Part
1 I | horen praten zonder dat hij werd betiteld met "varken"?'~
2 I | herinnert je ook nog dat hij een grote galanteriewinkel
3 I | verkeerde in die staat toen hij een kaartje naar La Rochelle
4 I | uur veertig 's avonds. En hij liep vol spijt en in verwarring
5 I | Spoorwegen van Orleans, toen hij plotseling bleef staan voor
6 I | kwamen hem voor de geest. Hij zei bij zichzelf: Je hoort
7 I | niets liever wil...~ Hij ging dus machinaties zitten
8 I | overwinning zouden leiden. Hij stelde zich een ridderlijke
9 I | voor, kleine diensten die hij haar kon bewijzen, een levendige,
10 I | opening, een aanleiding. En hij wachtte op een gelukkige
11 I | gedroomde signaal waarop hij zat te wachten. Hij wilde
12 I | waarop hij zat te wachten. Hij wilde zeggen, die glimlach:
13 I | ze begon zelfs te lachen. Hij raakte de kluts kwijt, zocht
14 I | zeggen, wat dan ook. Maar hij vond niets, volstrekt niets.
15 I | niets. Vervolgens dacht hij met de moed der wanhoop:
16 I | voorafgaande waarschuwing, kwam hij naar voren met uitgestrekte
17 II | dag na zijn avontuur kwam hij me opzoeken, omdat hij niet
18 II | kwam hij me opzoeken, omdat hij niet wist wat hij moest.
19 II | omdat hij niet wist wat hij moest. Ik verheelde hem
20 II | gedraag je je toch niet."~ Hij zat te huilen, zijn vrouw
21 II | vrouw had hem geslagen. En hij zag zijn handel al geruïneerd,
22 II | zijn mening te vragen.~ Hij stelde voor de keizerlijke
23 II | varken Morin? Nou, daar is hij hoor, het ventje!"~ En
24 II | Ik legde de situatie uit, hij smeekte me de familie te
25 II | nam de duizend frank die hij me liet om die naar eigen
26 II | vroeg ik Rivet mee te gaan. Hij stemde in op voorwaarde
27 II | meteen zouden gaan, want hij had de volgende middag dringende
28 II | man leek te aarzelen, maar hij kon niets beslissen zonder
29 II | thuiskomen. Plotseling slaakte hij een triomfkreet en zei: "
30 II | vanavond."~ Rivet en hij begonnen over politiek te
31 II | waanzinnige. Ik wist niet eens wat hij moest."~ Ze keek me recht
32 II | juffrouw, geef nou toe dat hij te verontschuldigen was,
33 II | u niet zo stom bent als hij." Waaraan ze toevoegde,
34 II | zijn best moeten doen, maar hij heeft toch wel geluk.""~
35 II | luister. Ik ken Morin niet en hij kan me ook niets schelen.
36 II | schelen. Het laat me koud of hij naar de gevangenis gaat
37 II | een lange, lange kus en hij zou nog veel langer geduurd
38 II | Rivet op me afkomen.~ Hij ging midden op de weg staan
39 II | en zonder te lachen zei hij: "Nou nou! Zo regel jij
40 III| naar de kamer van Rivet, en hij fluisterde me in het oor: "
41 III| weg of Rivet kwam binnen. Hij leek wat zenuwachtig, geïrriteerd
42 III| dat nou voor mij." Maar hij leek getergd en zei een
43 III| Rivet: "Je bent een bruut." Hij antwoordde: "Beste jongen,
44 III| te sterven van angst. En hij hoestte voortdurend, een
45 III| dat het duidelijk was waar hij dat had opgelopen. Zijn
46 III| wilde verslinden.~ Zodra hij ons zag begon hij zo te
47 III| Zodra hij ons zag begon hij zo te beven dat zijn polsen
48 III| dit geen tweede keer."~ Hij stond half stikkend op,
49 III| stoel terug duwde.~ Maar hij herstelde niet van die slag,
50 III| te machtig geworden.~ Hij werd in de hele streek nog
51 III| zwaardslag, telkens als hij hem hoorde.~ Als een
52 III| straat "varken" riep, keek hij onwillekeurig die kant op.
53 III| Twee jaar later stierf hij.~ Wat mij betreft, toen
54 III| alleen had gelaten, greep hij mijn handen vast, kneep
55 III| handen vast, kneep erin alsof hij ze stuk wilde hebben en
56 III| toegewijd in die zaak..." Hij aarzelde en zei toen zachter,
57 III| zei toen zachter, alsof hij een vies woord moest uitspreken: "
|