Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Guy de Maupassant
Het varken Morin

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


1792-opgel | opkom-zweer

                                                     bold = Main text
    Part                                             grey = Comment text
1 I(2) | Het was Danton, in 1792.~ 2 Voor(1)| Waarschijnlijk Eugène Oudinot (1827-1889), glazenier en vader 3 I | moet je weten dat Morin in 1862 of '63 veertien dagen naar 4 III | mij betreft, toen ik me in 1875 ging aanmelden als afgevaardigde, 5 Voor(1)| Waarschijnlijk Eugène Oudinot (1827-1889), glazenier en vader van 6 I | weten dat Morin in 1862 of '63 veertien dagen naar Parijs 7 II | doet er niet toe. Ik vond u aanbiddelijk, de herinnering aan u liet 8 I | er misschien een die zich aandient. Wie weet? Je kunt zomaar 9 II | luisterde ernaar als naar iets aangenaams en nieuws, zonder goed te 10 I | gebaren van de jonge vrouw aangerend, die in hun armen viel, 11 II | dat beest van een Morin aangewend, en hier ben ik dan. De 12 II | toevoegde, mij tersluiks aankijkend: "En ook niet zo lelijk."~     13 II | maakte, was dat de oom een aanklacht had ingediend. Het openbaar 14 III | telegram van de tante waarin ze aankondigde de volgende ochtend om zeven 15 I | dat was een opening, een aanleiding. En hij wachtte op een gelukkige 16 III | toen ik me in 1875 ging aanmelden als afgevaardigde, moest 17 I | dat je het durft of kunt aanraken. Amper proef je een paar 18 I | vervolging aan zijn broek wegens aantasting van de goede zeden in het 19 I | zijn voorraad te moeten aanvullen. Je weet wat voor een handelaar 20 I | het station van Mauzé. De aanwezige politieagent arresteerde 21 III | Maar ik vond geen enkele aanwijzing. Op goed geluk pakte ik 22 III | toegewijd in die zaak..." Hij aarzelde en zei toen zachter, alsof 23 II | geloven.~    De man leek te aarzelen, maar hij kon niets beslissen 24 III | van "ja, blijf toch". Ik accepteerde, maar Rivet stond erop te 25 III | Henriette Bonnel."~    "Ach!" En ik voelde me verbleken.~     26 II | gerucht van een dergelijke affaire, want niemand zou ooit aan 27 II | me om en zag Rivet op me afkomen.~    Hij ging midden op 28 III | verband daarmee een bezoek afleggen bij de nieuwe notaris van 29 I | mooie meid!"~    Toen ze afscheid had genomen van de oude 30 II | houd u hier. U blijft hier allebei eten en logeren, en als 31 II | Daarop zei ze: "Zo, u laat er anders ook geen gras over groeien. 32 III | een paar seconden kwam het antwoord: Wel verdorie, ik zeg gewoon 33 II | En ik pakte hem bij de arm om naar binnen te gaan.~ 34 III | vijfhonderd frank in de armenkas storten.~    Toen wilden 35 I | De aanwezige politieagent arresteerde Morin.~    Zodra het slachtoffer 36 III | pesterijen en telkens als ze ham aten vroegen ze hem: "Komt die 37 I | overtuigd dat ze zich op de baan zou storten, haar bij de 38 III | hem onder vier ogen, ik bad en ik smeekte, ik zei: " 39 I | sinds gisteravond op je bank te blijven zitten?~    Toe 40 I | en strekte zich uit op de bankjes om te gaan slapen.~    Morin 41 III | om niet in lachen uit te barsten en verklaarde: "Jazeker, 42 II | vrouw, een grote, knokige en bebaarde kenau, zat hem constant 43 III | opbrandden.~    Na haar te hebben bedankt ging ik op kousenvoeten 44 II | onwillekeurige beweging een hoekje bedekte om de rest aan te bieden.~     45 II | vermaakt.~    Ik zei haar: "Bedenkt u nu eens, juffrouw, al 46 III | zo doorgaat, weet je, dan bederf je de zaak van dat varken 47 III | zeer opgehitst en zeer bedremmeld, want ik wist dondersgoed 48 II | wat ik zei, ik was bleek, bedrukt, huiverig, en voorzichtig 49 III | gaan bezoeken. Henriette beduidde me achter de rug van haar 50 II | ze leek niet in het minst beduusd, ze luisterde als iemand 51 III | zacht, romig, geparfumeerd, bedwelmend. Ik kon mijn mond niet van 52 II | gevoeld toen ik u zag en uw beeld heeft me niet meer losgelaten. 53 II | terug te zien en ik heb dat beest van een Morin aangewend, 54 II | u met geweld te hebben begeerd. Want na u te hebben gezien 55 II | tegen Rivet: "Sakkerloot, ik begin Morin te snappen."~    De 56 II | spelletje moet u niet weer beginnen."~    Ik deed heel nederig 57 II | Toen ik de situatie eenmaal begreep, had ik spijt van mijn kreten, 58 II | opzoeken, die tot mijn vrienden behoorde. Ik stuurde Morin naar huis 59 III | Beste jongen, je begon me behoorlijk te vervelen."~    Toen we 60 III | notaris van Tousserre, meester Belloncle. Een grote, gezette en mooie 61 II | riep uit: "Juffrouw, ik bemin u al een jaar!"~    Ze was 62 III | hem hoorde.~    Als een bengel op straat "varken" riep, 63 I | terwijl Morin haar val zat te beramen. Het werd dag en al snel 64 II | aarzelen, maar hij kon niets beslissen zonder zijn vrouw, die pas ' 65 III | iets urgents met hem te bespreken.~    En ik begon de deuren 66 II | die naar eigen inzicht te besteden.~    Omdat ik me niet alleen 67 III | die kant op. Zijn vrienden bestookten hem met de vreselijkste 68 I | provincie veertien dagen Parijs betekenen. Je krijgt er het vuur van 69 II | gezwegen, had u er niet beter aan gedaan niets te zeggen 70 I | praten zonder dat hij werd betiteld met "varken"?'~    Labarbe, 71 III | stierf hij.~    Wat mij betreft, toen ik me in 1875 ging 72 II | als Morin."~    Op haar beurt vroeg zij: "Hoe dat zo?" 73 III | ons zag begon hij zo te beven dat zijn polsen en zijn 74 II | omsloot ik haar middel in een bevende en steeds steviger omhelzing, 75 III | kuste haar elk moment, bevochtigde mijn lippen met de hare. 76 I | diensten die hij haar kon bewijzen, een levendige, hoffelijke 77 III | ik in verband daarmee een bezoek afleggen bij de nieuwe notaris 78 III | organiseren om ruïnes te gaan bezoeken. Henriette beduidde me achter 79 III | ze voelde dat ze zou gaan bezwijken, vluchtte ze weg.~    Ik 80 I | wilde... me... me..." En ze bezwijmde.~    Ze stonden op het station 81 II | bedekte om de rest aan te bieden.~    Ten slotte maakte ze 82 III | prins waren, huilde, viel bijna flauw, omhelsde Rivet, omhelsde 83 III | plotseling: Maar als ik bij oom binnenstap? Wat moet ik dan zeggen? 84 III | gelezen.~    Toen de eerste bladzijde eenmaal was omgeslagen, 85 II | denken wat ik zei, ik was bleek, bedrukt, huiverig, en voorzichtig 86 III | glipte onder mijn armen uit, blies mijn kaars uit en verdween.~     87 III | familieleden met het hoofd van "ja, blijf toch". Ik accepteerde, maar 88 I | gisteravond op je bank te blijven zitten?~    Toe nou, kijk 89 II | vermoedde iets waars in mijn blik, stond op het punt weer 90 I | krijgt er het vuur van in je bloed. Elke avond voorstellingen, 91 II | Ze ging er dwars door een bloemperk vandoor. Ik draaide me om 92 I | een jaar of twintig, was blond, groot, uitdagend van uiterlijk. 93 III | maar ik had al snel het boek dat ik zocht opengeslagen. 94 II | kunnen komen."~    Rivet bood weerstand, maar het verlangen 95 III | man de hand en gingen naar boven. Ze bracht ons eerst naar 96 III | brengen en haar weerstand te breken. Maar zodra ze voelde dat 97 III | probeerde haar hoofd op hol te brengen en haar weerstand te breken. 98 I | gerechtelijke vervolging aan zijn broek wegens aantasting van de 99 III | tegen Rivet: "Je bent een bruut." Hij antwoordde: "Beste 100 II | haar oom en tante, brave burgers in Mauzé.~    Wat Morins 101 II | Morin elke avond in het Café du Commerce.~    De dag 102 Voor(1)| glazenier en vader van Camille en Hermine Oudinot, met 103 II | hoofdredacteur van de Fanal des Charentes. En ik zag Morin elke avond 104 II | elke avond in het Café du Commerce.~    De dag na zijn avontuur 105 I | naar een passend woord, een compliment, kortom, iets te zeggen, 106 II | ontving, ons gelukwenste, complimenten maakte, de handen schudde, 107 II | bebaarde kenau, zat hem constant op zijn kop. Ze bracht me 108 I | een levendige, hoffelijke conversatie die zou uitlopen op een 109 Voor(1)| Oudinot, met wie Maupassant correspondeerde.~ 110 II | Tussen de begeerte en de daad, meneer, is plaats voor 111 II | verklaring af, lang, teder, en daarbij drukte en kuste ik haar 112 III | afgevaardigde, moest ik in verband daarmee een bezoek afleggen bij 113 I | volgde haar nog steeds. Daarna stapte ze in een lege wagon, 114 III | Jazeker, het is geregeld, dankzij Labarbe."~    En wij naar 115 I | Je ziet alleen nog maar danseressen in pakjes, gedecolleteerde 116 I | glimlach gold hem, dat was wel degelijk een subtiele uitnodiging, 117 II | nichtje was weg en ik sneed de delicate kwestie aan. Ik zwaaide 118 II | fluisterde me in het oor: "Ik denk dat we de zaak van dat varken 119 II | slotte verward, door te denken wat ik zei, ik was bleek, 120 I | uitlopen op... op wat jij denkt.~    Maar waar het hem nog 121 I | Vervolgens dacht hij met de moed der wanhoop: Jammer dan, ik 122 II | verduren na het gerucht van een dergelijke affaire, want niemand zou 123 II | Labarbe" genoemd. Ik was toen dertig, maar ik vroeg: "Hoe dat 124 II | hoofdredacteur van de Fanal des Charentes. En ik zag Morin 125 II | II~    Ik was destijds hoofdredacteur van de Fanal 126 II | gedaan niets te zeggen en die deugniet op zijn plaats te zetten 127 III | bespreken.~    En ik begon de deuren te inspecteren waarbij ik 128 II | rechtbank te verschijnen wegens dezelfde reden als Morin."~    Op 129 Voor | Voor dhr. Oudinot1~ 130 I | kennismaking voor, kleine diensten die hij haar kon bewijzen, 131 I | toneelspeelsters, ronde benen, dikke schouders, en dat alles 132 III | acht uur kwam de tante. De discussie was kort. De brave lieden 133 III | liepen de oom en Rivet te discussiëren. Hun schaduwen volgden ze 134 I | te springen, terwijl een dodelijk geschrokken Morin, ervan 135 I | haar armen naar buiten, dol van angst, probeerde te 136 II | ik nam haar aan. De arme donder zei de hele tijd: "Ik verzeker 137 III | bedremmeld, want ik wist dondersgoed dat ik amper zou slapen, 138 II | van haar oor. Ze leek wel dood, zo dromerig stond ze daar.~     139 II | nemen en zei vervolgens doodkalm: "O, maar met u is het niet 140 III | liet ze het mij vrijuit doorbladeren, en ik las zoveel hoofdstukken 141 II | meer had, haar vakantie doorbracht bij haar oom en tante, brave 142 III | dat ik amper zou slapen, doordat ik de hele tijd zou liggen 143 III | gemelijke toon: "Als je zo doorgaat, weet je, dan bederf je 144 II | Morin te regelen gaf de doorslag en wij namen de uitnodiging 145 II | een bloemperk vandoor. Ik draaide me om en zag Rivet op me 146 I | Labarbe, `nu heb je weer die drie woorden "dat varken Morin" 147 II | hij had de volgende middag dringende zaken af te handelen in 148 II | oor. Ze leek wel dood, zo dromerig stond ze daar.~    Daarop 149 I | Morin mompelde verrukt: "Drommels, dat is een mooie meid!"~     150 III | dan hun kamers maar." We drukten de man de hand en gingen 151 II | Morin elke avond in het Café du Commerce.~    De dag na 152 II | hard van stapel gelopen! Duid me dat niet euvel. Als u 153 III | woest alleen achter, in het duister, zocht lucifers, vond die 154 I | Morin" uitgesproken. Alle duivels nog aan toe, waarom heb 155 I | zielen, als we dat konden! Ik durf te wedden dat je alle dagen 156 I | handbereik, zonder dat je het durft of kunt aanraken. Amper 157 III | gingen weer naar binnen. Het duurde niet lang of een telegraafbeambte 158 II | achter me.~    Ze ging er dwars door een bloemperk vandoor. 159 II | naast de jonge dame. Ze was echt betoverend, betoverend!~     160 II | Ik legde vervolgens een echte verklaring af, lang, teder, 161 II | vraagt, dan heb ik maar één diep verlangen en dat is 162 II | niemand zou ooit aan een eenvoudig kusje geloven.~    De man 163 II | getuigschrift, een titel, een eer zou zijn, u met geweld te 164 II | wagon vertellen. Wees nou eerlijk, tussen ons gezegd en gezwegen, 165 III | vroeg ze.~    Ik stamelde: "Eh... nee... mevrouw."~    " 166 II | hij me liet om die naar eigen inzicht te besteden.~     167 III | lucifers, vond die niet. Eindelijk vond ik er en ging de gang 168 II | betoverend, betoverend!~    Met eindeloze omzichtigheid sneed ik haar 169 III | tegen me aan, kuste haar elk moment, bevochtigde mijn 170 II | nu eens, juffrouw, al die ellende die u krijgt. U moet voor 171 II | vrouw een jonge dame was, ene juffrouw Henriette Bonnel, 172 II | geluisterd."~    Ik pakte enigszins verward haar hand en stamelde: " 173 III | persoonlijk. Maar ik vond geen enkele aanwijzing. Op goed geluk 174 II | maakte, de handen schudde, enthousiast om twee redacteurs van zijn 175 III | mijn handen vast, kneep erin alsof hij ze stuk wilde 176 III | Heel La Rochelle zat ermee in de maag. Rivet, wiens 177 II | haar vingers. Ze luisterde ernaar als naar iets aangenaams 178 II | Hoe dat zo?" Ik keek haar ernstig en diep in de ogen.~    " 179 III | accepteerde, maar Rivet stond erop te gaan.~    Ik nam hem 180 Voor(1)| Waarschijnlijk Eugène Oudinot (1827-1889), glazenier 181 II | gelopen! Duid me dat niet euvel. Als u eens wist..." Vergeefs 182 II | triomfkreet en zei: "Wacht even, ik heb een prima idee. 183 III | me achter de rug van haar familieleden met het hoofd van "ja, blijf 184 III | voorbeeldig u bent geweest, zo fijngevoelig, zo tactvol, zo toegewijd 185 III | waren, huilde, viel bijna flauw, omhelsde Rivet, omhelsde 186 III | mevrouw Morin, die hem met een flinke zet in zijn stoel terug 187 I | de expres. De locomotief floot, de trein vertrok. Ze waren 188 I | minderwaardige gerechten. En dan ga je weer weg, het hart nog 189 II | of hij naar de gevangenis gaat en voor het gerecht moet 190 II | varken Morin te regelen gaf de doorslag en wij namen 191 I | verbaliseerde. En de arme galanteriehandelaar kon pas die avond naar huis, 192 I | ook nog dat hij een grote galanteriewinkel had aan de kade van La Rochelle?'~    ` 193 III | Eindelijk vond ik er en ging de gang op, half gek, met mijn kandelaar 194 II | geluk.""~    Ze begon van ganser harte te lachen.~    "U 195 I | alle dagen zonder het in de gaten te hebben prachtige gelegenheden 196 II | Tonnelet, was toevallig geabonneerd op de Fanal en een overtuigd 197 I | gaan. Toch zou zij maar een gebaar hoeven te maken om me aan 198 I | beambten kwamen op de wanhopige gebaren van de jonge vrouw aangerend, 199 III | vragen wat u 's morgens gebruikt: chocola, thee of koffie?"~     200 III | ik wilde haar. Ik deed gedachteloos een paar stappen. Toen dacht 201 I | maar danseressen in pakjes, gedecolleteerde toneelspeelsters, ronde 202 II | heel nederig en zei met gedempte stem: "O juffrouw, als u 203 III | roman, het goddelijkste gedicht dat ik ooit heb gelezen.~     204 II | Jij bent een varken. Zo gedraag je je toch niet."~    Hij 205 III | nog nooit zulke lekkere gedronken. Een chocola om voor te 206 I | subtiele uitnodiging, het gedroomde signaal waarop hij zat te 207 III | leven. Ik had die zaak best gedurende de rest van mijn bestaan 208 II | hij zou nog veel langer geduurd hebben als ik niet "hm! 209 III | Morin."~    Ik was dus wel gedwongen ook te gaan. Het was een 210 II | schertsend: "Kijk eens, juffrouw, geef nou toe dat hij te verontschuldigen 211 II | papieren voor onderwijzeres had gehaald en die, omdat ze geen vader 212 II | als ik niet "hm! hm!" had gehoord, een paar passen achter 213 III | Hij leek wat zenuwachtig, geïrriteerd als iemand die amper heeft 214 I | Je hebt Morin toch wel gekend, en je herinnert je ook 215 III | zachtjes op mijn deur werd geklopt.~    Ik vroeg: "Wie is daar?"~     216 II | Wat heb jij voor elkaar gekregen? Ik sta wel in voor de nicht."~     217 II | dat ik haar niet eens heb gekust, nee, niet eens. Ik verzeker 218 III | met haar man alleen had gelaten, greep hij mijn handen vast, 219 I | gaten te hebben prachtige gelegenheden voorbij laat gaan. Toch 220 III | gedicht dat ik ooit heb gelezen.~    Toen de eerste bladzijde 221 II | veel te hard van stapel gelopen! Duid me dat niet euvel. 222 II | spijt van naar u te hebben geluisterd."~    Ik pakte enigszins 223 II | open armen ontving, ons gelukwenste, complimenten maakte, de 224 III | heeft geslapen, en sprak op gemelijke toon: "Als je zo doorgaat, 225 II | de rechtbank verschijnen, gemene blikken trotseren, spreken 226 I | Toen ze afscheid had genomen van de oude dame, ging ze 227 III | te sterven, zacht, romig, geparfumeerd, bedwelmend. Ik kon mijn 228 I | nog diep geschokt, de ziel geprikkeld, met een soort kriebel van 229 II | niet meer met rust, ik heb geprobeerd u terug te zien en ik heb 230 II | gevangenis gaat en voor het gerecht moet verschijnen. Ik heb 231 I | avond naar huis, met een gerechtelijke vervolging aan zijn broek 232 I | keer wat minderwaardige gerechten. En dan ga je weer weg, 233 I | Elke avond voorstellingen, geritsel van vrouwen, een voortdurende 234 II | krijgen te verduren na het gerucht van een dergelijke affaire, 235 II | En hij zag zijn handel al geruïneerd, zijn naam in het slijk, 236 I | weer weg, het hart nog diep geschokt, de ziel geprikkeld, met 237 I | springen, terwijl een dodelijk geschrokken Morin, ervan overtuigd dat 238 II | huilen, zijn vrouw had hem geslagen. En hij zag zijn handel 239 III | als iemand die amper heeft geslapen, en sprak op gemelijke toon: " 240 I | gelukkige omstandigheid, met geteisterd gevoelsleven en zijn geest 241 III | voor mij." Maar hij leek getergd en zei een paar keer in 242 II | omdat het voor mij een getuigschrift, een titel, een eer zou 243 II | laat me koud of hij naar de gevangenis gaat en voor het gerecht 244 I | hoeven te maken om me aan te geven dat ze niets liever wil...~     245 II | het hek. Ik heb een schok gevoeld toen ik u zag en uw beeld 246 II | opzoeken. Die missie zou gevoelig liggen, maar ik nam haar 247 I | omstandigheid, met geteisterd gevoelsleven en zijn geest helemaal hoteldebotel.~     248 II | meneer."~    Maar ik had het gevonden, ik riep uit: "Juffrouw, 249 III | ook hoe voorbeeldig u bent geweest, zo fijngevoelig, zo tactvol, 250 II | een eer zou zijn, u met geweld te hebben begeerd. Want 251 II | hetzelfde was, want in het hele gewest werd ik "de mooie Labarbe" 252 III | emotie was hem te machtig geworden.~    Hij werd in de hele 253 II | nou eerlijk, tussen ons gezegd en gezwegen, had u er niet 254 III | meester Belloncle. Een grote, gezette en mooie vrouw ontving me.~    " 255 II | eerlijk, tussen ons gezegd en gezwegen, had u er niet beter aan 256 I | op en schreeuwde: "Help", gillend van schrik. Ze opende het 257 I | daar als een paal sinds gisteravond op je bank te blijven zitten?~     258 Voor(1)| Eugène Oudinot (1827-1889), glazenier en vader van Camille en 259 II | op het punt weer te gaan glimlachen en mompelde: "Grappenmaker."~     260 III | werkelijk de mooiste roman, het goddelijkste gedicht dat ik ooit heb 261 I | wegens aantasting van de goede zeden in het openbaar.~ 262 I | twijfel meer aan, die glimlach gold hem, dat was wel degelijk 263 III | meneer, ik heb u al heel lang graag willen zien. Mijn vrouw 264 I | met uitgestrekte handen, grage lippen, pakte haar in zijn 265 II | grapjes." En ze had het woord "grapjas" nog niet uitgesproken, 266 II | lachen.~    "U bent een grapjes." En ze had het woord "grapjas" 267 II | glimlachen en mompelde: "Grappenmaker."~    Ik stak mijn hand 268 II | Die uitdrukking was grappig, zij het weinig duidelijk. 269 II | laat er anders ook geen gras over groeien. Maar dat spelletje 270 III | man alleen had gelaten, greep hij mijn handen vast, kneep 271 III | schoof ik voorzichtig de grendel voor, ik liep op mijn tenen 272 II | in mijn armen en drukte gretige kussen op alle plekken, 273 II | anders ook geen gras over groeien. Maar dat spelletje moet 274 II | vrienden die hem niet meer groetten. Ik kreeg ten slotte medelijden 275 II | en gekwetst los. "U bent grof meneer, ik krijg er spijt 276 I | jaar of twintig, was blond, groot, uitdagend van uiterlijk. 277 III | onderweg was verdampt, had de grootste moeite om niet in lachen 278 II | vroeg: "Hoe dat zo?"~    Ze haalde haar schouders op en antwoordde: " 279 III | pesterijen en telkens als ze ham aten vroegen ze hem: "Komt 280 I | dat alles vrijwel onder handbereik, zonder dat je het durft 281 III | stevige en stilzwijgende handdrukken bij wijze van vaarwel, zei 282 II | geslagen. En hij zag zijn handel al geruïneerd, zijn naam 283 I | aanvullen. Je weet wat voor een handelaar uit de provincie veertien 284 II | middag dringende zaken af te handelen in La Rochelle.~    Twee 285 I | het slachtoffer van zijn handtastelijkheden weer bij kennis was legde 286 II | gekwetst. Ik ben veel te hard van stapel gelopen! Duid 287 III | naar mijn kamer, toen een harde hand mij staande hield. 288 II | zoenen."~    Ze begon nog harder te lachen en ontblootte 289 II | waar ik maar kon, op haar haren, op haar voorhoofd, op haar 290 II | Ze begon van ganser harte te lachen.~    "U bent een 291 II | u stond daar, voor het hek. Ik heb een schok gevoeld 292 I | eerste straal, een lange, heldere straal vanaf de horizon 293 I | sprong op en schreeuwde: "Help", gillend van schrik. Ze 294 III | Wel Henriette, wijs de heren dan hun kamers maar." We 295 II | vond u aanbiddelijk, de herinnering aan u liet me niet meer 296 I | Morin toch wel gekend, en je herinnert je ook nog dat hij een grote 297 III | mooie vrouw ontving me.~    "Herkent u me niet?" vroeg ze.~     298 Voor(1)| en vader van Camille en Hermine Oudinot, met wie Maupassant 299 III | terug duwde.~    Maar hij herstelde niet van die slag, de emotie 300 II | een ogenblik zei ze: "Ik hoef niets te weten, meneer."~     301 II | onwillekeurige beweging een hoekje bedekte om de rest aan te 302 III | voortdurend, een zieltogend hoestje, zonder dat het duidelijk 303 III | sterven van angst. En hij hoestte voortdurend, een zieltogend 304 I | zou zij maar een gebaar hoeven te maken om me aan te geven 305 I | bewijzen, een levendige, hoffelijke conversatie die zou uitlopen 306 II | II~    Ik was destijds hoofdredacteur van de Fanal des Charentes. 307 III | doorbladeren, en ik las zoveel hoofdstukken dat onze kaarsen helemaal 308 II | als mijn vrouw terugkomt, hoop ik dat we tot overeenstemming 309 I | Hij zei bij zichzelf: Je hoort zoveel spoorromances. Dit 310 I | jou nou nooit over Morin horen praten zonder dat hij werd 311 I | heldere straal vanaf de horizon op het lieve gezicht van 312 I | gevoelsleven en zijn geest helemaal hoteldebotel.~    Maar de nacht verstreek 313 II | laat u gewoon niet gaan, ik houd u hier. U blijft hier allebei 314 III | Toen wilden ze ons nog houden voor de dag. Ze zouden zelfs 315 III | ze van een prins waren, huilde, viel bijna flauw, omhelsde 316 II | toch niet."~    Hij zat te huilen, zijn vrouw had hem geslagen. 317 I | uitnodigend en vrolijk. Morin huiverde. Er was geen twijfel meer 318 II | ik was bleek, bedrukt, huiverig, en voorzichtig nam ik haar 319 III | maag. Rivet, wiens slechte humeur onderweg was verdampt, had 320 I | I~    `Nu moet je me toch 321 II | Wacht even, ik heb een prima idee. Ik laat u gewoon niet gaan, 322 II | II~    Ik was destijds hoofdredacteur 323 III | III~    Bij het eten werd mijn 324 II | de man af: "Nou ja, als ík u hier en nu zou zoenen, 325 II | zich ook bedenken dat die imbeciel zich als een woesteling 326 II | de oom een aanklacht had ingediend. Het openbaar ministerie 327 II | als die klacht zou worden ingetrokken. Dat moesten we dus voor 328 III | En ik begon de deuren te inspecteren waarbij ik mijn best deed 329 II | me liet om die naar eigen inzicht te besteden.~    Omdat ik 330 I | met de moed der wanhoop: Jammer dan, ik zet alles op alles. 331 III | barsten en verklaarde: "Jazeker, het is geregeld, dankzij 332 I | kussen die je de lippen doen jeuken.~     Morin verkeerde in 333 III | Hij antwoordde: "Beste jongen, je begon me behoorlijk 334 III | in dat ze ons eerst naar jouw kamer had gebracht." Toen 335 III | schreeuwen: "En, hebben jullie de zaak van dat varken Morin 336 III | mijn armen uit, blies mijn kaars uit en verdween.~    Ik 337 III | zoveel hoofdstukken dat onze kaarsen helemaal opbrandden.~     338 I | in die staat toen hij een kaartje naar La Rochelle kocht, 339 I | galanteriewinkel had aan de kade van La Rochelle?'~    `Ja, 340 III | Henriette, wijs de heren dan hun kamers maar." We drukten de man 341 III | gang op, half gek, met mijn kandelaar in de hand.~    Wat moest 342 III | vervelen."~    Toen we bij de kantoren van de Fanal kwamen, zag 343 II | alleen maar: "Maak dat de kat wijs."~    We waren alleen, 344 I | aan met ogen als van een katuil. `Hoe dat zo, ken jij het 345 II | Hij stelde voor de keizerlijke procureur te gaan opzoeken, 346 II | grote, knokige en bebaarde kenau, zat hem constant op zijn 347 III | omstandigheden u haar hebt leren kennen, ik weet ook hoe voorbeeldig 348 I | handtastelijkheden weer bij kennis was legde zij haar verklaring 349 I | stelde zich een ridderlijke kennismaking voor, kleine diensten die 350 III | rechtop in bed, aan te kijken.~    Vervolgens schoof ik 351 I | nacht verstreek en het mooie kind sliep nog altijd, terwijl 352 III | gezicht: "Ben je nou nog niet klaar met die zaak van dat varken 353 III | antwoordde: "Ik ben het."~    Ik kleedde me snel aan, deed open, 354 I | ridderlijke kennismaking voor, kleine diensten die hij haar kon 355 III | Ik zei: "Het is geregeld, klootzak, maar doe dit geen tweede 356 III | staan, met leeg hoofd en kloppend hart. Na een paar seconden 357 I | te lachen. Hij raakte de kluts kwijt, zocht naar een passend 358 II | natuurlijk niet tegenover een zo knap vrouwspersoon als u komen 359 II | van een mooi landhuis. Een knappe jonge meid kwam ons opendoen. 360 III | greep hij mijn handen vast, kneep erin alsof hij ze stuk wilde 361 II | Zijn vrouw, een grote, knokige en bebaarde kenau, zat hem 362 III | goed geluk pakte ik een knop vast, die ik omdraaide. 363 I | kaartje naar La Rochelle kocht, voor de expres van acht 364 III | gebruikt: chocola, thee of koffie?"~    Ik had haar al onstuimig 365 III | mosterdpleisters op zijn benen en koude kompressen op zijn hoofd, te sterven 366 I | lezen in zielen, als we dat konden! Ik durf te wedden dat je 367 III | tante. De discussie was kort. De brave lieden trokken 368 I | passend woord, een compliment, kortom, iets te zeggen, wat dan 369 II | luisterde als iemand die zich kostelijk vermaakt.~    Ik zei haar: " 370 II | niets schelen. Het laat me koud of hij naar de gevangenis 371 III | mosterdpleisters op zijn benen en koude kompressen op zijn hoofd, 372 III | hebben bedankt ging ik op kousenvoeten naar mijn kamer, toen een 373 II | twee redacteurs van zijn krant in huis te hebben. Rivet 374 II | hem niet meer groetten. Ik kreeg ten slotte medelijden met 375 II | begreep, had ik spijt van mijn kreten, maar toen was het al te 376 I | geprikkeld, met een soort kriebel van kussen die je de lippen 377 II | U bent grof meneer, ik krijg er spijt van naar u te hebben 378 II | onvermijdelijk ongunstige kritiek die de jonge dame zou krijgen 379 II | sprak heel zachtjes in die kroeshaartjes van haar oor. Ze leek wel 380 II | oom waren verdwenen in de kronkelige lanen. Ik legde vervolgens 381 II | Het werd een lange, lange kus en hij zou nog veel langer 382 II | zou ooit aan een eenvoudig kusje geloven.~    De man leek 383 II | en ik sneed de delicate kwestie aan. Ik zwaaide met het 384 I | lachen. Hij raakte de kluts kwijt, zocht naar een passend 385 III | Ik glipte tussen de lakens, zeer misnoegd, zeer opgehitst 386 II | voor de deur van een mooi landhuis. Een knappe jonge meid kwam 387 II | verdwenen in de kronkelige lanen. Ik legde vervolgens een 388 II | kus en hij zou nog veel langer geduurd hebben als ik niet " 389 II | mijne tegen en drukte die, langzaam omsloot ik haar middel in 390 III | vrijuit doorbladeren, en ik las zoveel hoofdstukken dat 391 III | verbleken.~    Zij leek nergens last van te hebben, glimlachte 392 II | magistraat.~    Ik hoorde dat de lastiggevallen vrouw een jonge dame was, 393 III | bleef stokstijf staan, met leeg hoofd en kloppend hart. 394 I | Daarna stapte ze in een lege wagon, en Morin volgde haar 395 I | zijn overwinning zouden leiden. Hij stelde zich een ridderlijke 396 III | Ik heb nog nooit zulke lekkere gedronken. Een chocola om 397 II | aankijkend: "En ook niet zo lelijk."~    Voordat ze een beweging 398 III | omstandigheden u haar hebt leren kennen, ik weet ook hoe 399 III | moeilijkste ogenblikken van mijn leven. Ik had die zaak best gedurende 400 I | hij haar kon bewijzen, een levendige, hoffelijke conversatie 401 II | Rivet erbij, een spotziek en levenswijs mannetje, om zijn mening 402 III | discussie was kort. De brave lieden trokken hun klacht in, en 403 III | omhelsd, verslond haar met liefkozingen en stotterde: "Ik wil... 404 II | Ik zweer u dat ik niet lieg."~    Ze zei alleen maar: " 405 III | lippen met de hare. Vóór ons liepen de oom en Rivet te discussiëren. 406 I | vanaf de horizon op het lieve gezicht van de slaapster.~     407 I | aan te geven dat ze niets liever wil...~    Hij ging dus 408 I | reizigers voor de expres. De locomotief floot, de trein vertrok. 409 II | blijft hier allebei eten en logeren, en als mijn vrouw terugkomt, 410 II | ze zich rood en gekwetst los. "U bent grof meneer, ik 411 II | beeld heeft me niet meer losgelaten. Geloof me of geloof me 412 III | achter, in het duister, zocht lucifers, vond die niet. Eindelijk 413 II | vervolgde: "Ja zeker, juffrouw, luister. Ik ken Morin niet en hij 414 III | Rochelle zat ermee in de maag. Rivet, wiens slechte humeur 415 II | Ze zei alleen maar: "Maak dat de kat wijs."~    We 416 II | Ik antwoordde: "Dat maakt niet uit, je bent toch een 417 III | vermengden zich.~    Vervolgens maakten we nog een wandeling in 418 I | wil...~    Hij ging dus machinaties zitten bedenken die tot 419 III | slag, de emotie was hem te machtig geworden.~    Hij werd in 420 II | naar huis en ging naar die magistraat.~    Ik hoorde dat de lastiggevallen 421 I | maar een gebaar hoeven te maken om me aan te geven dat ze 422 III | nog een wandeling in de maneschijn en ik fluisterde haar alle 423 II | een spotziek en levenswijs mannetje, om zijn mening te vragen.~     424 Voor(1)| Hermine Oudinot, met wie Maupassant correspondeerde.~ 425 II | groetten. Ik kreeg ten slotte medelijden met hem en riep mijn medewerker 426 II | en een overtuigd politiek medestander van ons, die ons met open 427 II | medelijden met hem en riep mijn medewerker Rivet erbij, een spotziek 428 II | wilde wagen, vroeg ik Rivet mee te gaan. Hij stemde in op 429 III | nieuwe notaris van Tousserre, meester Belloncle. Een grote, gezette 430 III | kwamen, zag ik dat er een menigte ons stond op te wachten... 431 II | in op voorwaarde dat we meteen zouden gaan, want hij had 432 II | door te worden. Ik zei bij mezelf: Dit is een vrolijke meid, 433 II | want hij had de volgende middag dringende zaken af te handelen 434 II | me afkomen.~    Hij ging midden op de weg staan en zonder 435 II | Daarop kwam haar hand de mijne tegen en drukte die, langzaam 436 I | dan toch."~    De trein minderde vaart en stopte. Twee beambten 437 I | proef je een paar keer wat minderwaardige gerechten. En dan ga je 438 II | ingediend. Het openbaar ministerie wilde de zaak wel seponeren 439 II | Maar ze leek niet in het minst beduusd, ze luisterde als 440 I | Danton niet was, dan is het Mirabeau2. Wat doet het er ook toe? 441 III | glipte tussen de lakens, zeer misnoegd, zeer opgehitst en zeer 442 II | familie te gaan opzoeken. Die missie zou gevoelig liggen, maar 443 I | Vervolgens dacht hij met de moed der wanhoop: Jammer dan, 444 II | omdat ze geen vader en moeder meer had, haar vakantie 445 II | Wat Morins situatie er moeilijker op maakte, was dat de oom 446 III | gaan. Het was een van de moeilijkste ogenblikken van mijn leven. 447 III | verdampt, had de grootste moeite om niet in lachen uit te 448 II | worden ingetrokken. Dat moesten we dus voor elkaar zien 449 III | tegen me aan, kuste haar elk moment, bevochtigde mijn lippen 450 II | we voor de deur van een mooi landhuis. Een knappe jonge 451 II | burgers in Mauzé.~    Wat Morins situatie er moeilijker op 452 III | onderuitgezakt in een stoel, met mosterdpleisters op zijn benen en koude kompressen 453 II | handel al geruïneerd, zijn naam in het slijk, onteerd, zijn 454 III | de hele tijd zou liggen nadenken over wat ik voor stoms had 455 I | ben jij onnozel, ben jij naïef om daar als een paal sinds 456 II | regelen gaf de doorslag en wij namen de uitnodiging aan.~     457 II | beginnen."~    Ik deed heel nederig en zei met gedempte stem: " 458 II | me van top tot teen op te nemen en zei vervolgens doodkalm: " 459 III | verbleken.~    Zij leek nergens last van te hebben, glimlachte 460 II | Henriette Bonnel, die in Parijs net haar papieren voor onderwijzeres 461 II | gekregen? Ik sta wel in voor de nicht."~    Rivet verklaarde: " 462 II | dergelijke affaire, want niemand zou ooit aan een eenvoudig 463 III | een bezoek afleggen bij de nieuwe notaris van Tousserre, meester 464 II | naar iets aangenaams en nieuws, zonder goed te weten wat 465 III | opengeslagen. Ik zal de titel niet noemen. Het was werkelijk de mooiste 466 III | bezoek afleggen bij de nieuwe notaris van Tousserre, meester Belloncle. 467 III | aankondigde de volgende ochtend om zeven uur te zullen komen, 468 II | verontschuldiging.~    Na een ogenblik zei ze: "Ik hoef niets te 469 III | was een van de moeilijkste ogenblikken van mijn leven. Ik had die 470 III | ik een knop vast, die ik omdraaide. Ik deed de deur open, ik 471 III | eerste bladzijde eenmaal was omgeslagen, liet ze het mij vrijuit 472 III | Ik had haar al onstuimig omhelsd, verslond haar met liefkozingen 473 II | bevende en steeds steviger omhelzing, ze verroerde zich nu helemaal 474 II | en drukte die, langzaam omsloot ik haar middel in een bevende 475 I | wachtte op een gelukkige omstandigheid, met geteisterd gevoelsleven 476 II | betoverend!~    Met eindeloze omzichtigheid sneed ik haar avontuur aan, 477 I | mooie vrouw zonder iets te ondernemen, grote gek.~    Ze glimlachte 478 III | naar Morin.~    Die zat onderuitgezakt in een stoel, met mosterdpleisters 479 III | Rivet, wiens slechte humeur onderweg was verdampt, had de grootste 480 II | Parijs net haar papieren voor onderwijzeres had gehaald en die, omdat 481 II | hem op de onvermijdelijk ongunstige kritiek die de jonge dame 482 I | glimlach: Ben jij stom, ben jij onnozel, ben jij naïef om daar als 483 III | koffie?"~    Ik had haar al onstuimig omhelsd, verslond haar met 484 II | nog harder te lachen en ontblootte al haar tanden. "Tussen 485 I | waar het hem nog steeds aan ontbrak, dat was een opening, een 486 III | mijn best deed de hare te ontdekken, die van haar persoonlijk. 487 II | zijn naam in het slijk, onteerd, zijn verontwaardigde vrienden 488 III | naast haar en mijn hand ontmoette onder het tafelkleed voortdurend 489 II | had kunnen doen om mij te ontwijken, had ik haar een stevige 490 II | schandaal, ik wees hem op de onvermijdelijk ongunstige kritiek die de 491 III | varken" riep, keek hij onwillekeurig die kant op. Zijn vrienden 492 II | waarvan ze door in een onwillekeurige beweging een hoekje bedekte 493 III | dat onze kaarsen helemaal opbrandden.~    Na haar te hebben bedankt 494 I | gillend van schrik. Ze opende het portier, zwaaide met 495 II | knappe jonge meid kwam ons opendoen. Dat was haar, vast. Ik 496 III | snel het boek dat ik zocht opengeslagen. Ik zal de titel niet noemen. 497 I | aan ontbrak, dat was een opening, een aanleiding. En hij 498 III | lakens, zeer misnoegd, zeer opgehitst en zeer bedremmeld, want 499 I | kuste. Ze had haar voile opgelicht en Morin mompelde verrukt: " 500 III | duidelijk was waar hij dat had opgelopen. Zijn vrouw bekeek hem met


1792-opgel | opkom-zweer

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License