Part
1 I | rondzwerven. Je bent vrij, zonder banden van enigerlei aard,
2 I | banden van enigerlei aard, zonder zorgen, zonder kopbrekens,
3 I | enigerlei aard, zonder zorgen, zonder kopbrekens, zelfs zonder
4 I | zonder kopbrekens, zelfs zonder aan de volgende dag te hoeven
5 I | de weg die je leuk vindt, zonder een andere gids dan je fantasie,
6 I | andere gids dan je fantasie, zonder een ander richtsnoer dan
7 I | onze gastvrouw, plotseling, zonder enige inleiding tot die
8 I | er nog niet over praten zonder woest te worden en zonder
9 I | zonder woest te worden en zonder zich de beledigde onschuld
10 I | bediende haar niet graag, zonder dat ik er achter kon komen
11 II | stroomde. Het licht viel, zonder dat je het hemellichaam
12 II | een soort dorpsfilosoof, zonder veel middelen en zonder
13 II | zonder veel middelen en zonder veel invloed, want ze stelde
14 II | enkel ander volk heeft, en zonder enige reden verbleekte ze
15 III| wist ik. Ze ging ervandoor zonder dat ik een woord geuit had,
16 III| was er ook, at ernstig, zonder met iemand te spreken noch
17 III| het afgelopen, wellicht zonder dat ze ooit had gehad wat
18 III| mijn handen, en langzaam, zonder schrik en zonder walging,
19 III| langzaam, zonder schrik en zonder walging, drukte ik een kus,
|