Part
1 Voor| bok naast de koetsier, en we beklommen in de stap van
2 I | door dezelfde streek waar we dit jaar ook zijn, kwam
3 I | Binnen vijf minuten waren we het eens en zette ik mijn
4 II | landschapschilderen.~ Na het eten waren we tegelijk opgestaan en we
5 II | we tegelijk opgestaan en we maakten een wandelingetje
6 II | het klif, en daar gingen we, naast elkaar, tevreden
7 II | doordringende mildheid. We liepen nu langs de afgrond,
8 II | haar golfjes aandroeg. En we dronken met open mond en
9 II | is heel aangrijpend.'~ We gingen weer naar huis.~
10 II | uitgestoken hand op me af. En we waren meteen bevriend.~
11 II | slechts onder het eten en we spraken amper meer met elkaar.
12 III | rond etenstijd terug.~ We gingen zoals gewoonlijk
13 III | had miss Harriet gezien. We wachtten op haar, maar ze
14 III | zon te zien opkomen.~ We verbaasden ons er niet over
15 III | waarop geen blad beweegt. We hadden de tafel buiten gezet,
16 III | die daar onderin lag.~ We klommen met zijn tweeën
17 III | opening gebogen, begonnen we het lijk op te trekken.~
18 III | pakte haar bij de enkels en we trokken haar daar in de
19 III | den diën is mager!'~ We droegen haar naar haar kamer
|