Part
1 Voor| oogleden zakken, knikkebolden of geeuwden, ongevoelig voor
2 I | clematis die die keuze bepaalt, of het naïeve lonken van een
3 I | ik wil wel eens zien wat of ik voor je doen kan.'~
4 I | neerbuigende, die haar op een of andere manier voor de lippen
5 I | gekomen, het resultaat van een of andere verwarde, raadselachtige
6 II | onderscheidde, die niet eens zag of dat nu een os of een huis
7 II | eens zag of dat nu een os of een huis voorstelde.~
8 II | Maar het duurde niet lang of ze werd vertrouwelijker,
9 II | teleurstellingen. Zij zei: `God wil' of `God wil niet', zoals een
10 II | acht op.~ Als ik werkte, of het nu was onder in mijn
11 II | nu was onder in mijn dal, of in een of andere holle weg,
12 II | onder in mijn dal, of in een of andere holle weg, zag ik
13 II | adem alsof ze had gerend of alsof een of andere diepe
14 II | had gerend of alsof een of andere diepe ontroering
15 II | dat ik me altijd afvroeg of ik niets gedaan had wat
16 II | had wat haar tegenstond of gekwetst had.~ Ten slotte
17 II | geveinsde onverschilligheid, of ook wel met ingehouden ergernis.
18 III | doorzichtige mist zag je of liever gezegd vermoedde
19 III | ze ze plotseling terug, of liever gezegd ze rukte ze
20 III | van liefde van een vrouw, of ze nu vijftien of vijftig
21 III | vrouw, of ze nu vijftien of vijftig is, of ze nu van
22 III | vijftien of vijftig is, of ze nu van het volk of van
23 III | is, of ze nu van het volk of van de grote wereld is,
24 III | betrapt op het begaan van een of andere misdaad.~ Ik sliep
25 III | Liet ze ergens nog vrienden of familieleden achter? Hoe
|