bold = Main text
Part grey = Comment text
1 I | leek een jaar of twintig, was blond, groot, uitdagend
2 I | alleen maar lef hebben. Was het niet Danton die zei: "
3 I | ja, als het Danton niet was, dan is het Mirabeau2. Wat
4 I | steeds aan ontbrak, dat was een opening, een aanleiding.
5 I | vrolijk. Morin huiverde. Er was geen twijfel meer aan, die
6 I | die glimlach gold hem, dat was wel degelijk een subtiele
7 I | handtastelijkheden weer bij kennis was legde zij haar verklaring
8 I(2)| Het was Danton, in 1792.~
9 II | II~ Ik was destijds hoofdredacteur
10 II | lastiggevallen vrouw een jonge dame was, ene juffrouw Henriette
11 II | er moeilijker op maakte, was dat de oom een aanklacht
12 II | meid kwam ons opendoen. Dat was haar, vast. Ik zei zachtjes
13 II | De oom, meneer Tonnelet, was toevallig geabonneerd op
14 II | regelen."~ Het nichtje was weg en ik sneed de delicate
15 II | naast de jonge dame. Ze was echt betoverend, betoverend!~
16 II | van mijn kreten, maar toen was het al te laat. U moet zich
17 II | hij te verontschuldigen was, want je kunt natuurlijk
18 II | respect."~ Die uitdrukking was grappig, zij het weinig
19 II | dat het niet hetzelfde was, want in het hele gewest
20 II | mooie Labarbe" genoemd. Ik was toen dertig, maar ik vroeg: "
21 II | bemin u al een jaar!"~ Ze was werkelijk verrast en keek
22 II | geloof zelfs dat ik dat was): "Ik zweer u dat ik niet
23 II | te denken wat ik zei, ik was bleek, bedrukt, huiverig,
24 III | Zodra ze alleen met me was, pakte ik haar weer in mijn
25 III | de titel niet noemen. Het was werkelijk de mooiste roman,
26 III | eerste bladzijde eenmaal was omgeslagen, liet ze het
27 III | halen.~ De jonge meid was amper weg of Rivet kwam
28 III | kwam de tante. De discussie was kort. De brave lieden trokken
29 III | dat varken Morin."~ Ik was dus wel gedwongen ook te
30 III | gedwongen ook te gaan. Het was een van de moeilijkste ogenblikken
31 III | slechte humeur onderweg was verdampt, had de grootste
32 III | zonder dat het duidelijk was waar hij dat had opgelopen.
33 III | van die slag, de emotie was hem te machtig geworden.~
|