door in een onwillekeurige beweging 64 II | onwillekeurige beweging een hoekje bedekte om de rest 65 II | Vergeefs zocht ik naar een verontschuldiging.~    Na 66 II | verontschuldiging.~    Na een ogenblik zei ze: "Ik hoef 67 II | Juffrouw, ik bemin u al een jaar!"~    Ze was werkelijk 68 II | daar, voor het hek. Ik heb een schok gevoeld toen ik u 69 II | en ik heb dat beest van een Morin aangewend, en hier 70 II | lanen. Ik legde vervolgens een echte verklaring af, lang, 71 II | omsloot ik haar middel in een bevende en steeds steviger 72 II | zoeken de hare. Het werd een lange, lange kus en hij 73 II | niet "hm! hm!" had gehoord, een paar passen achter me.~     74 II | Ze ging er dwars door een bloemperk vandoor. Ik draaide 75 III| Vervolgens maakten we nog een wandeling in de maneschijn 76 III| Het duurde niet lang of een telegraafbeambte bracht 77 III| telegraafbeambte bracht een telegram van de tante waarin 78 III| vroeg: "Wie is daar?"~    Een zachte stem antwoordde: " 79 III| haar. Ik deed gedachteloos een paar stappen. Toen dacht 80 III| hoofd en kloppend hart. Na een paar seconden kwam het antwoord: 81 III| Op goed geluk pakte ik een knop vast, die ik omdraaide. 82 III| kousenvoeten naar mijn kamer, toen een harde hand mij staande hield. 83 III| hand mij staande hield. En een stem, die van Rivet, fluisterde 84 III| bracht ze me persoonlijk een kop chocola. Ik heb nog 85 III| zulke lekkere gedronken. Een chocola om voor te sterven, 86 III| de dag. Ze zouden zelfs een uitstapje organiseren om 87 III| hij leek getergd en zei een paar keer in mijn gezicht: " 88 III| gedwongen ook te gaan. Het was een van de moeilijkste ogenblikken 89 III| ik tegen Rivet: "Je bent een bruut." Hij antwoordde: " 90 III| Fanal kwamen, zag ik dat er een menigte ons stond op te 91 III| Die zat onderuitgezakt in een stoel, met mosterdpleisters 92 III| hij hoestte voortdurend, een zieltogend hoestje, zonder 93 III| bekeek hem met de ogen van een tijgerin die hem wilde verslinden.~     94 III| handen, kuste ze alsof ze van een prins waren, huilde, viel 95 III| mevrouw Morin, die hem met een flinke zet in zijn stoel 96 III| titel verwondde hem als een zwaardslag, telkens als 97 III| hij hem hoorde.~    Als een bengel op straat "varken" 98 III| moest ik in verband daarmee een bezoek afleggen bij de nieuwe 99 III| Tousserre, meester Belloncle. Een grote, gezette en mooie 100 III| toen zachter, alsof hij een vies woord moest uitspreken: "


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License