Part
1 Voor| slaperig lachje antwoordde ze: `Doe toch niet zo dom!'
2 Voor| dom!' Vervolgens schudde ze haar versuffing van zich
3 I | zorgeloosheid en vrijheid.~ Ze wezen me een boerderijtje
4 I | reizigers?' vroeg ik haar.~ Ze antwoordde op haar ontevreden
5 I | figuur liep op het huis af. Ze was broodmager, heel groot,
6 I | gewikkeld dat je zou zeggen dat ze geen armen had, als je geen
7 I | met papillotten denken. Ze sloeg haar ogen neer, liep
8 I | vlaggetjes. Dat was zij. Toen ze mij zag, verdween ze.~
9 I | Toen ze mij zag, verdween ze.~ Ik kwam 's middags
10 I | die oude zonderlinge. Maar ze reageerde niet op mijn beleefdheden,
11 I | verder om haar, al bleef ze me door de gedachten spoken.~
12 I | mevrouw Lecacheur zelf.~ Ze heette miss Harriet. Omdat
13 I | heette miss Harriet. Omdat ze een eenzaam dorp zocht om
14 I | zomer door te brengen, was ze anderhalve maand eerder
15 I | te gaan. Aan tafel sprak ze nooit, ze at snel, terwijl
16 I | Aan tafel sprak ze nooit, ze at snel, terwijl ze een
17 I | nooit, ze at snel, terwijl ze een boekje las van de protestantse
18 I | propaganda. Daarvan deelde ze aan iedereen uit, van die
19 I | mijn hart.' En prompt gaf ze de verblufte boerin dan
20 I | bekeren.~ In het dorp was ze volstrekt niet geliefd.
21 I | en `dissidente', waarvan ze de juiste betekenis niet
22 I | zaaiden twijfel in de geest. Ze gingen er verder vanuit
23 I | waardoor je zou denken dat ze 's nachts in een etui worden
24 I | deze leek mij zo apart dat ze me geenszins misnoegde.~
25 I | doen van die oude vrijster. Ze had een term gevonden om
26 I | raadselachtige geestesarbeid. Ze zei: `Ze is demonisch.'
27 I | geestesarbeid. Ze zei: `Ze is demonisch.' En dat woord,
28 I | boerin antwoordde dan, alsof ze aanstoot nam: `Je zult het
29 I | een pad meegenomen waarvan ze de poot verbrijzeld hadden,
30 I | verbrijzeld hadden, en die heeft ze naar d'r kamer gebracht,
31 I | kamer gebracht, die heeft ze in d'r waskom gedaan en
32 I | in d'r waskom gedaan en ze heeft 'm een verband aangelegen
33 I | Een andere keer had ze, toen ze aan de voet van
34 I | andere keer had ze, toen ze aan de voet van het klif
35 I | gescholden, bozer dan wanneer ze hem het geld uit de zak
36 I | onschuld te tonen. Welzeker, ze was vast demonisch, miss
37 I | geniale ingeving gehad toen ze haar zo doopte.~ De stalknecht,
38 I | Misschien alleen maar omdat ze vreemd was, van een ander
39 I | andere godsdienst. Kortom, ze was demonisch!~ Ze zwierf
40 I | Kortom, ze was demonisch!~ Ze zwierf de hele tijd over
41 I | schijnsel van een vuurtoren. Ze bekeek dan hartstochtelijk
42 II | leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien jaar later
43 II | tienduizend frank verkocht. Ze was trouwens heel eenvoudig
44 II | haar blik kon ontsnappen. Ze bleef stokstijf staan, gegrepen,
45 II | het haar rots was, waar ze opklom om op haar gemak
46 II | gemak te kunnen dromen.~ Ze mompelde een Brits `ow!',
47 II | laatste studie, juffrouw.'~ Ze mompelde, in vervoering,
48 II | altijd. Voor het eerst begon ze te praten, en vulde hardop
49 II | schitterend einde van de dag. Ze voelde voorwaar een enorme
50 II | haar hart te drukken.~ Ze mompelde: `O! Ik houd er
51 II | zag een traan in haar oog. Ze vervolgde: `Ik wilde dat
52 II | vliegen in het firmament.'~ Ze bleef daar staan, zoals
53 II | schetsboek te vereeuwigen. Ze leek wel een karikatuur
54 II | in vaktermen beschreef. Ze luisterde heel aandachtig,
55 II | doorgronden. Af en toe zei ze: `O! Dat begrijp ik, dat
56 II | De volgende dag kwam ze, toen ze me zag, direct
57 II | volgende dag kwam ze, toen ze me zag, direct met uitgestoken
58 II | vijftigste nog ongetrouwd zijn. Ze leek ingemaakt in verzuurde
59 II | verzuurde onschuld, maar ze had in haar hart iets heel
60 II | iets heel jongs en vurigs. Ze hield van de natuur en de
61 II | die sensuele liefde die ze mannen geenszins had geschonken.~
62 II | Ik merkte meteen dat ze me iets te vertellen had,
63 II | opening te maken. Dan verliet ze me plotseling en ging er
64 II | ben heel nieuwsgierig.' En ze bloosde alsof ze uitermate
65 II | nieuwsgierig.' En ze bloosde alsof ze uitermate gedurfde woorden
66 II | grote studie begon.~ Ze bleef rechtop achter me
67 II | plotseling, misschien omdat ze bang was dat ze me stoorde,
68 II | misschien omdat ze bang was dat ze me stoorde, zei ze: `Dank
69 II | was dat ze me stoorde, zei ze: `Dank u wel', en ging ervandoor.~
70 II | het duurde niet lang of ze werd vertrouwelijker, en
71 II | werd vertrouwelijker, en ze begon me dagelijks met zichtbaar
72 II | genoegen te vergezellen. Ze had haar vouwstoel onder
73 II | naast me zitten. Zo bleef ze uren roerloos en stilzwijgend
74 II | effect verkreeg, slaakte ze in weerwil van zichzelf
75 II | vreugde en bewondering. Ze koesterde een soort vertederd
76 II | heiligheid en soms begon ze te praten over God, in een
77 II | zonder veel invloed, want ze stelde Hem altijd voor alsof
78 II | begaan werden - alsof Hij ze niet had kunnen voorkomen.~
79 II | plotseling verschijnen, dan kwam ze er aan met haar snelle,
80 II | haar snelle, ritmische pas. Ze ging dan plotseling zitten,
81 II | zitten, buiten adem alsof ze had gerend of alsof een
82 II | ontroering haar verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse
83 II | zonder enige reden verbleekte ze dan weer, werd van een aardkleur
84 II | uiterlijk herkrijgen en begon ze te praten.~ Maar plotseling
85 II | Maar plotseling zweeg ze midden in een zin, stond
86 II | wij elkaar kenden.~ Als ze na urenlange wandelingen
87 II | haar dat niets schelen, en ze ging er ook schaamteloos
88 II | de zeewind.~ Nu ging ze naar haar kamer om wat ik
89 II | vijftienjarige.~ Maar ze werd weer helemaal wild
90 II | ingehouden ergernis. En ze werd bij vlagen bits, ongeduldig,
91 II | zorgen u zo te zien!'~ Ze antwoordde, met een volstrekt
92 II | niet waar, niet waar', en ze rende naar boven om zich
93 II | kamer op te sluiten.~ Ze kon me op een hele rare
94 II | veroordeelden zo moeten kijken als ze hun laatste dag aangekondigd
95 III | het was miss Harriet. Toen ze me zag, wilde ze wegvluchten.
96 III | Harriet. Toen ze me zag, wilde ze wegvluchten. Maar ik riep
97 III | schilderijtje voor u.'~ Ze naderde, als met tegenzin.
98 III | liet haar mijn schets zien. Ze zei niets, ze bleef er een
99 III | schets zien. Ze zei niets, ze bleef er een hele poos roerloos
100 III | kijken, en plotseling begon ze te huilen. Ze huilde met
101 III | plotseling begon ze te huilen. Ze huilde met die zenuwschokken
102 III | dan hij kan nadenken.~ Ze liet haar handen een paar
103 III | in de mijne en ik voelde ze trillen alsof al haar zenuwen
104 III | verkrampt waren. Toen trok ze ze plotseling terug, of
105 III | verkrampt waren. Toen trok ze ze plotseling terug, of liever
106 III | terug, of liever gezegd ze rukte ze los.~ Ik had
107 III | of liever gezegd ze rukte ze los.~ Ik had haar herkend,
108 III | liefde van een vrouw, of ze nu vijftien of vijftig is,
109 III | vijftien of vijftig is, of ze nu van het volk of van de
110 III | ingestort. Dat wist ik. Ze ging ervandoor zonder dat
111 III | voelde en wel kon raden dat ze ongelukkig was om gek van
112 III | slaan. Voor de rest had ze haar gewone gezicht en was
113 III | af, met zo lichte pas dat ze niets hoorde, en toen ze
114 III | ze niets hoorde, en toen ze overeind kwam, na het luikje
115 III | stortvloed aan liefkozingen. Ze verdedigde zich, maar lachte
116 III | maar lachte toch, want ze was eraan gewend.~ Waarom
117 III | roerloos bleef staan, alsof ze een spook zag. Toen verdween
118 III | spook zag. Toen verdween ze in de nacht.~ Ik liep
119 III | zijn verrast dan wanneer ze me had betrapt op het begaan
120 III | We wachtten op haar, maar ze verscheen niet. Moeder Lecacheur
121 III | kamer, de Engelse was weg. Ze was waarschijnlijk al bij
122 III | dageraad vertrokken, zoals ze zo vaak deed, om de zon
123 III | en een salade. Toen zette ze een schaal kersen voor ons
124 III | Omdat ik die wilde wassen om ze op te frissen, vroeg ik
125 III | water te gaan putten.~ Ze kwam na vijf minuten terug
126 III | put droog was gevallen. Ze had het hele touw laten
127 III | in het gat kijken. Toen ze terugkwam, verkondigde ze
128 III | ze terugkwam, verkondigde ze dat ze inderdaad iets in
129 III | terugkwam, verkondigde ze dat ze inderdaad iets in haar put
130 III | muur van het huis. Toen ze de zwarte schoenen en de
131 III | gat zagen komen, verdwenen ze.~ De Geniesoldaat pakte
132 III | begraven in het dorp waar ze haar laatste dagen had doorgebracht.
133 III | Was dat niet om mij dat ze daar ter plekke wilde blijven?~
134 III | maar ik verhinderde dat ze naar binnen gingen. Ik wilde
135 III | betreurenswaardig omgekomen. Liet ze ergens nog vrienden of familieleden
136 III | leven geweest? Waar kwam ze vandaan, zo helemaal alleen,
137 III | afgelopen, wellicht zonder dat ze ooit had gehad wat ook de
138 III | bemind! Want waarom verborg ze zich zo, ontvluchtte ze
139 III | ze zich zo, ontvluchtte ze de rest? Waarom hield ze
140 III | ze de rest? Waarom hield ze met een zo hartstochtelijke
141 III | waren?~ En ik begreep dat ze aan God geloofd had, zij
142 III | geloofd had, zij wel, en dat ze dus op compensatie van haar
143 III | ongeluk had gehoopt. Nu zou ze tot ontbinding overgaan
144 III | haar beurt plant worden. Ze zou bloeien in de zon, ze
145 III | Ze zou bloeien in de zon, ze zou door de koeien worden
146 III | donkere put uitgedoofd. Ze leed niet meer. Ze had haar
147 III | uitgedoofd. Ze leed niet meer. Ze had haar leven verruild
148 III | voor de andere levens die ze zou doen ontstaan.~ De
149 III | handen. Dit was het uur dat ze zo beminde. De ontwaakte
150 III | plotseling zwaar geworden alsof ze met verdriet beladen was.~
|