bold = Main text
Part grey = Comment text
1 Voor | schudden en zich als een meisje dat uit bed stapt, te ontdoen
2 Voor | wakker, omdat zij de loop van dat beest wilden volgen.~
3 Voor(1)| het manuscript, toen hij dat cadeau deed aan Emmanuela
4 Voor | plotseling weer serieus.~ `Dat wordt geen vrolijk verhaal,
5 I | kladschilder uithangen' bedoel ik dat zwerven met een rugzak,
6 I | Ik ken niets fijners dan dat leven van op goed geluk
7 I | ook vandaan komt. Een hart dat slaat als je verschijnt,
8 I | als je verschijnt, een oog dat huilt als je weggaat, zijn
9 I | zalige, zulke kostbare zaken dat je er nooit op neer moet
10 I | die avontuurlijke tochten, dat is het platteland, de bossen,
11 I | maan. Voor schilders zijn dat huwelijksreizen met de aarde.
12 I | buigt je voorover, je drinkt dat koele heldere water, dat
13 I | dat koele heldere water, dat je de snor en de neus bevochtigt,
14 I | de ochtend gelopen over dat korte, fijne en als een
15 I | een tapijt zo soepele gras dat aan de rand van de afgrond
16 I | bij moeder Lecacheur.~ Dat was een oude boerin, gerimpeld,
17 I | Verbaasd te bemerken dat ik haar naam kende, antwoordde
18 I | kende, antwoordde zij: `Dat gaat ervan afhangen, 't
19 I | en grof witbrood kauwend, dat vier dagen oud was, maar
20 I | rode Schotse ruit gewikkeld dat je zou zeggen dat ze geen
21 I | gewikkeld dat je zou zeggen dat ze geen armen had, als je
22 I | verschijning vrolijkte me op, dat was vast mijn buurvrouw,
23 I | geïnstalleerd om onder in dat mooie dal dat jullie kennen
24 I | om onder in dat mooie dal dat jullie kennen en dat tot
25 I | dal dat jullie kennen en dat tot Étretat loopt, te gaan
26 I | een mast met vlaggetjes. Dat was zij. Toen ze mij zag,
27 I | woord, zo zacht gemompeld dat ik het amper hoorde, waren
28 I | onderwijzer had verklaard: `Dat is een atheïste', dus rustte
29 I | zondaar niet, en ik geloof dat zij iemand is van volmaakt
30 I | gingen er verder vanuit dat de Engelse rijk was en dat
31 I | dat de Engelse rijk was en dat zij haar leven had doorgebracht
32 I | waardoor je zou denken dat ze 's nachts in een etui
33 I | Maar deze leek mij zo apart dat ze me geenszins misnoegde.~
34 I | zei: `Ze is demonisch.' En dat woord, geplakt op dat strenge
35 I | En dat woord, geplakt op dat strenge en gevoelige wezen,
36 I | gelijk het een mens waar. Als dat geen heiligschennis is!'~
37 I | Hij zei met een knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak,
38 I | haar niet graag, zonder dat ik er achter kon komen waarom
39 II | die mij puik leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien
40 II | Het licht viel, zonder dat je het hemellichaam zag,
41 II | het hemellichaam zag, want dat was achter mij verborgen,
42 II | en vergulde die met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde
43 II | zo tevreden met mijn werk dat ik begon te dansen toen
44 II | naar de herberg. Ik wilde dat de hele wereld het meteen
45 II | Ik kan me nog herinneren dat ik het langs een pad aan
46 II | onderscheidde, die niet eens zag of dat nu een os of een huis voorstelde.~
47 II | mij langs op het ogenblik dat ik mijn doek aan de herbergierster
48 II | de zaak zo te presenteren dat het niet aan haar blik kon
49 II | gegrepen, stomverbaasd. Ik denk dat het haar rots was, waar
50 II | zoveel nadruk en zo vleiend dat ik mij lachend tot haar
51 II | werd verdorie rood, door dat compliment meer getroffen
52 II | aan. Nu accepteerde zij dat met een gemummificeerd glimlachje.
53 II | opende ik vervolgens het hek dat uitkwam op het klif, en
54 II | achter het roerloze schip dat nu in een lijst van vuur
55 II | gevat scheen, te midden van dat stralende hemellichaam.
56 II | stralende hemellichaam. Dat zakte langzaam weg, verslonden
57 II | Ze vervolgde: `Ik wilde dat ik een vogeltje was om weg
58 II | schilderkunst, zoals ik dat gedaan zou hebben met een
59 II | doorgronden. Af en toe zei ze: `O! Dat begrijp ik, dat begrijp
60 II | ze: `O! Dat begrijp ik, dat begrijp ik. Het is heel
61 II | was een vreemd schepsel, dat een soort ziel met veren
62 II | kennen!~ Ik merkte meteen dat ze me iets te vertellen
63 II | misschien omdat ze bang was dat ze me stoorde, zei ze: `
64 II | wilde beslist niet toestaan dat ik die droeg, en ging naast
65 II | Maar ik merkte al snel dat haar houding een beetje
66 II | verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse rood dat geen enkel
67 II | knalrood, van dat Engelse rood dat geen enkel ander volk heeft,
68 II | zo onverklaarbaar vandoor dat ik me altijd afvroeg of
69 II | Ten slotte bedacht ik me dat dat haar normale doen moest
70 II | slotte bedacht ik me dat dat haar normale doen moest
71 II | bijgesteld in de eerste tijd dat wij elkaar kenden.~ Als
72 II | gebroken. Vroeger kon haar dat niets schelen, en ze ging
73 II | niet over. Nu was het zo dat als ik het woord tot haar
74 II | met elkaar. Ik dacht echt dat ik iets verkeerds had gedaan
75 II | altijd hetzelfde als vroeger. Dat is niet waar, niet waar',
76 II | dan eens bij mezelf gezegd dat ter dood veroordeelden zo
77 II | worden! En het leek mij dat er in haar ook een strijd
78 III | zonsopgang aan een schilderij dat het volgende voorstelde.~
79 III | zilverachtige helderheid. Dat was verdorie best mooi.~
80 III | Ik werkte op het pad dat naar de Petit-Val bij Étretat
81 III | overeind, zelf ontroerd door dat verdriet dat ik niet begreep,
82 III | ontroerd door dat verdriet dat ik niet begreep, en ik greep
83 III | me zo recht naar het hart dat ik nooit aarzel haar te
84 III | gaan trillen en ingestort. Dat wist ik. Ze ging ervandoor
85 III | Ze ging ervandoor zonder dat ik een woord geuit had,
86 III | voelde en wel kon raden dat ze ongelukkig was om gek
87 III | moest doen.~ Ik vond dat ik maar het beste kon vertrekken,
88 III | aankondiging van mijn vertrek, dat alles door en met elkaar,
89 III | haar af, met zo lichte pas dat ze niets hoorde, en toen
90 III | omgedraaid? Hoe heb ik gevoeld dat er iemand achter mij stond?~
91 III | Een paar keer ook dacht ik dat er iemand door het huis
92 III | iemand door het huis liep en dat de buitendeur werd opengedaan.~
93 III | minuten terug en verklaarde dat de put droog was gevallen.
94 III | Moeder Lecacheur wilde dat zelf wel eens zien en ging
95 III | terugkwam, verkondigde ze dat ze inderdaad iets in haar
96 III | wilde ook kijken, in de hoop dat ik meer zou zien, en ik
97 III | iets wits. Maar wat was dat? Toen kwam ik op het idee
98 III | De Geniesoldaat riep: `Dat 's een paard, ik en heb
99 III | zachtjes, en zo hard bevend dat de lantaarn als waanzinnig
100 III | te dansen, stamelde ik: `Dat is een vrouw die... die...
101 III | die... die daarin ligt... dat is miss Harriet.'~ De
102 III | Alsof ik had verwacht dat hij nieuws kwam brengen
103 III | kousen van de drenkeling uit dat gat zagen komen, verdwenen
104 III | ik kon, en met handen die dat niet gewend waren, schikte
105 III | beklemde mij het hart. Was dat niet om mij dat ze daar
106 III | hart. Was dat niet om mij dat ze daar ter plekke wilde
107 III | kijken, maar ik verhinderde dat ze naar binnen gingen. Ik
108 III | wanhoop lagen besloten in dat onbevallige lijf, in dat
109 III | dat onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele bestaan
110 III | onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele bestaan als
111 III | een belachelijk omhulsel dat elke genegenheid en alle
112 III | ongelukkig zijn! Ik voelde op dat menselijk schepsel de eeuwige
113 III | afgelopen, wellicht zonder dat ze ooit had gehad wat ook
114 III | waren?~ En ik begreep dat ze aan God geloofd had,
115 III | geloofd had, zij wel, en dat ze dus op compensatie van
116 III | De uren verstreken bij dat sinistere en stille onderonsje.
117 III | handen. Dit was het uur dat ze zo beminde. De ontwaakte
118 III | zou zien, ik boog me over dat ijskoude lijk, ik nam dat
119 III | dat ijskoude lijk, ik nam dat toegetakelde hoofd in mijn
|