Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
grove 1
gustave 1
haalde 1
haar 159
haard 1
haardos 1
haas 1
Frequency    [«  »]
217 ik
166 van
161 het
159 haar
150 ze
137 die
119 dat
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

haar

    Part
1 Voor| bed stapt, te ontdoen van haar hemd van witte damp.~     2 Voor| tegen de slaap vocht, om haar op gedempte toon toe te 3 Voor| Vervolgens schudde ze haar versuffing van zich af en 4 I | bent helemaal alleen met haar bij die langdurige, van 5 I | recht als een muur, met haar uitstekende krijtrotsen 6 I | die de witte kromming van haar vleugels door de blauwe 7 I | Verbaasd te bemerken dat ik haar naam kende, antwoordde zij: ` 8 I | een kip aan het stoven in haar grote open haard met daarin 9 I | wel reizigers?' vroeg ik haar.~    Ze antwoordde op haar 10 I | haar.~    Ze antwoordde op haar ontevreden toon: `M'n hebben 11 I | lange hand ter hoogte van haar dijen had zien verschijnen, 12 I | parasol voor toeristen. Haar gelaat, als van een mummie, 13 I | pijpenkrullen, die bij elk van haar stappen opsprongen, deed 14 I | papillotten denken. Ze sloeg haar ogen neer, liep snel aan 15 I | het had gehad.~    Ik zag haar die dag niet terug. De volgende 16 I | attenties. Koppig schonk ik haar water in, zeer nadrukkelijk 17 I | zeer nadrukkelijk gaf ik haar de schalen door. Een lichte 18 I | het amper hoorde, waren haar enige dankbetuigingen.~     19 I | bekommerde mij niet verder om haar, al bleef ze me door de 20 I | drie dagen wist ik over haar evenveel als mevrouw Lecacheur 21 I | verblufte boerin dan een van haar brochures, bedoeld om het 22 I | een soort veroordeling op haar. De pastoor, geraadpleegd 23 I | Engelse rijk was en dat zij haar leven had doorgebracht door 24 I | wereld te bereizen, omdat haar familie haar had verjaagd. 25 I | bereizen, omdat haar familie haar had verjaagd. Waarom had 26 I | had verjaagd. Waarom had haar familie haar verjaagd? Vanwege 27 I | Waarom had haar familie haar verjaagd? Vanwege haar goddeloosheid 28 I | familie haar verjaagd? Vanwege haar goddeloosheid natuurlijk.~     29 I | des boers was, voelde in haar beperkte geest een soort 30 I | een term gevonden om op haar te plakken, natuurlijk een 31 I | natuurlijk een neerbuigende, die haar op een of andere manier 32 I | onweerstaanbaar komisch. Ik noemde haar zelf nog slechts `de demon', 33 I | twee lettergrepen, als ik haar zag.~    Aan moeder Lecacheur 34 I | weliswaar goed betaald was, had haar de huid vol gescholden, 35 I | geniale ingeving gehad toen ze haar zo doopte.~    De stalknecht, 36 I | dienstmeisje Celeste bediende haar niet graag, zonder dat ik 37 I | natuur. Op een avond trof ik haar geknield in een struik. 38 I | waargenomen, richtte op mij haar verschrikte blikken als 39 I | tussen de rotsen, zag ik haar plotseling aan de rand van 40 I | gepurperd door vuur. Soms zag ik haar onder in een dal, snel lopend, 41 I | Engelse, en dan ging ik op haar af, aangetrokken door iets 42 I | door iets vaags, slechts om haar mystiek verlichte gezicht 43 I | verlichte gezicht te zien, haar magere, onbeschrijflijke 44 I | vreugde.~    Vaak ook kwam ik haar ergens bij een boerderij 45 I | schaduw van een appelaar, met haar bijbeltje open op schoot 46 I | bijbeltje open op schoot en haar blik op oneindig.~    Want 47 I | duizend banden van liefde voor haar weidse en lieflijke landschappen. 48 II | pad aan een koe toonde, en haar toeriep: `Moet je dit eens 49 II | en bekeek mijn werk met haar stomme blik die niets onderscheidde, 50 II | presenteren dat het niet aan haar blik kon ontsnappen. Ze 51 II | stomverbaasd. Ik denk dat het haar rots was, waar ze opklom 52 II | was, waar ze opklom om op haar gemak te kunnen dromen.~     53 II | vleiend dat ik mij lachend tot haar wendde en zei: `Dit is mijn 54 II | veroverd, overwonnen. Ik had haar wel willen zoenen, erewoord!~     55 II | erewoord!~    Ik ging naast haar aan tafel zitten, zoals 56 II | praten, en vulde hardop haar gedachten aan: `O! Ik houd 57 II | de natuur!'~    Ik bood haar brood, water, wijn aan. 58 II | streelt het reukvermogen met haar wilde parfum, streelt het 59 II | streelt het gehemelte met haar zilte smaak, streelt de 60 II | smaak, streelt de geest met haar doordringende mildheid. 61 II | die honderd meter lager haar golfjes aandroeg. En we 62 II | lange kus der baren.~    Met haar geruite omslagdoek strak 63 II | een geïnspireerde blik en haar tanden in de wind, keek 64 II | langs en ontrolde daarbij haar rook die achter haar een 65 II | daarbij haar rook die achter haar een eindeloze wolk veroorzaakte, 66 II | zee, de hele horizon aan haar hart te drukken.~    Ze 67 II | Ik zag een traan in haar oog. Ze vervolgde: `Ik wilde 68 II | bleef daar staan, zoals ik haar zo vaak had gezien, kaarsrecht 69 II | op het klif, rood ook in haar purperen omslagdoek. Ik 70 II | omslagdoek. Ik kreeg zin om haar in mijn schetsboek te vereeuwigen. 71 II | Vervolgens had ik het met haar over schilderkunst, zoals 72 II | enthousiasme afging. Het ontbrak haar aan evenwicht, zoals al 73 II | onschuld, maar ze had in haar hart iets heel jongs en 74 II | van een merrie die met haar veulen tussen de benen door 75 II | een helemaal kaal lijf, haar met overdreven ontroering 76 II | en ik vermaakte me met haar verlegenheid. Als ik 's 77 II | ging er snel vandoor, met haar huppelende pas.~    Eindelijk, 78 II | op een dag, raapte zij haar moed bij elkaar en zei: ` 79 II | uitgesproken.~    Ik nam haar mee in de Petit-Val, waar 80 II | genoegen te vergezellen. Ze had haar vouwstoel onder de arm, 81 II | stilzwijgend zitten, volgde met haar blik het uiteinde van mijn 82 II | Mijn studies kwamen op haar over als een soort schilderijen 83 II | mij te bekeren.~    Wel, haar Here God was een grappig 84 II | hemelse bedoelingen die zij haar best deed mij te onthullen, 85 II | ontving.~    Ik behandelde haar als een oude vriendin, met 86 II | Maar ik merkte al snel dat haar houding een beetje veranderde. 87 II | andere holle weg, zag ik haar plotseling verschijnen, 88 II | dan kwam ze er aan met haar snelle, ritmische pas. Ze 89 II | andere diepe ontroering haar verontrustte. Ze was knalrood, 90 II | vallen. Maar langzaam zag ik haar dan weer haar normalere 91 II | langzaam zag ik haar dan weer haar normalere uiterlijk herkrijgen 92 II | ik niets gedaan had wat haar tegenstond of gekwetst had.~     93 II | slotte bedacht ik me dat dat haar normale doen moest zijn, 94 II | huiswaarts keerde, waren haar lange haren, tot spiralen 95 II | was gebroken. Vroeger kon haar dat niets schelen, en ze 96 II | schaamteloos mee aan tafel, haar haren verward door haar 97 II | haar haren verward door haar zuster, de zeewind.~     98 II | zeewind.~    Nu ging ze naar haar kamer om wat ik haar lampenglazen 99 II | naar haar kamer om wat ik haar lampenglazen noemde te schikken, 100 II | noemde te schikken, en als ik haar met ongedwongen hoffelijkheid, 101 II | ongedwongen hoffelijkheid, die haar altijd choqueerde, zei: ` 102 II | ster, miss Harriet', steeg haar meteen wat bloed naar de 103 II | dat als ik het woord tot haar richtte, zij mij antwoordde, 104 II | ongeduldig, zenuwachtig. Ik zag haar nog slechts onder het eten 105 II | verkeerds had gedaan en ik vroeg haar op een avond: `Miss Harriet, 106 II | rende naar boven om zich in haar kamer op te sluiten.~     107 II | aangekondigd krijgen. Er lag in haar blik een soort waanzin, 108 II | En het leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep, 109 II | strijd plaatsgreep, waarin haar hart vocht tegen een onbekende 110 III | hem opgeheven, hij naar haar toe gebogen, en mond op 111 III | wegvluchten. Maar ik riep haar en schreeuwde: `Kom nou, 112 III | als met tegenzin. Ik liet haar mijn schets zien. Ze zei 113 III | niet begreep, en ik greep haar handen in een gebaar van 114 III | kan nadenken.~    Ze liet haar handen een paar seconden 115 III | voelde ze trillen alsof al haar zenuwen verkrampt waren. 116 III | rukte ze los.~    Ik had haar herkend, die huivering, 117 III | hart dat ik nooit aarzel haar te begrijpen.~    Haar hele 118 III | aarzel haar te begrijpen.~    Haar hele arme wezentje was gaan 119 III | slaan. Voor de rest had ze haar gewone gezicht en was in 120 III | gewone gezicht en was in haar gewone doen.~    Ik wachtte 121 III | verrast en teleurgesteld, op haar lijzige toon: `Wat zeg je 122 III | ooghoek naar miss Harriet, haar uiterlijk had geen spoor 123 III | wat zeldzaam is. Ik gaf haar stiekem wel eens een kusje, 124 III | omheining. Ik trippelde op haar af, met zo lichte pas dat 125 III | in- en uitgaan, pakte ik haar in mijn armen en overdekte 126 III | mijn armen en overdekte haar brede, mollige gestalte 127 III | gewend.~    Waarom liet ik haar zo plotseling los? Waarom 128 III | binnen, wanhopiger zo door haar te zijn verrast dan wanneer 129 III | Harriet gezien. We wachtten op haar, maar ze verscheen niet. 130 III | Moeder Lecacheur ging naar haar kamer, de Engelse was weg. 131 III | dat ze inderdaad iets in haar put had gezien, iets wat 132 III | nieuws kwam brengen van haar die daar onderin lag.~     133 III | De Geniesoldaat pakte haar bij de enkels en we trokken 134 III | de enkels en we trokken haar daar in de meest oneerbare 135 III | vreselijk, zwart en kapot, en haar lange grijze haren, helemaal 136 III | is mager!'~    We droegen haar naar haar kamer en omdat 137 III | We droegen haar naar haar kamer en omdat de beide 138 III | niet meer opdoken, legde ik haar met de stalknecht af.~     139 III | stalknecht af.~    Ik waste haar trieste, kapotte gezicht. 140 III | weg te komen. Ik verzorgde haar verwarde haren zo goed als 141 III | gewend waren, schikte ik op haar voorhoofd een nieuw en raar 142 III | raar kapsel. Toen trok ik haar kletsnatte kleren uit, waardoor 143 III | heiligschennis pleegde, haar schouders, haar borst en 144 III | pleegde, haar schouders, haar borst en haar lange armen, 145 III | schouders, haar borst en haar lange armen, mager als takken, 146 III | geurend gras, waarmee ik haar doodsbed bedekte.~    Toen 147 III | omdat ik de enige was bij haar in de buurt. Ik vond een 148 III | buurt. Ik vond een brief in haar zak, op het laatste moment 149 III | begraven in het dorp waar ze haar laatste dagen had doorgebracht. 150 III | gingen. Ik wilde alleen bij haar zijn en ik waakte de hele 151 III | hele nacht.~    Ik bekeek haar bij het kaarslicht, die 152 III | familieleden achter? Hoe waren haar jeugd en haar leven geweest? 153 III | Hoe waren haar jeugd en haar leven geweest? Waar kwam 154 III | lijf, in dat lijf dat zij haar hele bestaan als een beschamende 155 III | genadeloze natuur gericht! Voor haar was het afgelopen, wellicht 156 III | ze dus op compensatie van haar ongeluk had gehoopt. Nu 157 III | ontbinding overgaan en op haar beurt plant worden. Ze zou 158 III | Ze leed niet meer. Ze had haar leven verruild voor de andere 159 III | vuur over de lakens en over haar handen. Dit was het uur


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License