Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
duurde 1
dwarrelende 1
echt 2
een 240
één 3
eens 14
eenvoudig 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
312 de
240 een
229 en
217 ik
166 van
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

een

                                              bold = Main text
    Part                                      grey = Comment text
1 Voor | Potocka, als eerbetoon van een toegewijd vriend1~    Wij 2 Voor | die de grond bedekte als een slecht geschoren baard. 3 Voor | te schudden en zich als een meisje dat uit bed stapt, 4 Voor | achterbank zat, riep: `Kijk, een haas,' en hij stak zijn 5 Voor | naar links uit, wijzend op een klaverveld. Het dier schoot 6 Voor | daarna sprong het weg over een geploegde akker, bleef staan, 7 Voor | achterhand begon te rennen en in een groot bietenveld verdween. 8 Voor | nog vier dagen.'~    Met een slaperig lachje antwoordde 9 Voor | Richelieu2, vertelt u ons eens een liefdesgeschiedenis die 10 Voor | wilt.'~    Leon Chenal, een oude schilder die zeer knap, 11 I | vijfentwintig en ik hing een beetje de kladschilder uit 12 I | bedoel ik dat zwerven met een rugzak, van herberg tot 13 I | die je leuk vindt, zonder een andere gids dan je fantasie, 14 I | dan je fantasie, zonder een ander richtsnoer dan wat 15 I | behaagt. Je blijft staan omdat een beekje je heeft getroffen, 16 I | omdat het voor de deur van een logementhouder zo lekker 17 I | of het naïeve lonken van een dienstertje in een herberg. 18 I | lonken van een dienstertje in een herberg. Je moet die rustieke 19 I | verachten. Ook zij hebben een ziel en zintuigen, die meisjes, 20 I | waar zij ook vandaan komt. Een hart dat slaat als je verschijnt, 21 I | slaat als je verschijnt, een oog dat huilt als je weggaat, 22 I | legt je hoofd te ruste in een wei, tussen margrieten en 23 I | klaprozen, en met open ogen, in een heldere plas zonlicht, zie 24 I | Je gaat zitten bij een bron die opwelt aan de voet 25 I | die opwelt aan de voet van een eik, te midden van een haardos 26 I | van een eik, te midden van een haardos van teer hoog gras, 27 I | mond op mond. Soms, als je een diepte tegenkomt in die 28 I | Je wordt blij als je op een heuvel staat, melancholisch 29 I | als de zon verdrinkt in een oceaan van bloedrode wolken 30 I | dompelt. En 's avonds, onder een maan die langs het firmament 31 I | jaar ook zijn, kwam ik op een avond in het dorpje Bénouville, 32 I | de hoge kust, recht als een muur, met haar uitstekende 33 I | dat korte, fijne en als een tapijt zo soepele gras dat 34 I | trage, zeilende vlucht van een meeuw die de witte kromming 35 I | zee, het bruine zeil van een vissersboot, had ik een 36 I | een vissersboot, had ik een gelukkige dag achter me, 37 I | vrijheid.~    Ze wezen me een boerderijtje waar reizigers 38 I | reizigers onderdak kregen, een soort herberg, gedreven 39 I | soort herberg, gedreven door een boerin, midden op een Normandisch 40 I | door een boerin, midden op een Normandisch erf, omgeven 41 I | Normandisch erf, omgeven door een dubbele rij beuken.~     42 I | moeder Lecacheur.~    Dat was een oude boerin, gerimpeld, 43 I | tegenzin leek te ontvangen, met een soort wantrouwen.~    Het 44 I | appelaars overdekten het erf met een dak van geurende bloesem 45 I | en zaaiden onophoudelijk een dwarrelende regen van roze 46 I | mevrouw Lecacheur, hebt u ook een kamer voor mij?'~    Verbaasd 47 I | de aangestampte vloer van een rustiek vertrek, gemeubileerd 48 I | vertrek, gemeubileerd met een bed, twee stoelen, een tafel 49 I | met een bed, twee stoelen, een tafel en een waskom. Het 50 I | twee stoelen, een tafel en een waskom. Het kwam uit op 51 I | vrouw was voor het avondeten een kip aan het stoven in haar 52 I | grote open haard met daarin een heugel, zwart van de rook.~    ` 53 I | ontevreden toon: `M'n hebben een dame, een oude Engelse. 54 I | toon: `M'n hebben een dame, een oude Engelse. Zij heeft 55 I | de magere ledematen van een Normandische kip, daarbij 56 I | hek aan de weg open, en een vreemde figuur liep op het 57 I | heel groot, zo strak in een omslagdoek met rode Schotse 58 I | verschijnen, met daarin een witte parasol voor toeristen. 59 I | toeristen. Haar gelaat, als van een mummie, omkaderd door rollen 60 I | waarom weet ik ook niet, aan een bokking met papillotten 61 I | zag staan, het leek wel een mast met vlaggetjes. Dat 62 I | ik haar de schalen door. Een lichte beweging met het 63 I | hoofd, amper merkbaar, en een Engels woord, zo zacht gemompeld 64 I | heette miss Harriet. Omdat ze een eenzaam dorp zocht om daar 65 I | ze at snel, terwijl ze een boekje las van de protestantse 66 I | gekregen, hem bezorgd door een jochie, tegen betaling van 67 I | de verblufte boerin dan een van haar brochures, bedoeld 68 I | onderwijzer had verklaard: `Dat is een atheïste', dus rustte er 69 I | atheïste', dus rustte er een soort veroordeling op haar. 70 I | Lecacheur, antwoordde: `Zij is een dissidente, maar God wil 71 I | warm loopt voor beginselen, een van die koppige puriteinsen 72 I | Engeland er zoveel voortbrengt, een van die onverdraaglijke 73 I | onbeschrijflijke toiletten en een vage lucht van rubber, waardoor 74 I | denken dat ze 's nachts in een etui worden opgeborgen.~     75 I | opgeborgen.~    Als ik er een in een hotel zag, ging ik 76 I | opgeborgen.~    Als ik er een in een hotel zag, ging ik ervandoor 77 I | zag, ging ik ervandoor als een vogel die een vogelverschrikker 78 I | ervandoor als een vogel die een vogelverschrikker op een 79 I | een vogelverschrikker op een akker ziet staan.~    Maar 80 I | voelde in haar beperkte geest een soort haat voor de extatische 81 I | die oude vrijster. Ze had een term gevonden om op haar 82 I | haar te plakken, natuurlijk een neerbuigende, die haar op 83 I | neerbuigende, die haar op een of andere manier voor de 84 I | gekomen, het resultaat van een of andere verwarde, raadselachtige 85 I | slechts `de demon', en schepte een vreemd genoegen in het hardop 86 I | meneer, maar die heeft een pad meegenomen waarvan ze 87 I | waskom gedaan en ze heeft 'm een verband aangelegen gelijk 88 I | verband aangelegen gelijk het een mens waar. Als dat geen 89 I | heiligschennis is!'~    Een andere keer had ze, toen 90 I | voet van het klif wandelde, een grote vis gekocht die net 91 I | uit de zak had geklopt. Na een maand kon hij er nog niet 92 I | Harriet, moeder Lecacheur had een geniale ingeving gehad toen 93 I | Afrika had gediend, hield er een andere mening op na. Hij 94 I | mening op na. Hij zei met een knipoog: `Dat is er een 95 I | een knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak, die gepensionneerd 96 I | omdat ze vreemd was, van een ander slag, van een andere 97 I | van een ander slag, van een andere taal, van een andere 98 I | van een andere taal, van een andere godsdienst. Kortom, 99 I | bewonderde God in de natuur. Op een avond trof ik haar geknield 100 I | trof ik haar geknield in een struik. Omdat ik iets roods 101 I | klif, als het schijnsel van een vuurtoren. Ze bekeek dan 102 I | Soms zag ik haar onder in een dal, snel lopend, met de 103 I | de veerkrachtige tred van een Engelse, en dan ging ik 104 I | kwam ik haar ergens bij een boerderij tegen, zittend 105 I | gras, in de schaduw van een appelaar, met haar bijbeltje 106 I | groene aarde die wij zelf op een dag met ons lichaam zullen 107 I | Lecacheur. Ik wilde zo graag een beetje die vreemde miss 108 II | Wij leerden elkaar op een onalledaagse manier kennen. 109 II | kennen. Ik was net klaar met een studie die mij puik leek, 110 II | rechterzijde van mijn doek toonde een rots, een enorme, wrattige 111 II | mijn doek toonde een rots, een enorme, wrattige rots, overdekt 112 II | die met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde helderheid 113 II | herinneren dat ik het langs een pad aan een koe toonde, 114 II | ik het langs een pad aan een koe toonde, en haar toeriep: ` 115 II | niet eens zag of dat nu een os of een huis voorstelde.~     116 II | zag of dat nu een os of een huis voorstelde.~    Miss 117 II | dromen.~    Ze mompelde een Brits `ow!', met zoveel 118 II | getroffen dan wanneer het van een koningin afkomstig was geweest. 119 II | accepteerde zij dat met een gemummificeerd glimlachje. 120 II | opgestaan en we maakten een wandelingetje over het erf. 121 II | doorgronden.~    Het was een luwe, loom makende avond, 122 II | omslagdoek strak om zich heen, een geïnspireerde blik en haar 123 II | van het blikveld, tekende een driemaster met volle zeilen 124 II | tegen de vurige hemel, en een stoomboot, dichterbij, voer 125 II | haar rook die achter haar een eindeloze wolk veroorzaakte, 126 II | roerloze schip dat nu in een lijst van vuur gevat scheen, 127 II | dag. Ze voelde voorwaar een enorme zin om de hemel, 128 II | ik er toch van...' Ik zag een traan in haar oog. Ze vervolgde: ` 129 II | vervolgde: `Ik wilde dat ik een vogeltje was om weg te vliegen 130 II | vereeuwigen. Ze leek wel een karikatuur van extase.~     131 II | dat gedaan zou hebben met een kameraad, waarbij ik toon, 132 II | aandachtig, begrijpend, in een poging de duistere betekenis 133 II | meteen bevriend.~    Het was een vreemd schepsel, dat een 134 II | een vreemd schepsel, dat een soort ziel met veren had, 135 II | natuur en de dieren, met een extatische liefde, gefermenteerd 136 II | inderdaad greep het zien van een zogende teef, van een merrie 137 II | van een zogende teef, van een merrie die met haar veulen 138 II | veulen tussen de benen door een wei rende, van een vogelnestje 139 II | door een wei rende, van een vogelnestje vol kleintjes, 140 II | piepend, met open bekjes, een enorme kop en een helemaal 141 II | bekjes, een enorme kop en een helemaal kaal lijf, haar 142 II | op zoek naar woorden om een opening te maken. Dan verliet 143 II | huppelende pas.~    Eindelijk, op een dag, raapte zij haar moed 144 II | de Petit-Val, waar ik aan een grote studie begon.~     145 II | zijn bewegingen. Als ik met een grote, plotseling met het 146 II | paletmes opgebrachte kleurvlek, een goed en onverwacht effect 147 II | in weerwil van zichzelf een klein `ow' van verbazing, 148 II | bewondering. Ze koesterde een soort vertederd ontzag voor 149 II | ontzag voor mijn doeken, een bijna religieus ontzag voor 150 II | menselijke weergave van een stukje van het goddelijk 151 II | kwamen op haar over als een soort schilderijen van heiligheid 152 II | ze te praten over God, in een poging mij te bekeren.~     153 II | Wel, haar Here God was een grappig ventje, een soort 154 II | was een grappig ventje, een soort dorpsfilosoof, zonder 155 II | of `God wil niet', zoals een sergeant die de dienstplichtige 156 II | Ik behandelde haar als een oude vriendin, met hartelijke 157 II | al snel dat haar houding een beetje veranderde. Aanvankelijk 158 II | onder in mijn dal, of in een of andere holle weg, zag 159 II | alsof ze had gerend of alsof een of andere diepe ontroering 160 II | verbleekte ze dan weer, werd van een aardkleur en leek op het 161 II | plotseling zweeg ze midden in een zin, stond op en ging er 162 II | ongetwijfeld ter ere van mij een beetje bijgesteld in de 163 II | U straalt vandaag als een ster, miss Harriet', steeg 164 II | meisjesbloed, bloed van een vijftienjarige.~    Maar 165 II | schilderen. Ik dacht: Vast een crisis, gaat wel over. Maar 166 II | gedaan en ik vroeg haar op een avond: `Miss Harriet, waarom 167 II | Ze antwoordde, met een volstrekt grappige ondertoon 168 II | sluiten.~    Ze kon me op een hele rare manier aankijken. 169 II | krijgen. Er lag in haar blik een soort waanzin, een mystieke 170 II | blik een soort waanzin, een mystieke en gewelddadige 171 II | en ook nog iets anders, een koorts, een wanhopige begeerte, 172 II | iets anders, een koorts, een wanhopige begeerte, ongeduldig 173 II | leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep, waarin 174 II | waarin haar hart vocht tegen een onbekende macht die zij 175 II(3)| Étretat na onweer uit 1870, een schilderij van Gustave Courbet, 176 III | III~    Het was echt een vreemde onthulling.~     177 III | ochtend vanaf zonsopgang aan een schilderij dat het volgende 178 III | volgende voorstelde.~    Een diep ravijn, gevat tussen 179 III | liever gezegd vermoedde je een mensenpaar, een jongen en 180 III | vermoedde je een mensenpaar, een jongen en een meisje, stevig 181 III | mensenpaar, een jongen en een meisje, stevig omhelsd, 182 III | gebogen, en mond op mond.~    Een eerste zonnestraal gleed 183 III | ochtendmist, verlichtte hem met een roze weerschijn achter de 184 III | vage gestalten overgaan in een zilverachtige helderheid. 185 III | voor me op, het leek wel een spook, maar het was miss 186 III | hier, juffrouw, ik heb hier een leuk schilderijtje voor 187 III | Ze zei niets, ze bleef er een hele poos roerloos naar 188 III | ik greep haar handen in een gebaar van plotselinge toegenegenheid, 189 III | toegenegenheid, typisch een gebaar van een Fransman 190 III | typisch een gebaar van een Fransman die sneller handelt 191 III | Ze liet haar handen een paar seconden in de mijne 192 III | huivering van liefde van een vrouw, of ze nu vijftien 193 III | ervandoor zonder dat ik een woord geuit had, liet me 194 III | me verrast achter als bij een wonder, en diep bedroefd 195 III | en diep bedroefd alsof ik een misdaad had begaan.~     196 III | het middageten. Ik ging een tochtje maken langs de rand 197 III | rondgezworven tot het avondeten, een beetje verdrietig, een beetje 198 III | een beetje verdrietig, een beetje dromerig, kwam ik 199 III | ogen naar mij op. Zij was een stevige meid van achttien, 200 III | aangelopen, fris, sterk als een paard, en heel schoon, wat 201 III | gaf haar stiekem wel eens een kusje, een gewoonte van 202 III | stiekem wel eens een kusje, een gewoonte van herberglieden, 203 III | met elkaar, bezorgde me nu een vrolijk gevoel in het lijf, 204 III | vrolijk gevoel in het lijf, een prikkeling van zoenen op 205 III | brede, mollige gestalte met een stortvloed aan liefkozingen. 206 III | los? Waarom heb ik mij met een ruk omgedraaid? Hoe heb 207 III | roerloos bleef staan, alsof ze een spook zag. Toen verdween 208 III | betrapt op het begaan van een of andere misdaad.~    Ik 209 III | Ik had me vast vergist. Een paar keer ook dacht ik dat 210 III | tafel buiten gezet, onder een appelaar, en af en toe ging 211 III | aardappelen, gebakken konijn en een salade. Toen zette ze een 212 III | een salade. Toen zette ze een schaal kersen voor ons neer, 213 III | ik het dienstmeisje mij een emmer goed koud water te 214 III | was. Waarschijnlijk had een buurman er bossen stro ingegooid, 215 III | Toen kwam ik op het idee een lantaarn aan een touw neer 216 III | het idee een lantaarn aan een touw neer te laten. Het 217 III | lantaarn bleef hangen boven een ondefinieerbare, wit-zwarte 218 III | Geniesoldaat riep: `Dat 's een paard, ik en heb den hoef 219 III | begon ik te trillen als een espenblad. Ik had een voet 220 III | als een espenblad. Ik had een voet herkend, daarna een 221 III | een voet herkend, daarna een gestrekt been. Het hele 222 III | dansen, stamelde ik: `Dat is een vrouw die... die... die 223 III | duister verdween. Hij had een lantaarn in één hand en 224 III | lantaarn in één hand en een touw in de andere. Al snel 225 III | mijn vinger ging één oog een beetje open en keek mij 226 III | schikte ik op haar voorhoofd een nieuw en raar kapsel. Toen 227 III | haar in de buurt. Ik vond een brief in haar zak, op het 228 III | dagen had doorgebracht. Een vreselijke gedachte beklemde 229 III | zwervend, verloren als een hond die zijn huis uit is 230 III | zij haar hele bestaan als een beschamende last had gedragen, 231 III | beschamende last had gedragen, een belachelijk omhulsel dat 232 III | rest? Waarom hield ze met een zo hartstochtelijke tederheid 233 III | de ziel, die was onder in een donkere put uitgedoofd. 234 III | sinistere en stille onderonsje. Een bleek licht kondigde de 235 III | dageraad aan, toen kroop een rode straal tot aan het 236 III | straal tot aan het bed, legde een staaf van vuur over de lakens 237 III | zonder walging, drukte ik een kus, een lange kus, op die 238 III | walging, drukte ik een kus, een lange kus, op die lippen 239 III | die lippen die er nooit een hadden gekregen.~     Leon 240 III | graaf van Étraille zich een paar keer de neus snuiten.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License