Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
vak 1
vaktermen 1
vallen 2
van 166
vanaf 1
vandaag 2
vandaan 3
Frequency    [«  »]
240 een
229 en
217 ik
166 van
161 het
159 haar
150 ze
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

van

                                                 bold = Main text
    Part                                         grey = Comment text
1 Voor | gravin Potocka, als eerbetoon van een toegewijd vriend1~     2 Voor | vier dames en drie heren, van wie één op de bok naast 3 Voor | we beklommen in de stap van de paarden de grote helling 4 Voor | vertrokken om de ruïnes van Tancarville te gaan bekijken 5 Voor | ongevoelig voor de ontroering van de aanbrekende dag.~     6 Voor | herfst. Aan beide zijden van de weg strekten zich de 7 Voor | vergeeld door de korte stoppel van de gemaaide haver en tarwe, 8 Voor | geheel rood aan de rand van de horizon, en naarmate 9 Voor | en naarmate zij steeg, van minuut tot minuut helderder, 10 Voor | uit bed stapt, te ontdoen van haar hemd van witte damp.~     11 Voor | te ontdoen van haar hemd van witte damp.~    De graaf 12 Voor | witte damp.~    De graaf van Étraille, die op de achterbank 13 Voor | zijn dolle loop, veranderde van richting, bleef weer staan, 14 Voor | waarna het met grote sprongen van zijn achterhand begon te 15 Voor | wakker, omdat zij de loop van dat beest wilden volgen.~     16 Voor | buurvrouw, de kleine barones van Sérennes, die tegen de slaap 17 Voor | schudde ze haar versuffing van zich af en zei: `Vooruit, 18 Voor | hebben gehad dan de hertog van Richelieu2, vertelt u ons 19 Voor | trieste liefdesgeschiedenis van mijn leven vertellen. Ik 20 Voor(2)| Vignerot du Plessis, hertog van Richelieu (1696-1788), vriend 21 Voor(2)| Richelieu (1696-1788), vriend van Voltaire en berucht rokkenjager.~ 22 I | zwerven met een rugzak, van herberg tot herberg, zogenaamd 23 I | niets fijners dan dat leven van op goed geluk rondzwerven. 24 I | bent vrij, zonder banden van enigerlei aard, zonder zorgen, 25 I | omdat het voor de deur van een logementhouder zo lekker 26 I | rook. Soms is het de geur van clematis die die keuze bepaalt, 27 I | bepaalt, of het naïeve lonken van een dienstertje in een herberg. 28 I | koeien slapen, en op het stro van zolders die nog warm waren 29 I | zolders die nog warm waren van de hitte van de dag. Ik 30 I | warm waren van de hitte van de dag. Ik heb herinneringen 31 I | pleziertjes die je kunt verkrijgen van charmante, deftige dames.~     32 I | haar bij die langdurige, van rust vervulde ontmoetingen. 33 I | bron die opwelt aan de voet van een eik, te midden van een 34 I | voet van een eik, te midden van een haardos van teer hoog 35 I | te midden van een haardos van teer hoog gras, glanzend 36 I | teer hoog gras, glanzend van leven. Je knielt neer, je 37 I | helemaal naakt in, en voel je van kop tot teen zo'n ijskoude 38 I | op je huid, de huivering van de snelle, lichte stroom.~     39 I | melancholisch aan de rand van plassen, extatisch als de 40 I | verdrinkt in een oceaan van bloedrode wolken en zij 41 I | de brandende helderheid van de dag.~    Zo zwervend 42 I | soepele gras dat aan de rand van de afgrond onder de zilte 43 I | afgrond onder de zilte wind van zee groeit. Uit volle borst 44 I | de trage, zeilende vlucht van een meeuw die de witte kromming 45 I | meeuw die de witte kromming van haar vleugels door de blauwe 46 I | groene zee, het bruine zeil van een vissersboot, had ik 47 I | overdekten het erf met een dak van geurende bloesem en zaaiden 48 I | onophoudelijk een dwarrelende regen van roze bloemblaadjes, die 49 I | op de aangestampte vloer van een rustiek vertrek, gemeubileerd 50 I | gebruiken met het personeel van de boerderij en de bazin, 51 I | daarin een heugel, zwart van de rook.~    `Hebt u momenteel 52 I | Tegen bijbetaling van vijf sollen per dag verkreeg 53 I | aan op de magere ledematen van een Normandische kip, daarbij 54 I | geen lange hand ter hoogte van haar dijen had zien verschijnen, 55 I | toeristen. Haar gelaat, als van een mummie, omkaderd door 56 I | pijpenkrullen, die bij elk van haar stappen opsprongen, 57 I | gestuit en leek absoluut niet van plan weer weg te gaan. Aan 58 I | terwijl ze een boekje las van de protestantse propaganda. 59 I | deelde ze aan iedereen uit, van die boekjes. Zelfs de pastoor 60 I | een jochie, tegen betaling van twee schelling loopgeld. 61 I | die verklaring: `Ik hou van de Heer meer dan van wat 62 I | hou van de Heer meer dan van wat ook, ik bewonder Hem 63 I | verblufte boerin dan een van haar brochures, bedoeld 64 I | dissidente, maar God wil de dood van de zondaar niet, en ik geloof 65 I | geloof dat zij iemand is van volmaakt moreel gedrag.'~     66 I | doorgebracht door de landen van de wereld te bereizen, omdat 67 I | loopt voor beginselen, een van die koppige puriteinsen 68 I | die koppige puriteinsen van wie Engeland er zoveel voortbrengt, 69 I | zoveel voortbrengt, een van die onverdraaglijke oude 70 I | naar toenemen, hun zeden van versteende maagden, hun 71 I | toiletten en een vage lucht van rubber, waardoor je zou 72 I | Lecacheur, instinctief afkerig van alles wat niet des boers 73 I | voor de extatische manier van doen van die oude vrijster. 74 I | extatische manier van doen van die oude vrijster. Ze had 75 I | was gekomen, het resultaat van een of andere verwarde, 76 I | in het hardop uitspreken van die twee lettergrepen, als 77 I | ze, toen ze aan de voet van het klif wandelde, een grote 78 I | knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak, die gepensionneerd 79 I | maar omdat ze vreemd was, van een ander slag, van een 80 I | was, van een ander slag, van een andere taal, van een 81 I | slag, van een andere taal, van een andere godsdienst. Kortom, 82 I | verschrikte blikken als die van bosuilen die op klaarlichte 83 I | haar plotseling aan de rand van het klif, als het schijnsel 84 I | klif, als het schijnsel van een vuurtoren. Ze bekeek 85 I | met de veerkrachtige tred van een Engelse, en dan ging 86 I | gezicht te zien, tevreden van diepe, innerlijke vreugde.~     87 I | het gras, in de schaduw van een appelaar, met haar bijbeltje 88 I | streek door duizend banden van liefde voor haar weidse 89 I | vergeten boerderij, ver van alles, dicht bij de aarde, 90 I | het zeggen, hield ook iets van nieuwsgierigheid mij bij 91 I | omgaat in die eenzame zielen van die oude, zwervende Engelse 92 II | regels. De hele rechterzijde van mijn doek toonde een rots, 93 II | niet de blauwe zee, de zee van leisteen, maar de zee van 94 II | van leisteen, maar de zee van jade, groenachtig, melkig 95 II | getroffen dan wanneer het van een koningin afkomstig was 96 II | gedachten aan: `O! Ik houd zo van de natuur!'~    Ik bood 97 II | atmosfeer, vol geuren, vol van de lucht van gras en van 98 II | geuren, vol van de lucht van gras en van de lucht van 99 II | van de lucht van gras en van de lucht van zeewier, streelt 100 II | van gras en van de lucht van zeewier, streelt het reukvermogen 101 II | ginder, ver weg, aan de grens van het blikveld, tekende een 102 II | schip dat nu in een lijst van vuur gevat scheen, te midden 103 II | gevat scheen, te midden van dat stralende hemellichaam. 104 II | tegen de gouden achtergrond van de verre hemel.~    Miss 105 II | blik het schitterend einde van de dag. Ze voelde voorwaar 106 II | mompelde: `O! Ik houd er zo van... ik houd er zo van... 107 II | zo van... ik houd er zo van... wat houd ik er toch van...' 108 II | van... wat houd ik er toch van...' Ik zag een traan in 109 II | leek wel een karikatuur van extase.~    Ik wendde me 110 II | poging de duistere betekenis van de woorden te raden, mijn 111 II | jongs en vurigs. Ze hield van de natuur en de dieren, 112 II | inderdaad greep het zien van een zogende teef, van een 113 II | zien van een zogende teef, van een merrie die met haar 114 II | benen door een wei rende, van een vogelnestje vol kleintjes, 115 II | beklagenswaardige wezens, ik houd van jullie sinds ik die ene 116 II | vergezelde zij mij tot de rand van het dorp, stilzwijgend, 117 II | met haar blik het uiteinde van mijn penseel in al zijn 118 II | verkreeg, slaakte ze in weerwil van zichzelf een klein `ow' 119 II | zichzelf een klein `ow' van verbazing, vreugde en bewondering. 120 II | die menselijke weergave van een stukje van het goddelijk 121 II | weergave van een stukje van het goddelijk werk. Mijn 122 II | als een soort schilderijen van heiligheid en soms begon 123 II | zelfs de vertrouwelinge van Zijn geheimen en Zijn teleurstellingen. 124 II | verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse rood dat geen 125 II | verbleekte ze dan weer, werd van een aardkleur en leek op 126 II | zijn, ongetwijfeld ter ere van mij een beetje bijgesteld 127 II | wangen, meisjesbloed, bloed van een vijftienjarige.~     128 II | volstrekt grappige ondertoon van woede: `Ik ben met u altijd 129 II(3) | uit 1870, een schilderij van Gustave Courbet, maar dan 130 III | huilde met die zenuwschokken van mensen die lang tegen de 131 III | haar handen in een gebaar van plotselinge toegenegenheid, 132 III | toegenegenheid, typisch een gebaar van een Fransman die sneller 133 III | duizenden. O, de huivering van liefde van een vrouw, of 134 III | de huivering van liefde van een vrouw, of ze nu vijftien 135 III | of vijftig is, of ze nu van het volk of van de grote 136 III | of ze nu van het volk of van de grote wereld is, gaat 137 III | tochtje maken langs de rand van het klif, omdat ik evenveel 138 III | ze ongelukkig was om gek van te worden.~    Ik vroeg 139 III | Ik wachtte het eind van de maaltijd af, wendde me 140 III | uiterlijk had geen spoor van schrik vertoond. Maar Celeste, 141 III | Zij was een stevige meid van achttien, rood aangelopen, 142 III | een kusje, een gewoonte van herberglieden, meer niet.~     143 III | heen en weer over het erf, van de ene kant naar de andere. 144 III | gehad, de vreemde ontmoeting van de ochtend, die rare en 145 III | gekomen naar aanleiding van die onthulling, charmante 146 III | gericht bij de aankondiging van mijn vertrek, dat alles 147 III | het lijf, een prikkeling van zoenen op lippen, en in 148 III | afsluiten, aan de overkant van de omheining. Ik trippelde 149 III | had betrapt op het begaan van een of andere misdaad.~     150 III | aan uit de keuken, ragout van schapenvlees met aardappelen, 151 III | voor ons neer, de eerste van het seizoen.~    Omdat ik 152 III | stem, die uit het binnenste van de aarde leek te komen: ` 153 III | hij nieuws kwam brengen van haar die daar onderin lag.~     154 III | verborgen achter de muur van het huis. Toen ze de zwarte 155 III | schoenen en de witte kousen van de drenkeling uit dat gat 156 III | ontrold, hingen te druipen van het slijk. De Geniesoldaat 157 III | blik, die vreselijke blik van lijken, die schijnt van 158 III | van lijken, die schijnt van achter het leven weg te 159 III | genegenheid en alle liefde ver van zich had gehouden?~    Wat 160 III | eeuwige onrechtvaardigheid van de genadeloze natuur gericht! 161 III | hartstochtelijke tederheid van alle dingen en alle levende 162 III | dat ze dus op compensatie van haar ongeluk had gehoopt. 163 III | door vogels in de vorm van zaad worden meegenomen, 164 III | meegenomen, en als vlees van beesten zou zij weer mensenvlees 165 III | het bed, legde een staaf van vuur over de lakens en over 166 III | hoorde op de bok de graaf van Étraille zich een paar keer


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License