Part
1 I | die een oude dame kuste. Ze had haar voile opgelicht
2 I | een mooie meid!"~ Toen ze afscheid had genomen van
3 I | genomen van de oude dame, ging ze de wachtkamer in, en Morin
4 I | volgde haar. Daarop liep ze het perron op, en Morin
5 I | nog steeds. Daarna stapte ze in een lege wagon, en Morin
6 I | floot, de trein vertrok. Ze waren alleen.~ Morin
7 I | haar met zijn blikken op. Ze leek een jaar of twintig,
8 I | uitdagend van uiterlijk. Ze rolde een reisdeken om haar
9 I | maken om me aan te geven dat ze niets liever wil...~
10 I | gezicht van de slaapster.~ Ze werd wakker, ging zitten,
11 I | naar Morin en glimlachte. Ze glimlachte als een gelukkige
12 I | ondernemen, grote gek.~ Ze glimlachte nog steeds en
13 I | steeds en keek hem aan, ze begon zelfs te lachen. Hij
14 I | armen en kuste haar.~ Ze sprong op en schreeuwde: "
15 I | Help", gillend van schrik. Ze opende het portier, zwaaide
16 I | Morin, ervan overtuigd dat ze zich op de baan zou storten,
17 I | wilde... me... me..." En ze bezwijmde.~ Ze stonden
18 I | En ze bezwijmde.~ Ze stonden op het station van
19 II | had gehaald en die, omdat ze geen vader en moeder meer
20 II | hem constant op zijn kop. Ze bracht me naar zijn kamer
21 II | hoor, het ventje!"~ En ze ging voor het bed staan,
22 II | achter, naast de jonge dame. Ze was echt betoverend, betoverend!~
23 II | zijde te krijgen.~ Maar ze leek niet in het minst beduusd,
24 II | niet in het minst beduusd, ze luisterde als iemand die
25 II | rijtuig te wisselen?"~ Ze begon te lachen. "Wat u
26 II | eens wat hij moest."~ Ze keek me recht in het gezicht,
27 II | opkomen u te zoenen."~ Ze begon nog harder te lachen
28 II | wat zou u dan doen?"~ Ze bleef staan om me van top
29 II | vroeg: "Hoe dat zo?"~ Ze haalde haar schouders op
30 II | stom bent als hij." Waaraan ze toevoegde, mij tersluiks
31 II | zo lelijk."~ Voordat ze een beweging had kunnen
32 II | pakkerd op de wang verkocht. Ze sprong opzij, maar te laat.
33 II | maar te laat. Daarop zei ze: "Zo, u laat er anders ook
34 II | heeft toch wel geluk.""~ Ze begon van ganser harte te
35 II | U bent een grapjes." En ze had het woord "grapjas"
36 II | haar hele hoofd, waarvan ze door in een onwillekeurige
37 II | bieden.~ Ten slotte maakte ze zich rood en gekwetst los. "
38 II | Na een ogenblik zei ze: "Ik hoef niets te weten,
39 II | bemin u al een jaar!"~ Ze was werkelijk verrast en
40 II | u dat ik niet lieg."~ Ze zei alleen maar: "Maak dat
41 II | en kuste ik haar vingers. Ze luisterde ernaar als naar
42 II | zonder goed te weten wat ze ervan moest geloven.~
43 II | kroeshaartjes van haar oor. Ze leek wel dood, zo dromerig
44 II | dood, zo dromerig stond ze daar.~ Daarop kwam haar
45 II | steeds steviger omhelzing, ze verroerde zich nu helemaal
46 II | paar passen achter me.~ Ze ging er dwars door een bloemperk
47 III| discussiëren. Hun schaduwen volgden ze plechtig op het zand van
48 III| telegram van de tante waarin ze aankondigde de volgende
49 III| hand en gingen naar boven. Ze bracht ons eerst naar de
50 III| er natuurlijk niet in dat ze ons eerst naar jouw kamer
51 III| had gebracht." Toen bracht ze me naar mijn bed. Zodra
52 III| me naar mijn bed. Zodra ze alleen met me was, pakte
53 III| weerstand te breken. Maar zodra ze voelde dat ze zou gaan bezwijken,
54 III| Maar zodra ze voelde dat ze zou gaan bezwijken, vluchtte
55 III| gaan bezwijken, vluchtte ze weg.~ Ik glipte tussen
56 III| Ik ben vergeten," sprak ze, "u te vragen wat u 's morgens
57 III| ik wil... ik wil..." Maar ze glipte onder mijn armen
58 III| iets te lezen te vragen." Ze verweerde zich, maar ik
59 III| eenmaal was omgeslagen, liet ze het mij vrijuit doorbladeren,
60 III| zeven uur 's morgens bracht ze me persoonlijk een kop chocola.
61 III| storten.~ Toen wilden ze ons nog houden voor de dag.
62 III| nog houden voor de dag. Ze zouden zelfs een uitstapje
63 III| ons stond op te wachten... ze zagen ons nog niet of ze
64 III| ze zagen ons nog niet of ze begonnen te schreeuwen: "
65 III| pakte mijn handen, kuste ze alsof ze van een prins waren,
66 III| mijn handen, kuste ze alsof ze van een prins waren, huilde,
67 III| pesterijen en telkens als ze ham aten vroegen ze hem: "
68 III| als ze ham aten vroegen ze hem: "Komt die van jou?"~
69 III| Herkent u me niet?" vroeg ze.~ Ik stamelde: "Eh...
70 III| vast, kneep erin alsof hij ze stuk wilde hebben en zei: "
|