bold = Main text
Part grey = Comment text
1 I | katuil. `Hoe dat zo, ken jij het verhaal van Morin niet,
2 I | betekenen. Je krijgt er het vuur van in je bloed. Elke
3 I | handbereik, zonder dat je het durft of kunt aanraken.
4 I | En dan ga je weer weg, het hart nog diep geschokt,
5 I | volgde haar. Daarop liep ze het perron op, en Morin volgde
6 I | alleen maar lef hebben. Was het niet Danton die zei: "Lef,
7 I | niets dan lef"? Nou ja, als het Danton niet was, dan is
8 I | Danton niet was, dan is het Mirabeau2. Wat doet het
9 I | het Mirabeau2. Wat doet het er ook toe? Ja, ik heb niet
10 I | niet genoeg lef, dat is het hem. O, als we eens wisten
11 I | dat je alle dagen zonder het in de gaten te hebben prachtige
12 I | jij denkt.~ Maar waar het hem nog steeds aan ontbrak,
13 I | Maar de nacht verstreek en het mooie kind sliep nog altijd,
14 I | haar val zat te beramen. Het werd dag en al snel wierp
15 I | straal vanaf de horizon op het lieve gezicht van de slaapster.~
16 I | een subtiele uitnodiging, het gedroomde signaal waarop
17 I | gillend van schrik. Ze opende het portier, zwaaide met haar
18 I | bezwijmde.~ Ze stonden op het station van Mauzé. De aanwezige
19 I | arresteerde Morin.~ Zodra het slachtoffer van zijn handtastelijkheden
20 I | aantasting van de goede zeden in het openbaar.~
21 I(2)| Het was Danton, in 1792.~
22 II | zag Morin elke avond in het Café du Commerce.~ De
23 II | geruïneerd, zijn naam in het slijk, onteerd, zijn verontwaardigde
24 II | aanklacht had ingediend. Het openbaar ministerie wilde
25 II | naar zijn kamer door me in het gezicht te schreeuwen: "
26 II | Nou, daar is hij hoor, het ventje!"~ En ze ging
27 II | ventje!"~ En ze ging voor het bed staan, met haar vuisten
28 II | niet eens. Ik verzeker het je!"~ Ik antwoordde: "
29 II | Rivet fluisterde me in het oor: "Ik denk dat we de
30 II | wel kunnen regelen."~ Het nichtje was weg en ik sneed
31 II | kwestie aan. Ik zwaaide met het schrikbeeld van een schandaal,
32 II | zou krijgen te verduren na het gerucht van een dergelijke
33 II | Rivet bood weerstand, maar het verlangen de zaak van dat
34 II | Maar ze leek niet in het minst beduusd, ze luisterde
35 II | spreken tegenover iedereen, in het openbaar dat trieste tafereel
36 II | mijn kreten, maar toen was het al te laat. U moet zich
37 II | Ze keek me recht in het gezicht, zonder er verward
38 II | uitdrukking was grappig, zij het weinig duidelijk. Ik vroeg
39 II | doodkalm: "O, maar met u is het niet hetzelfde."~ Dat
40 II | natuurlijk ook wel, dat het niet hetzelfde was, want
41 II | niet hetzelfde was, want in het hele gewest werd ik "de
42 II | stem: "O juffrouw, als u het mij vraagt, dan heb ik maar
43 II | bent die er bestaan, omdat het voor mij een getuigschrift,
44 II | een grapjes." En ze had het woord "grapjas" nog niet
45 II | meneer."~ Maar ik had het gevonden, ik riep uit: "
46 II | kan me ook niets schelen. Het laat me koud of hij naar
47 II | gevangenis gaat en voor het gerecht moet verschijnen.
48 II | gezien, u stond daar, voor het hek. Ik heb een schok gevoeld
49 II | Geloof me of geloof me niet, het doet er niet toe. Ik vond
50 II | waars in mijn blik, stond op het punt weer te gaan glimlachen
51 II | voorzichtig nam ik haar bij het middel.~ Ik sprak heel
52 II | zonder te zoeken de hare. Het werd een lange, lange kus
53 III | III~ Bij het eten werd mijn hoofd helemaal
54 III | mijn hand ontmoette onder het tafelkleed voortdurend de
55 III | schaduwen volgden ze plechtig op het zand van de paden.~ We
56 III | gingen weer naar binnen. Het duurde niet lang of een
57 III | en hij fluisterde me in het oor: "Het zat er natuurlijk
58 III | fluisterde me in het oor: "Het zat er natuurlijk niet in
59 III | stem antwoordde: "Ik ben het."~ Ik kleedde me snel
60 III | woest alleen achter, in het duister, zocht lucifers,
61 III | Na een paar seconden kwam het antwoord: Wel verdorie,
62 III | zich, maar ik had al snel het boek dat ik zocht opengeslagen.
63 III | zal de titel niet noemen. Het was werkelijk de mooiste
64 III | werkelijk de mooiste roman, het goddelijkste gedicht dat
65 III | was omgeslagen, liet ze het mij vrijuit doorbladeren,
66 III | Rivet, fluisterde me in het gezicht: "Ben je nou nog
67 III | van haar familieleden met het hoofd van "ja, blijf toch".
68 III | wel gedwongen ook te gaan. Het was een van de moeilijkste
69 III | en verklaarde: "Jazeker, het is geregeld, dankzij Labarbe."~
70 III | zieltogend hoestje, zonder dat het duidelijk was waar hij dat
71 III | ervan schudden. Ik zei: "Het is geregeld, klootzak, maar
72 III | hele streek nog slechts "het varken Morin" genoemd, en
73 III | willen zien. Mijn vrouw heeft het zo vaak over u gehad. Ik
74 III | vaak over u gehad. Ik weet het... ja, ik weet in wat voor
|