Part
1 I | uitgesproken. Alle duivels nog aan toe, waarom heb ik jou nou
2 I | tegenwoordig afgevaardigde, keek me aan met ogen als van een katuil. `
3 I | grote galanteriewinkel had aan de kade van La Rochelle?'~ `
4 I | gebaar hoeven te maken om me aan te geven dat ze niets liever
5 I | waar het hem nog steeds aan ontbrak, dat was een opening,
6 I | Er was geen twijfel meer aan, die glimlach gold hem,
7 I | glimlachte nog steeds en keek hem aan, ze begon zelfs te lachen.
8 I | gerechtelijke vervolging aan zijn broek wegens aantasting
9 II | liggen, maar ik nam haar aan. De arme donder zei de hele
10 II | sneed de delicate kwestie aan. Ik zwaaide met het schrikbeeld
11 II | affaire, want niemand zou ooit aan een eenvoudig kusje geloven.~
12 II | wij namen de uitnodiging aan.~ De oom stond stralend
13 II | omzichtigheid sneed ik haar avontuur aan, in een poging haar aan
14 II | aan, in een poging haar aan mijn zijde te krijgen.~
15 II | gezwegen, had u er niet beter aan gedaan niets te zeggen en
16 II | hoekje bedekte om de rest aan te bieden.~ Ten slotte
17 II | aanbiddelijk, de herinnering aan u liet me niet meer met
18 III| hield haar strak tegen me aan, kuste haar elk moment,
19 III| Ik kleedde me snel aan, deed open, en zij kwam
20 III| verschrikt, rechtop in bed, aan te kijken.~ Vervolgens
|