Part
1 I | I~ `Nu moet je me toch eens vertellen,'
2 I | ik tegen Labarbe, `nu heb je weer die drie woorden "dat
3 I | verhaal van Morin niet, en je komt nog wel uit La Rochelle?'~
4 I | begon te vertellen.~ `Je hebt Morin toch wel gekend,
5 I | Morin toch wel gekend, en je herinnert je ook nog dat
6 I | gekend, en je herinnert je ook nog dat hij een grote
7 I | opperbest.'~ `Nou, dan moet je weten dat Morin in 1862
8 I | voorraad te moeten aanvullen. Je weet wat voor een handelaar
9 I | dagen Parijs betekenen. Je krijgt er het vuur van in
10 I | krijgt er het vuur van in je bloed. Elke avond voorstellingen,
11 I | prikkeling van de geest. Je wordt gek. Je ziet alleen
12 I | de geest. Je wordt gek. Je ziet alleen nog maar danseressen
13 I | onder handbereik, zonder dat je het durft of kunt aanraken.
14 I | kunt aanraken. Amper proef je een paar keer wat minderwaardige
15 I | minderwaardige gerechten. En dan ga je weer weg, het hart nog diep
16 I | soort kriebel van kussen die je de lippen doen jeuken.~
17 I | geest. Hij zei bij zichzelf: Je hoort zoveel spoorromances.
18 I | zich aandient. Wie weet? Je kunt zomaar geluk hebben.
19 I | konden! Ik durf te wedden dat je alle dagen zonder het in
20 I | paal sinds gisteravond op je bank te blijven zitten?~
21 II | bent een varken. Zo gedraag je je toch niet."~ Hij zat
22 II | een varken. Zo gedraag je je toch niet."~ Hij zat
23 II | hele tijd: "Ik verzeker je dat ik haar niet eens heb
24 II | niet eens. Ik verzeker het je!"~ Ik antwoordde: "Dat
25 II | antwoordde: "Dat maakt niet uit, je bent toch een varken." En
26 II | wilt u? Ik werd bang en als je bang bent, dan redeneer
27 II | bang bent, dan redeneer je niet meer. Toen ik de situatie
28 II | verontschuldigen was, want je kunt natuurlijk niet tegenover
29 III| me in het gezicht: "Ben je nou nog niet klaar met die
30 III| op gemelijke toon: "Als je zo doorgaat, weet je, dan
31 III| Als je zo doorgaat, weet je, dan bederf je de zaak van
32 III| doorgaat, weet je, dan bederf je de zaak van dat varken Morin
33 III| heb er genoeg van, hoor je, van die zaak van dat varken
34 III| vaarwel, zei ik tegen Rivet: "Je bent een bruut." Hij antwoordde: "
35 III| antwoordde: "Beste jongen, je begon me behoorlijk te vervelen."~
|