Part
1 I | I~ `Nu moet je me toch eens vertellen,' zei
2 I | tegenwoordig afgevaardigde, keek me aan met ogen als van een
3 I | gebaar hoeven te maken om me aan te geven dat ze niets
4 I | Die man wilde... wilde... me... me..." En ze bezwijmde.~
5 I | wilde... wilde... me... me..." En ze bezwijmde.~
6 II | na zijn avontuur kwam hij me opzoeken, omdat hij niet
7 II | constant op zijn kop. Ze bracht me naar zijn kamer door me
8 II | me naar zijn kamer door me in het gezicht te schreeuwen: "
9 II | situatie uit, hij smeekte me de familie te gaan opzoeken.
10 II | de duizend frank die hij me liet om die naar eigen inzicht
11 II | te besteden.~ Omdat ik me niet alleen in dat huis
12 II | hebben. Rivet fluisterde me in het oor: "Ik denk dat
13 II | zich als een woesteling op me wierp, zonder een woord
14 II | hij moest."~ Ze keek me recht in het gezicht, zonder
15 II | een vrolijke meid, ik kan me voorstellen dat dat varken
16 II | Ze bleef staan om me van top tot teen op te nemen
17 II | van stapel gelopen! Duid me dat niet euvel. Als u eens
18 II | ken Morin niet en hij kan me ook niets schelen. Het laat
19 II | niets schelen. Het laat me koud of hij naar de gevangenis
20 II | u zag en uw beeld heeft me niet meer losgelaten. Geloof
21 II | meer losgelaten. Geloof me of geloof me niet, het doet
22 II | losgelaten. Geloof me of geloof me niet, het doet er niet toe.
23 II | de herinnering aan u liet me niet meer met rust, ik heb
24 II | dat smeek ik u, vergeef me."~ Zij vermoedde iets
25 II | moest geloven.~ Ik voelde me ten slotte verward, door
26 II | een paar passen achter me.~ Ze ging er dwars door
27 II | bloemperk vandoor. Ik draaide me om en zag Rivet op me afkomen.~
28 II | draaide me om en zag Rivet op me afkomen.~ Hij ging midden
29 III| alle tederheden die bij me opkwamen in de ziel. Ik
30 III| Ik hield haar strak tegen me aan, kuste haar elk moment,
31 III| Rivet, en hij fluisterde me in het oor: "Het zat er
32 III| gebracht." Toen bracht ze me naar mijn bed. Zodra ze
33 III| bed. Zodra ze alleen met me was, pakte ik haar weer
34 III| ben het."~ Ik kleedde me snel aan, deed open, en
35 III| die van Rivet, fluisterde me in het gezicht: "Ben je
36 III| uur 's morgens bracht ze me persoonlijk een kop chocola.
37 III| bezoeken. Henriette beduidde me achter de rug van haar familieleden
38 III| Beste jongen, je begon me behoorlijk te vervelen."~
39 III| Wat mij betreft, toen ik me in 1875 ging aanmelden als
40 III| gezette en mooie vrouw ontving me.~ "Herkent u me niet?"
41 III| ontving me.~ "Herkent u me niet?" vroeg ze.~ Ik
42 III| Ach!" En ik voelde me verbleken.~ Zij leek
43 III| hebben, glimlachte en bekeek me.~ Zodra zij me met haar
44 III| bekeek me.~ Zodra zij me met haar man alleen had
|