Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
herkrijgen 1
hernam 1
hertog 2
het 161
hetzelfde 1
heugel 1
heuvel 1
Frequency    [«  »]
229 en
217 ik
166 van
161 het
159 haar
150 ze
137 die
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

het

                                               bold = Main text
    Part                                       grey = Comment text
1 Voor | de aanbrekende dag.~    Het was herfst. Aan beide zijden 2 Voor | tot minuut helderder, leek het platteland te ontwaken, 3 Voor | wijzend op een klaverveld. Het dier schoot weg, vrijwel 4 Voor | weg, vrijwel verborgen in het veld, en toonde alleen zijn 5 Voor | oren, maar daarna sprong het weg over een geploegde akker, 6 Voor | de te nemen weg, waarna het met grote sprongen van zijn 7 Voor(1)| Maupassant toegevoegd aan het manuscript, toen hij dat 8 I | ander richtsnoer dan wat het oog behaagt. Je blijft staan 9 I | je heeft getroffen, omdat het voor de deur van een logementhouder 10 I | aardappelen rook. Soms is het de geur van clematis die 11 I | die die keuze bepaalt, of het naïeve lonken van een dienstertje 12 I | de koeien slapen, en op het stro van zolders die nog 13 I | avontuurlijke tochten, dat is het platteland, de bossen, de 14 I | zonlicht, zie je in de verte het dorpje met zijn puntige 15 I | neus bevochtigt, je drinkt het met lijfelijk genoegen, 16 I | onder een maan die langs het firmament trekt, denk je 17 I | kwam ik op een avond in het dorpje Bénouville, op de 18 I | weer voor de groene zee, het bruine zeil van een vissersboot, 19 I | achter me en begaf me naar het groepje gebouwen, omgeven 20 I | een soort wantrouwen.~    Het was mei, de bloeiende appelaars 21 I | bloeiende appelaars overdekten het erf met een dak van geurende 22 I | die maar op de mensen en het gras bleven neerkomen.~     23 I | Binnen vijf minuten waren we het eens en zette ik mijn rugzak 24 I | een tafel en een waskom. Het kwam uit op de keuken, groot, 25 I | hun maaltijd gebruiken met het personeel van de boerderij 26 I | De oude vrouw was voor het avondeten een kip aan het 27 I | het avondeten een kip aan het stoven in haar grote open 28 I | sollen per dag verkreeg ik het recht om alleen te eten 29 I | recht om alleen te eten op het erf als het mooi weer mocht 30 I | alleen te eten op het erf als het mooi weer mocht zijn.~     31 I | verrukkelijk.~    Plotseling ging het houten hek aan de weg open, 32 I | een vreemde figuur liep op het huis af. Ze was broodmager, 33 I | voorbij en verdween onder het rietdak.~    Die vreemde 34 I | over wie onze gastvrouw het had gehad.~    Ik zag haar 35 I | aan de helling zag staan, het leek wel een mast met vlaggetjes. 36 I | Een lichte beweging met het hoofd, amper merkbaar, en 37 I | zo zacht gemompeld dat ik het amper hoorde, waren haar 38 I | haar brochures, bedoeld om het universum te bekeren.~     39 I | universum te bekeren.~    In het dorp was ze volstrekt niet 40 I | voor de lippen was gekomen, het resultaat van een of andere 41 I | schepte een vreemd genoegen in het hardop uitspreken van die 42 I | ze aanstoot nam: `Je zult het niet geloven willen, meneer, 43 I | verband aangelegen gelijk het een mens waar. Als dat geen 44 I | toen ze aan de voet van het klif wandelde, een grote 45 I | bozer dan wanneer ze hem het geld uit de zak had geklopt. 46 I | Als die arme oude vrijster het geweten had?~    Het dienstmeisje 47 I | vrijster het geweten had?~    Het dienstmeisje Celeste bediende 48 I | zwierf de hele tijd over het platteland, zocht en bewonderde 49 I | verrast.~    Soms, als ik aan het werk was tussen de rotsen, 50 I | plotseling aan de rand van het klif, als het schijnsel 51 I | de rand van het klif, als het schijnsel van een vuurtoren. 52 I | verguld door licht, en het grote uitspansel, gepurperd 53 I | boerderij tegen, zittend in het gras, in de schaduw van 54 I | bemesten. En misschien, wie zal het zeggen, hield ook iets van 55 II | gele en rode wieren, waar het zonlicht als olie overheen 56 II | olie overheen stroomde. Het licht viel, zonder dat je 57 II | licht viel, zonder dat je het hemellichaam zag, want dat 58 II | vergulde die met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde helderheid 59 II | begon te dansen toen ik het terugbracht naar de herberg. 60 II | wilde dat de hele wereld het meteen zag. Ik kan me nog 61 II | me nog herinneren dat ik het langs een pad aan een koe 62 II | zien.'~    Toen ik voor het huis was aangekomen, riep 63 II | net achter mij langs op het ogenblik dat ik mijn doek 64 II | zaak zo te presenteren dat het niet aan haar blik kon ontsnappen. 65 II | stomverbaasd. Ik denk dat het haar rots was, waar ze opklom 66 II | meer getroffen dan wanneer het van een koningin afkomstig 67 II | zitten, zoals altijd. Voor het eerst begon ze te praten, 68 II | landschapschilderen.~    Na het eten waren we tegelijk opgestaan 69 II | maakten een wandelingetje over het erf. Ongetwijfeld aangetrokken 70 II | ontstak, opende ik vervolgens het hek dat uitkwam op het klif, 71 II | vervolgens het hek dat uitkwam op het klif, en daar gingen we, 72 II | begrijpen en doorgronden.~    Het was een luwe, loom makende 73 II | lucht van zeewier, streelt het reukvermogen met haar wilde 74 II | haar wilde parfum, streelt het gehemelte met haar zilte 75 II | ver weg, aan de grens van het blikveld, tekende een driemaster 76 II | dalen. En al snel raakte hij het water, pal achter het roerloze 77 II | hij het water, pal achter het roerloze schip dat nu in 78 II | verslonden door de oceaan. Je zag het zakken, kleiner worden, 79 II | kleiner worden, verdwijnen. Het was voorbij. Alleen nog 80 II | was voorbij. Alleen nog het bootje toonde zijn profiel, 81 II | met hartstochtelijke blik het schitterend einde van de 82 II | was om weg te vliegen in het firmament.'~    Ze bleef 83 II | had gezien, kaarsrecht op het klif, rood ook in haar purperen 84 II | lachen.~    Vervolgens had ik het met haar over schilderkunst, 85 II | begrijp ik, dat begrijp ik. Het is heel aangrijpend.'~     86 II | waren meteen bevriend.~    Het was een vreemd schepsel, 87 II | in enthousiasme afging. Het ontbrak haar aan evenwicht, 88 II | En inderdaad greep het zien van een zogende teef, 89 II | zij mij tot de rand van het dorp, stilzwijgend, duidelijk 90 II | ging ervandoor.~    Maar het duurde niet lang of ze werd 91 II | zitten, volgde met haar blik het uiteinde van mijn penseel 92 II | een grote, plotseling met het paletmes opgebrachte kleurvlek, 93 II | weergave van een stukje van het goddelijk werk. Mijn studies 94 II | kunnen voorkomen.~    Zij kon het trouwens uitstekend met 95 II | ongetwijfeld rechtstreeks uit het paradijs ontving.~    Ik 96 II | op.~    Als ik werkte, of het nu was onder in mijn dal, 97 II | een aardkleur en leek op het punt flauw te vallen. Maar 98 II | niet langer bekijken bij het schilderen. Ik dacht: Vast 99 II | crisis, gaat wel over. Maar het ging helemaal niet over. 100 II | helemaal niet over. Nu was het zo dat als ik het woord 101 II | Nu was het zo dat als ik het woord tot haar richtte, 102 II | zag haar nog slechts onder het eten en we spraken amper 103 II | misnoegen heeft gewekt? Het baart me zorgen u zo te 104 II | niet verwerkelijkt was en het ook nooit zou worden! En 105 II | ook nooit zou worden! En het leek mij dat er in haar 106 II(3) | Dit is herkenbaar Het klif bij Étretat na onweer 107 III | III~    Het was echt een vreemde onthulling.~     108 III | zonsopgang aan een schilderij dat het volgende voorstelde.~     109 III | bomen, strekte zich uit tot het verloren ging, verdronk 110 III | stevig omhelsd, zij met het hoofd naar hem opgeheven, 111 III | best mooi.~    Ik werkte op het pad dat naar de Petit-Val 112 III | Er dook iets voor me op, het leek wel een spook, maar 113 III | leek wel een spook, maar het was miss Harriet. Toen ze 114 III | vijftig is, of ze nu van het volk of van de grote wereld 115 III | is, gaat me zo recht naar het hart dat ik nooit aarzel 116 III | Ik ging niet terug voor het middageten. Ik ging een 117 III | maken langs de rand van het klif, omdat ik evenveel 118 III | als om te lachen, omdat ik het avontuur komisch en betreurenswaardig 119 III | Ik vond dat ik maar het beste kon vertrekken, en 120 III | ik nam daartoe ook meteen het besluit.~    Na te hebben 121 III | hebben rondgezworven tot het avondeten, een beetje verdrietig, 122 III | gewone doen.~    Ik wachtte het eind van de maaltijd af, 123 III | vertoond. Maar Celeste, het dienstmeisje, sloeg de ogen 124 III | en liep heen en weer over het erf, van de ene kant naar 125 III | misschien ook die blik die het dienstmeisje op mij had 126 III | nu een vrolijk gevoel in het lijf, een prikkeling van 127 III | bomen en ik zag Celeste het kippenhok afsluiten, aan 128 III | toen ze overeind kwam, na het luikje te hebben neergelaten 129 III | iemand achter mij stond?~    Het was miss Harriet die naar 130 III | wanneer ze me had betrapt op het begaan van een of andere 131 III | dacht ik dat er iemand door het huis liep en dat de buitendeur 132 III | wakker en liet me pas bij het middageten zien, nog verward 133 III | begonnen in stilte te eten.~    Het was warm, vreselijk warm, 134 III | was warm, vreselijk warm, het was zo'n branderige, zware 135 III | ons neer, de eerste van het seizoen.~    Omdat ik die 136 III | op te frissen, vroeg ik het dienstmeisje mij een emmer 137 III | droog was gevallen. Ze had het hele touw laten vieren en 138 III | wel eens zien en ging in het gat kijken. Toen ze terugkwam, 139 III | was dat? Toen kwam ik op het idee een lantaarn aan een 140 III | een touw neer te laten. Het gele licht danste tegen 141 III | daarna een gestrekt been. Het hele bovenlijf en het andere 142 III | been. Het hele bovenlijf en het andere been waren onder 143 III | waarbij ik toekeek hoe hij in het duister verdween. Hij had 144 III | klonk zijn stem, die uit het binnenste van de aarde leek 145 III | Stop.' Ik zag hem iets uit het water vissen, het andere 146 III | iets uit het water vissen, het andere been, vervolgens 147 III | opening gebogen, begonnen we het lijk op te trekken.~     148 III | verborgen achter de muur van het huis. Toen ze de zwarte 149 III | arme en kuise vrijster. Het hoofd was vreselijk, zwart 150 III | ontrold, hingen te druipen van het slijk. De Geniesoldaat verkondigde 151 III | die schijnt van achter het leven weg te komen. Ik verzorgde 152 III | een brief in haar zak, op het laatste moment geschreven, 153 III | laatste moment geschreven, met het verzoek te worden begraven 154 III | verzoek te worden begraven in het dorp waar ze haar laatste 155 III | vreselijke gedachte beklemde mij het hart. Was dat niet om mij 156 III | Ik bekeek haar bij het kaarslicht, die ongelukkige 157 III | natuur gericht! Voor haar was het afgelopen, wellicht zonder 158 III | alle levende wezens, zolang het maar geen mensen waren?~     159 III | een rode straal tot aan het bed, legde een staaf van 160 III | over haar handen. Dit was het uur dat ze zo beminde. De 161 III | de bomen.~    Ik gooide het raam wijdopen, ik schoof


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License