Part
1 Voor| gemaaide haver en tarwe, die de grond bedekte als een
2 Voor| De graaf van Étraille, die op de achterbank zat, riep: `
3 Voor| kleine barones van Sérennes, die tegen de slaap vocht, om
4 Voor| een liefdesgeschiedenis die u is overkomen, wat u maar
5 Voor| Chenal, een oude schilder die zeer knap, zeer sterk, zeer
6 I | denken. Je loopt over de weg die je leuk vindt, zonder een
7 I | het de geur van clematis die die keuze bepaalt, of het
8 I | de geur van clematis die die keuze bepaalt, of het naïeve
9 I | in een herberg. Je moet die rustieke tederheden geenszins
10 I | hebben een ziel en zintuigen, die meisjes, stevige wangen
11 I | op het stro van zolders die nog warm waren van de hitte
12 I | de subtiele pleziertjes die je kunt verkrijgen van charmante,
13 I | wat vooral zo fijn is aan die avontuurlijke tochten, dat
14 I | helemaal alleen met haar bij die langdurige, van rust vervulde
15 I | zijn puntige klokkentoren die twaalf uur slaat.~ Je
16 I | gaat zitten bij een bron die opwelt aan de voet van een
17 I | een diepte tegenkomt in die smalle waterloopjes, duik
18 I | s avonds, onder een maan die langs het firmament trekt,
19 I | duizend bijzondere dingen die niet bij je op zouden komen
20 I | uitstekende krijtrotsen die loodrecht in zee afdalen.
21 I | zeilende vlucht van een meeuw die de witte kromming van haar
22 I | boerin, gerimpeld, streng, die de klandizie altijd slechts
23 I | van roze bloemblaadjes, die maar op de mensen en het
24 I | de boerderij en de bazin, die weduwe was.~ Ik waste
25 I | rollen grijze pijpenkrullen, die bij elk van haar stappen
26 I | verdween onder het rietdak.~ Die vreemde verschijning vrolijkte
27 I | was vast mijn buurvrouw, die oude Engelse over wie onze
28 I | had gehad.~ Ik zag haar die dag niet terug. De volgende
29 I | kennis te kunnen maken met die oude zonderlinge. Maar ze
30 I | ze aan iedereen uit, van die boekjes. Zelfs de pastoor
31 I | zonder enige inleiding tot die verklaring: `Ik hou van
32 I | volmaakt moreel gedrag.'~ Die woorden, `atheïste' en `
33 I | werkelijkheid was zij zo'n figuur die warm loopt voor beginselen,
34 I | voor beginselen, een van die koppige puriteinsen van
35 I | zoveel voortbrengt, een van die onverdraaglijke oude en
36 I | oude en goede vrijsters die altijd weer in Europese
37 I | Europese pensions opduiken, die Italië verpesten, Zwitserland
38 I | ervandoor als een vogel die een vogelverschrikker op
39 I | extatische manier van doen van die oude vrijster. Ze had een
40 I | natuurlijk een neerbuigende, die haar op een of andere manier
41 I | het hardop uitspreken van die twee lettergrepen, als ik
42 I | geloven willen, meneer, maar die heeft een pad meegenomen
43 I | poot verbrijzeld hadden, en die heeft ze naar d'r kamer
44 I | naar d'r kamer gebracht, die heeft ze in d'r waskom gedaan
45 I | wandelde, een grote vis gekocht die net was gevangen, alleen
46 I | gooien. En de varensgast, die weliswaar goed betaald was,
47 I | doopte.~ De stalknecht, die de Geniesoldaat werd genoemd
48 I | er een ouwe van 't vak, die gepensionneerd is.'~
49 I | gepensionneerd is.'~ Als die arme oude vrijster het geweten
50 I | verschrikte blikken als die van bosuilen die op klaarlichte
51 I | blikken als die van bosuilen die op klaarlichte dag worden
52 I | bleef hangen, verbonden met die rustige streek door duizend
53 I | Ik voelde me lekker op die vergeten boerderij, ver
54 I | gezonde, mooie en groene aarde die wij zelf op een dag met
55 I | wilde zo graag een beetje die vreemde miss Harriet leren
56 I | weten komen wat er omgaat in die eenzame zielen van die oude,
57 I | in die eenzame zielen van die oude, zwervende Engelse
58 II | net klaar met een studie die mij puik leek, en die dat
59 II | studie die mij puik leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien
60 II | op de steen en vergulde die met vuur. Dat was het. Een
61 II | werk met haar stomme blik die niets onderscheidde, die
62 II | die niets onderscheidde, die niet eens zag of dat nu
63 II | aangetrokken door de enorme brand die de ondergaande zon boven
64 II | tevreden als twee mensen die elkaar net hebben leren
65 II | boven de uitgestrekte zee die honderd meter lager haar
66 II | mond en uitgezette borst die frisse bries die over de
67 II | uitgezette borst die frisse bries die over de oceaan was komen
68 II | oceaan was komen aanzetten en die ons over de huid gleed,
69 II | Engelse naar de enorme zon die in de zee zakte. Voor ons,
70 II | ontrolde daarbij haar rook die achter haar een eindeloze
71 II | soort ziel met veren had, die sprongsgewijze in enthousiasme
72 II | aan evenwicht, zoals al die vrouwen die op hun vijftigste
73 II | evenwicht, zoals al die vrouwen die op hun vijftigste nog ongetrouwd
74 II | gefermenteerd als oude drank, met die sensuele liefde die ze mannen
75 II | met die sensuele liefde die ze mannen geenszins had
76 II | zogende teef, van een merrie die met haar veulen tussen de
77 II | houd van jullie sinds ik die ene heb leren kennen!~
78 II | beslist niet toestaan dat ik die droeg, en ging naast me
79 II | bijna religieus ontzag voor die menselijke weergave van
80 II | met de onrechtvaardigheden die onder Zijn neus begaan werden -
81 II | niet', zoals een sergeant die de dienstplichtige verklaart: `
82 II | verklaart: `De kolonel, die heeft bevolen.'~ Zij
83 II | aangaande de hemelse bedoelingen die zij haar best deed mij te
84 II | zakken, in mijn hoed als ik die op de grond had laten liggen,
85 II | morgens voor mijn deur, die kleine, vrome brochures,
86 II | kleine, vrome brochures, die zij ongetwijfeld rechtstreeks
87 II | ongedwongen hoffelijkheid, die haar altijd choqueerde,
88 II | manier aankijken. Sinds die tijd heb ik meer dan eens
89 II | tegen een onbekende macht die zij wilde temmen, en misschien
90 III | verloren ging, verdronk in die melkige nevel, die wattendeken
91 III | verdronk in die melkige nevel, die wattendeken die soms bij
92 III | melkige nevel, die wattendeken die soms bij zonsopgang in dalen
93 III | hangt. En helemaal achter in die dichte en half doorzichtige
94 III | takken door en doorboorde die ochtendmist, verlichtte
95 III | voert. Ik had toevallig die ochtend de stilhangende
96 III | ochtend de stilhangende nevel die ik nodig had.~ Er dook
97 III | te huilen. Ze huilde met die zenuwschokken van mensen
98 III | zenuwschokken van mensen die lang tegen de tranen hebben
99 III | tranen hebben gevochten, en die niet langer kunnen, die
100 III | die niet langer kunnen, die zich overgeven maar intussen
101 III | gebaar van een Fransman die sneller handelt dan hij
102 III | Ik had haar herkend, die huivering, want die had
103 III | herkend, die huivering, want die had ik al eerder gevoeld,
104 III | had ik al eerder gevoeld, die zou ik herkennen uit duizenden.
105 III | andere. Alle overdenkingen die ik op die dag had gehad,
106 III | overdenkingen die ik op die dag had gehad, de vreemde
107 III | ontmoeting van de ochtend, die rare en hartstochtelijke
108 III | hartstochtelijke liefde, die mij gold, herinneringen
109 III | mij gold, herinneringen die boven waren gekomen naar
110 III | gekomen naar aanleiding van die onthulling, charmante en
111 III | herinneringen, misschien ook die blik die het dienstmeisje
112 III | misschien ook die blik die het dienstmeisje op mij
113 III | Het was miss Harriet die naar binnen ging, die ons
114 III | Harriet die naar binnen ging, die ons had gezien en die roerloos
115 III | ging, die ons had gezien en die roerloos bleef staan, alsof
116 III | het seizoen.~ Omdat ik die wilde wassen om ze op te
117 III | en heb den hoef gezien. Die moet er vannacht ingevallen
118 III | stamelde ik: `Dat is een vrouw die... die... die daarin ligt...
119 III | Dat is een vrouw die... die... die daarin ligt... dat
120 III | een vrouw die... die... die daarin ligt... dat is miss
121 III | hard weg.~ Toen moest die dode geborgen worden. Ik
122 III | Al snel klonk zijn stem, die uit het binnenste van de
123 III | nieuws kwam brengen van haar die daar onderin lag.~ We
124 III | oneerbare houding vandaan, die arme en kuise vrijster.
125 III | open en keek mij aan met die bleke blik, die kille blik,
126 III | aan met die bleke blik, die kille blik, die vreselijke
127 III | bleke blik, die kille blik, die vreselijke blik van lijken,
128 III | vreselijke blik van lijken, die schijnt van achter het leven
129 III | als ik kon, en met handen die dat niet gewend waren, schikte
130 III | haar bij het kaarslicht, die ongelukkige vrouw die niemand
131 III | kaarslicht, die ongelukkige vrouw die niemand kende, zo ver weg,
132 III | zwervend, verloren als een hond die zijn huis uit is gejaagd?
133 III | Maar wat je noemt de ziel, die was onder in een donkere
134 III | verruild voor de andere levens die ze zou doen ontstaan.~
135 III | een kus, een lange kus, op die lippen die er nooit een
136 III | lange kus, op die lippen die er nooit een hadden gekregen.~
137 III | dommelen. En de paarden, die de zweep niet meer voelden,
|