Part
1 I | Ik waste mijn handen en ging weer naar buiten. De oude
2 I | verrukkelijk.~ Plotseling ging het houten hek aan de weg
3 I | er een in een hotel zag, ging ik ervandoor als een vogel
4 I | van een Engelse, en dan ging ik op haar af, aangetrokken
5 II | zoenen, erewoord!~ Ik ging naast haar aan tafel zitten,
6 II | verliet ze me plotseling en ging er snel vandoor, met haar
7 II | zei ze: `Dank u wel', en ging ervandoor.~ Maar het
8 II | toestaan dat ik die droeg, en ging naast me zitten. Zo bleef
9 II | snelle, ritmische pas. Ze ging dan plotseling zitten, buiten
10 II | in een zin, stond op en ging er zo snel en zo onverklaarbaar
11 II | dat niets schelen, en ze ging er ook schaamteloos mee
12 II | zuster, de zeewind.~ Nu ging ze naar haar kamer om wat
13 II | gaat wel over. Maar het ging helemaal niet over. Nu was
14 III| zich uit tot het verloren ging, verdronk in die melkige
15 III| ingestort. Dat wist ik. Ze ging ervandoor zonder dat ik
16 III| misdaad had begaan.~ Ik ging niet terug voor het middageten.
17 III| voor het middageten. Ik ging een tochtje maken langs
18 III| maaltijd liep af.~ Ik ging mijn pijp roken onder de
19 III| Harriet die naar binnen ging, die ons had gezien en die
20 III| verscheen niet. Moeder Lecacheur ging naar haar kamer, de Engelse
21 III| een appelaar, en af en toe ging de Geniesoldaat in de kelder
22 III| dat zelf wel eens zien en ging in het gat kijken. Toen
23 III| gezicht. Onder mijn vinger ging één oog een beetje open
24 III| takken, ontblootte.~ Toen ging ik bloemen plukken, klaprozen,
|