Part
1 I | neerkomen.~ Ik vroeg: `Wel, mevrouw Lecacheur, hebt
2 I | allemaal verhuurd. Maar ik wil wel eens zien wat of ik voor
3 I | rook.~ `Hebt u momenteel wel reizigers?' vroeg ik haar.~
4 I | helling zag staan, het leek wel een mast met vlaggetjes.
5 I | moeder Lecacheur vroeg ik: `Wel, wat doet onze demon vandaag?'~
6 II | overwonnen. Ik had haar wel willen zoenen, erewoord!~
7 II | te vereeuwigen. Ze leek wel een karikatuur van extase.~
8 II | hoe u schildert. Wilt u wel? Ik ben heel nieuwsgierig.'
9 II | stoorde, zei ze: `Dank u wel', en ging ervandoor.~
10 II | poging mij te bekeren.~ Wel, haar Here God was een grappig
11 II | dacht: Vast een crisis, gaat wel over. Maar het ging helemaal
12 II | onverschilligheid, of ook wel met ingehouden ergernis.
13 III| iets voor me op, het leek wel een spook, maar het was
14 III| mezelf belachelijk voelde en wel kon raden dat ze ongelukkig
15 III| toen tot de bazin en zei: `Wel, mevrouw Lecacheur, ik ga
16 III| is. Ik gaf haar stiekem wel eens een kusje, een gewoonte
17 III| Lecacheur wilde dat zelf wel eens zien en ging in het
18 III| oogleden. Hij had in Afrika wel wat ergers gezien!~ Moeder
19 III| aan God geloofd had, zij wel, en dat ze dus op compensatie
|