Part
1 I | jij het verhaal van Morin niet, en je komt nog wel uit
2 I | nog altijd.~ Er waren niet veel reizigers voor de expres.
3 I | maar lef hebben. Was het niet Danton die zei: "Lef, lef,
4 I | Nou ja, als het Danton niet was, dan is het Mirabeau2.
5 I | het er ook toe? Ja, ik heb niet genoeg lef, dat is het hem.
6 I | nou eens naar mij, ben ik niet betoverend? En jij blijft
7 II | hij me opzoeken, omdat hij niet wist wat hij moest. Ik verheelde
8 II | verheelde hem mijn mening niet: "Jij bent een varken. Zo
9 II | varken. Zo gedraag je je toch niet."~ Hij zat te huilen,
10 II | verontwaardigde vrienden die hem niet meer groetten. Ik kreeg
11 II | verzeker je dat ik haar niet eens heb gekust, nee, niet
12 II | niet eens heb gekust, nee, niet eens. Ik verzeker het je!"~
13 II | Ik antwoordde: "Dat maakt niet uit, je bent toch een varken."
14 II | besteden.~ Omdat ik me niet alleen in dat huis van die
15 II | prima idee. Ik laat u gewoon niet gaan, ik houd u hier. U
16 II | krijgen.~ Maar ze leek niet in het minst beduusd, ze
17 II | gezegd en gezwegen, had u er niet beter aan gedaan niets te
18 II | bang bent, dan redeneer je niet meer. Toen ik de situatie
19 II | een waanzinnige. Ik wist niet eens wat hij moest."~
20 II | want je kunt natuurlijk niet tegenover een zo knap vrouwspersoon
21 II | doodkalm: "O, maar met u is het niet hetzelfde."~ Dat wist
22 II | natuurlijk ook wel, dat het niet hetzelfde was, want in het
23 II | antwoordde: "Nou ja, omdat u niet zo stom bent als hij." Waaraan
24 II | tersluiks aankijkend: "En ook niet zo lelijk."~ Voordat
25 II | Maar dat spelletje moet u niet weer beginnen."~ Ik deed
26 II | het woord "grapjas" nog niet uitgesproken, of ik had
27 II | en stamelde: "Neemt u mij niet kwalijk, neemt u mij niet
28 II | niet kwalijk, neemt u mij niet kwalijk, juffrouw. Ik heb
29 II | stapel gelopen! Duid me dat niet euvel. Als u eens wist..."
30 II | juffrouw, luister. Ik ken Morin niet en hij kan me ook niets
31 II | zag en uw beeld heeft me niet meer losgelaten. Geloof
32 II | Geloof me of geloof me niet, het doet er niet toe. Ik
33 II | geloof me niet, het doet er niet toe. Ik vond u aanbiddelijk,
34 II | herinnering aan u liet me niet meer met rust, ik heb geprobeerd
35 II | schreef doen gaan, neemt u mij niet kwalijk, dat smeek ik u,
36 II | was): "Ik zweer u dat ik niet lieg."~ Ze zei alleen
37 II | verroerde zich nu helemaal niet meer. Ik raakte met mijn
38 II | langer geduurd hebben als ik niet "hm! hm!" had gehoord, een
39 II | verklaarde: "Ik heb met die oom niet zoveel geluk gehad."~
40 III| naar binnen. Het duurde niet lang of een telegraafbeambte
41 III| Het zat er natuurlijk niet in dat ze ons eerst naar
42 III| zocht lucifers, vond die niet. Eindelijk vond ik er en
43 III| nou doen? Redeneren kon ik niet meer, ik wilde haar vinden,
44 III| opengeslagen. Ik zal de titel niet noemen. Het was werkelijk
45 III| gezicht: "Ben je nou nog niet klaar met die zaak van dat
46 III| bedwelmend. Ik kon mijn mond niet van de zalige rand van haar
47 III| wachten... ze zagen ons nog niet of ze begonnen te schreeuwen: "
48 III| had de grootste moeite om niet in lachen uit te barsten
49 III| Maar hij herstelde niet van die slag, de emotie
50 III| ontving me.~ "Herkent u me niet?" vroeg ze.~ Ik stamelde: "
|