bold = Main text
Part grey = Comment text
1 Voor | gravin Potocka, als eerbetoon van een toegewijd vriend1~
2 Voor | vier dames en drie heren, van wie één op de bok naast
3 Voor | we beklommen in de stap van de paarden de grote helling
4 Voor | vertrokken om de ruïnes van Tancarville te gaan bekijken
5 Voor | ongevoelig voor de ontroering van de aanbrekende dag.~
6 Voor | herfst. Aan beide zijden van de weg strekten zich de
7 Voor | vergeeld door de korte stoppel van de gemaaide haver en tarwe,
8 Voor | geheel rood aan de rand van de horizon, en naarmate
9 Voor | en naarmate zij steeg, van minuut tot minuut helderder,
10 Voor | uit bed stapt, te ontdoen van haar hemd van witte damp.~
11 Voor | te ontdoen van haar hemd van witte damp.~ De graaf
12 Voor | witte damp.~ De graaf van Étraille, die op de achterbank
13 Voor | zijn dolle loop, veranderde van richting, bleef weer staan,
14 Voor | waarna het met grote sprongen van zijn achterhand begon te
15 Voor | wakker, omdat zij de loop van dat beest wilden volgen.~
16 Voor | buurvrouw, de kleine barones van Sérennes, die tegen de slaap
17 Voor | schudde ze haar versuffing van zich af en zei: `Vooruit,
18 Voor | hebben gehad dan de hertog van Richelieu2, vertelt u ons
19 Voor | trieste liefdesgeschiedenis van mijn leven vertellen. Ik
20 Voor(2)| Vignerot du Plessis, hertog van Richelieu (1696-1788), vriend
21 Voor(2)| Richelieu (1696-1788), vriend van Voltaire en berucht rokkenjager.~
22 I | zwerven met een rugzak, van herberg tot herberg, zogenaamd
23 I | niets fijners dan dat leven van op goed geluk rondzwerven.
24 I | bent vrij, zonder banden van enigerlei aard, zonder zorgen,
25 I | omdat het voor de deur van een logementhouder zo lekker
26 I | rook. Soms is het de geur van clematis die die keuze bepaalt,
27 I | bepaalt, of het naïeve lonken van een dienstertje in een herberg.
28 I | koeien slapen, en op het stro van zolders die nog warm waren
29 I | zolders die nog warm waren van de hitte van de dag. Ik
30 I | warm waren van de hitte van de dag. Ik heb herinneringen
31 I | pleziertjes die je kunt verkrijgen van charmante, deftige dames.~
32 I | haar bij die langdurige, van rust vervulde ontmoetingen.
33 I | bron die opwelt aan de voet van een eik, te midden van een
34 I | voet van een eik, te midden van een haardos van teer hoog
35 I | te midden van een haardos van teer hoog gras, glanzend
36 I | teer hoog gras, glanzend van leven. Je knielt neer, je
37 I | helemaal naakt in, en voel je van kop tot teen zo'n ijskoude
38 I | op je huid, de huivering van de snelle, lichte stroom.~
39 I | melancholisch aan de rand van plassen, extatisch als de
40 I | verdrinkt in een oceaan van bloedrode wolken en zij
41 I | de brandende helderheid van de dag.~ Zo zwervend
42 I | soepele gras dat aan de rand van de afgrond onder de zilte
43 I | afgrond onder de zilte wind van zee groeit. Uit volle borst
44 I | de trage, zeilende vlucht van een meeuw die de witte kromming
45 I | meeuw die de witte kromming van haar vleugels door de blauwe
46 I | groene zee, het bruine zeil van een vissersboot, had ik
47 I | overdekten het erf met een dak van geurende bloesem en zaaiden
48 I | onophoudelijk een dwarrelende regen van roze bloemblaadjes, die
49 I | op de aangestampte vloer van een rustiek vertrek, gemeubileerd
50 I | gebruiken met het personeel van de boerderij en de bazin,
51 I | daarin een heugel, zwart van de rook.~ `Hebt u momenteel
52 I | Tegen bijbetaling van vijf sollen per dag verkreeg
53 I | aan op de magere ledematen van een Normandische kip, daarbij
54 I | geen lange hand ter hoogte van haar dijen had zien verschijnen,
55 I | toeristen. Haar gelaat, als van een mummie, omkaderd door
56 I | pijpenkrullen, die bij elk van haar stappen opsprongen,
57 I | gestuit en leek absoluut niet van plan weer weg te gaan. Aan
58 I | terwijl ze een boekje las van de protestantse propaganda.
59 I | deelde ze aan iedereen uit, van die boekjes. Zelfs de pastoor
60 I | een jochie, tegen betaling van twee schelling loopgeld.
61 I | die verklaring: `Ik hou van de Heer meer dan van wat
62 I | hou van de Heer meer dan van wat ook, ik bewonder Hem
63 I | verblufte boerin dan een van haar brochures, bedoeld
64 I | dissidente, maar God wil de dood van de zondaar niet, en ik geloof
65 I | geloof dat zij iemand is van volmaakt moreel gedrag.'~
66 I | doorgebracht door de landen van de wereld te bereizen, omdat
67 I | loopt voor beginselen, een van die koppige puriteinsen
68 I | die koppige puriteinsen van wie Engeland er zoveel voortbrengt,
69 I | zoveel voortbrengt, een van die onverdraaglijke oude
70 I | naar toenemen, hun zeden van versteende maagden, hun
71 I | toiletten en een vage lucht van rubber, waardoor je zou
72 I | Lecacheur, instinctief afkerig van alles wat niet des boers
73 I | voor de extatische manier van doen van die oude vrijster.
74 I | extatische manier van doen van die oude vrijster. Ze had
75 I | was gekomen, het resultaat van een of andere verwarde,
76 I | in het hardop uitspreken van die twee lettergrepen, als
77 I | ze, toen ze aan de voet van het klif wandelde, een grote
78 I | knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak, die gepensionneerd
79 I | maar omdat ze vreemd was, van een ander slag, van een
80 I | was, van een ander slag, van een andere taal, van een
81 I | slag, van een andere taal, van een andere godsdienst. Kortom,
82 I | verschrikte blikken als die van bosuilen die op klaarlichte
83 I | haar plotseling aan de rand van het klif, als het schijnsel
84 I | klif, als het schijnsel van een vuurtoren. Ze bekeek
85 I | met de veerkrachtige tred van een Engelse, en dan ging
86 I | gezicht te zien, tevreden van diepe, innerlijke vreugde.~
87 I | het gras, in de schaduw van een appelaar, met haar bijbeltje
88 I | streek door duizend banden van liefde voor haar weidse
89 I | vergeten boerderij, ver van alles, dicht bij de aarde,
90 I | het zeggen, hield ook iets van nieuwsgierigheid mij bij
91 I | omgaat in die eenzame zielen van die oude, zwervende Engelse
92 II | regels. De hele rechterzijde van mijn doek toonde een rots,
93 II | niet de blauwe zee, de zee van leisteen, maar de zee van
94 II | van leisteen, maar de zee van jade, groenachtig, melkig
95 II | getroffen dan wanneer het van een koningin afkomstig was
96 II | gedachten aan: `O! Ik houd zo van de natuur!'~ Ik bood
97 II | atmosfeer, vol geuren, vol van de lucht van gras en van
98 II | geuren, vol van de lucht van gras en van de lucht van
99 II | van de lucht van gras en van de lucht van zeewier, streelt
100 II | van gras en van de lucht van zeewier, streelt het reukvermogen
101 II | ginder, ver weg, aan de grens van het blikveld, tekende een
102 II | schip dat nu in een lijst van vuur gevat scheen, te midden
103 II | gevat scheen, te midden van dat stralende hemellichaam.
104 II | tegen de gouden achtergrond van de verre hemel.~ Miss
105 II | blik het schitterend einde van de dag. Ze voelde voorwaar
106 II | mompelde: `O! Ik houd er zo van... ik houd er zo van...
107 II | zo van... ik houd er zo van... wat houd ik er toch van...'
108 II | van... wat houd ik er toch van...' Ik zag een traan in
109 II | leek wel een karikatuur van extase.~ Ik wendde me
110 II | poging de duistere betekenis van de woorden te raden, mijn
111 II | jongs en vurigs. Ze hield van de natuur en de dieren,
112 II | inderdaad greep het zien van een zogende teef, van een
113 II | zien van een zogende teef, van een merrie die met haar
114 II | benen door een wei rende, van een vogelnestje vol kleintjes,
115 II | beklagenswaardige wezens, ik houd van jullie sinds ik die ene
116 II | vergezelde zij mij tot de rand van het dorp, stilzwijgend,
117 II | met haar blik het uiteinde van mijn penseel in al zijn
118 II | verkreeg, slaakte ze in weerwil van zichzelf een klein `ow'
119 II | zichzelf een klein `ow' van verbazing, vreugde en bewondering.
120 II | die menselijke weergave van een stukje van het goddelijk
121 II | weergave van een stukje van het goddelijk werk. Mijn
122 II | als een soort schilderijen van heiligheid en soms begon
123 II | zelfs de vertrouwelinge van Zijn geheimen en Zijn teleurstellingen.
124 II | verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse rood dat geen
125 II | verbleekte ze dan weer, werd van een aardkleur en leek op
126 II | zijn, ongetwijfeld ter ere van mij een beetje bijgesteld
127 II | wangen, meisjesbloed, bloed van een vijftienjarige.~
128 II | volstrekt grappige ondertoon van woede: `Ik ben met u altijd
129 II(3) | uit 1870, een schilderij van Gustave Courbet, maar dan
130 III | huilde met die zenuwschokken van mensen die lang tegen de
131 III | haar handen in een gebaar van plotselinge toegenegenheid,
132 III | toegenegenheid, typisch een gebaar van een Fransman die sneller
133 III | duizenden. O, de huivering van liefde van een vrouw, of
134 III | de huivering van liefde van een vrouw, of ze nu vijftien
135 III | of vijftig is, of ze nu van het volk of van de grote
136 III | of ze nu van het volk of van de grote wereld is, gaat
137 III | tochtje maken langs de rand van het klif, omdat ik evenveel
138 III | ze ongelukkig was om gek van te worden.~ Ik vroeg
139 III | Ik wachtte het eind van de maaltijd af, wendde me
140 III | uiterlijk had geen spoor van schrik vertoond. Maar Celeste,
141 III | Zij was een stevige meid van achttien, rood aangelopen,
142 III | een kusje, een gewoonte van herberglieden, meer niet.~
143 III | heen en weer over het erf, van de ene kant naar de andere.
144 III | gehad, de vreemde ontmoeting van de ochtend, die rare en
145 III | gekomen naar aanleiding van die onthulling, charmante
146 III | gericht bij de aankondiging van mijn vertrek, dat alles
147 III | het lijf, een prikkeling van zoenen op lippen, en in
148 III | afsluiten, aan de overkant van de omheining. Ik trippelde
149 III | had betrapt op het begaan van een of andere misdaad.~
150 III | aan uit de keuken, ragout van schapenvlees met aardappelen,
151 III | voor ons neer, de eerste van het seizoen.~ Omdat ik
152 III | stem, die uit het binnenste van de aarde leek te komen: `
153 III | hij nieuws kwam brengen van haar die daar onderin lag.~
154 III | verborgen achter de muur van het huis. Toen ze de zwarte
155 III | schoenen en de witte kousen van de drenkeling uit dat gat
156 III | ontrold, hingen te druipen van het slijk. De Geniesoldaat
157 III | blik, die vreselijke blik van lijken, die schijnt van
158 III | van lijken, die schijnt van achter het leven weg te
159 III | genegenheid en alle liefde ver van zich had gehouden?~ Wat
160 III | eeuwige onrechtvaardigheid van de genadeloze natuur gericht!
161 III | hartstochtelijke tederheid van alle dingen en alle levende
162 III | dat ze dus op compensatie van haar ongeluk had gehoopt.
163 III | door vogels in de vorm van zaad worden meegenomen,
164 III | meegenomen, en als vlees van beesten zou zij weer mensenvlees
165 III | het bed, legde een staaf van vuur over de lakens en over
166 III | hoorde op de bok de graaf van Étraille zich een paar keer
|