Part
1 I | tederheden geenszins verachten. Ook zij hebben een ziel en zintuigen,
2 I | de moeite waard, waar zij ook vandaan komt. Een hart dat
3 I | streek waar we dit jaar ook zijn, kwam ik op een avond
4 I | mevrouw Lecacheur, hebt u ook een kamer voor mij?'~
5 I | deed mij, waarom weet ik ook niet, aan een bokking met
6 I | de Heer meer dan van wat ook, ik bewonder Hem in Zijn
7 I | innerlijke vreugde.~ Vaak ook kwam ik haar ergens bij
8 I | blik op oneindig.~ Want ook ik bleef hangen, verbonden
9 I | wie zal het zeggen, hield ook iets van nieuwsgierigheid
10 II | mij puik leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien jaar
11 II | kaarsrecht op het klif, rood ook in haar purperen omslagdoek.
12 II | niets schelen, en ze ging er ook schaamteloos mee aan tafel,
13 II | geveinsde onverschilligheid, of ook wel met ingehouden ergernis.
14 II | gewelddadige waanzin, en ook nog iets anders, een koorts,
15 II | verwerkelijkt was en het ook nooit zou worden! En het
16 II | leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep,
17 III| vertrekken, en ik nam daartoe ook meteen het besluit.~
18 III| tafel. Miss Harriet was er ook, at ernstig, zonder met
19 III| herinneringen, misschien ook die blik die het dienstmeisje
20 III| vast vergist. Een paar keer ook dacht ik dat er iemand door
21 III| te wreken.~ Ik wilde ook kijken, in de hoop dat ik
22 III| Geniesoldaat en Celeste waren er ook bijgekomen. De lantaarn
23 III| dat ze ooit had gehad wat ook de meest wanhopige nog op
|