Part
1 I | je weer die drie woorden "dat varken Morin" uitgesproken.
2 I | Morin horen praten zonder dat hij werd betiteld met "varken"?'~
3 I | als van een katuil. `Hoe dat zo, ken jij het verhaal
4 I | Ik moest toegeven dat ik niets wist van dat verhaal
5 I | toegeven dat ik niets wist van dat verhaal van Morin. Daarop
6 I | je herinnert je ook nog dat hij een grote galanteriewinkel
7 I | Nou, dan moet je weten dat Morin in 1862 of '63 veertien
8 I | benen, dikke schouders, en dat alles vrijwel onder handbereik,
9 I | onder handbereik, zonder dat je het durft of kunt aanraken.
10 I | mompelde verrukt: "Drommels, dat is een mooie meid!"~
11 I | Morin vroeg zich af: Wie is dat? Duizend veronderstellingen,
12 I | ik heb niet genoeg lef, dat is het hem. O, als we eens
13 I | lezen in zielen, als we dat konden! Ik durf te wedden
14 I | konden! Ik durf te wedden dat je alle dagen zonder het
15 I | maken om me aan te geven dat ze niets liever wil...~
16 I | nog steeds aan ontbrak, dat was een opening, een aanleiding.
17 I | die glimlach gold hem, dat was wel degelijk een subtiele
18 I | geschrokken Morin, ervan overtuigd dat ze zich op de baan zou storten,
19 II | magistraat.~ Ik hoorde dat de lastiggevallen vrouw
20 II | moeilijker op maakte, was dat de oom een aanklacht had
21 II | zou worden ingetrokken. Dat moesten we dus voor elkaar
22 II | schreeuwen: "U komt voor dat varken Morin? Nou, daar
23 II | hele tijd: "Ik verzeker je dat ik haar niet eens heb gekust,
24 II | je!"~ Ik antwoordde: "Dat maakt niet uit, je bent
25 II | Omdat ik me niet alleen in dat huis van die familie wilde
26 II | stemde in op voorwaarde dat we meteen zouden gaan, want
27 II | meid kwam ons opendoen. Dat was haar, vast. Ik zei zachtjes
28 II | me in het oor: "Ik denk dat we de zaak van dat varken
29 II | denk dat we de zaak van dat varken Morin wel kunnen
30 II | vrouw terugkomt, hoop ik dat we tot overeenstemming kunnen
31 II | het verlangen de zaak van dat varken Morin te regelen
32 II | iedereen, in het openbaar dat trieste tafereel in die
33 II | U moet zich ook bedenken dat die imbeciel zich als een
34 II | meid, ik kan me voorstellen dat dat varken Morin zich vergist
35 II | ik kan me voorstellen dat dat varken Morin zich vergist
36 II | juffrouw, geef nou toe dat hij te verontschuldigen
37 II | het niet hetzelfde."~ Dat wist ik natuurlijk ook wel,
38 II | wist ik natuurlijk ook wel, dat het niet hetzelfde was,
39 II | dertig, maar ik vroeg: "Hoe dat zo?"~ Ze haalde haar
40 II | gras over groeien. Maar dat spelletje moet u niet weer
41 II | maar één diep verlangen en dat is om voor een rechtbank
42 II | haar beurt vroeg zij: "Hoe dat zo?" Ik keek haar ernstig
43 II | stapel gelopen! Duid me dat niet euvel. Als u eens wist..."
44 II | terug te zien en ik heb dat beest van een Morin aangewend,
45 II | neemt u mij niet kwalijk, dat smeek ik u, vergeef me."~
46 II | oprechte toon (ik geloof zelfs dat ik dat was): "Ik zweer u
47 II | ik geloof zelfs dat ik dat was): "Ik zweer u dat ik
48 II | ik dat was): "Ik zweer u dat ik niet lieg."~ Ze zei
49 II | Ze zei alleen maar: "Maak dat de kat wijs."~ We waren
50 II | regel jij dus die zaak van dat varken Morin."~ Verwaand
51 III| zat er natuurlijk niet in dat ze ons eerst naar jouw kamer
52 III| breken. Maar zodra ze voelde dat ze zou gaan bezwijken, vluchtte
53 III| want ik wist dondersgoed dat ik amper zou slapen, doordat
54 III| verdorie, ik zeg gewoon dat ik de kamer van Rivet zocht
55 III| ik had al snel het boek dat ik zocht opengeslagen. Ik
56 III| het goddelijkste gedicht dat ik ooit heb gelezen.~
57 III| las zoveel hoofdstukken dat onze kaarsen helemaal opbrandden.~
58 III| niet klaar met die zaak van dat varken Morin te regelen?"~
59 III| dan bederf je de zaak van dat varken Morin nog."~ Om
60 III| Toe nou, Rivetje, doe dat nou voor mij." Maar hij
61 III| hoor je, van die zaak van dat varken Morin."~ Ik was
62 III| de Fanal kwamen, zag ik dat er een menigte ons stond
63 III| hebben jullie de zaak van dat varken Morin geregeld?"~
64 III| zieltogend hoestje, zonder dat het duidelijk was waar hij
65 III| het duidelijk was waar hij dat had opgelopen. Zijn vrouw
66 III| zag begon hij zo te beven dat zijn polsen en zijn benen
67 III| uitspreken: "In die zaak van dat varken Morin."'~
|