Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dankbetuigingen 1
dansen 2
danste 1
dat 119
de 312
deed 5
deelde 1
Frequency    [«  »]
159 haar
150 ze
137 die
119 dat
107 in
95 met
90 te
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

dat

                                                 bold = Main text
    Part                                         grey = Comment text
1 Voor | schudden en zich als een meisje dat uit bed stapt, te ontdoen 2 Voor | wakker, omdat zij de loop van dat beest wilden volgen.~     3 Voor(1)| het manuscript, toen hij dat cadeau deed aan Emmanuela 4 Voor | plotseling weer serieus.~    `Dat wordt geen vrolijk verhaal, 5 I | kladschilder uithangen' bedoel ik dat zwerven met een rugzak, 6 I | Ik ken niets fijners dan dat leven van op goed geluk 7 I | ook vandaan komt. Een hart dat slaat als je verschijnt, 8 I | als je verschijnt, een oog dat huilt als je weggaat, zijn 9 I | zalige, zulke kostbare zaken dat je er nooit op neer moet 10 I | die avontuurlijke tochten, dat is het platteland, de bossen, 11 I | maan. Voor schilders zijn dat huwelijksreizen met de aarde. 12 I | buigt je voorover, je drinkt dat koele heldere water, dat 13 I | dat koele heldere water, dat je de snor en de neus bevochtigt, 14 I | de ochtend gelopen over dat korte, fijne en als een 15 I | een tapijt zo soepele gras dat aan de rand van de afgrond 16 I | bij moeder Lecacheur.~    Dat was een oude boerin, gerimpeld, 17 I | Verbaasd te bemerken dat ik haar naam kende, antwoordde 18 I | kende, antwoordde zij: `Dat gaat ervan afhangen, 't 19 I | en grof witbrood kauwend, dat vier dagen oud was, maar 20 I | rode Schotse ruit gewikkeld dat je zou zeggen dat ze geen 21 I | gewikkeld dat je zou zeggen dat ze geen armen had, als je 22 I | verschijning vrolijkte me op, dat was vast mijn buurvrouw, 23 I | geïnstalleerd om onder in dat mooie dal dat jullie kennen 24 I | om onder in dat mooie dal dat jullie kennen en dat tot 25 I | dal dat jullie kennen en dat tot Étretat loopt, te gaan 26 I | een mast met vlaggetjes. Dat was zij. Toen ze mij zag, 27 I | woord, zo zacht gemompeld dat ik het amper hoorde, waren 28 I | onderwijzer had verklaard: `Dat is een atheïste', dus rustte 29 I | zondaar niet, en ik geloof dat zij iemand is van volmaakt 30 I | gingen er verder vanuit dat de Engelse rijk was en dat 31 I | dat de Engelse rijk was en dat zij haar leven had doorgebracht 32 I | waardoor je zou denken dat ze 's nachts in een etui 33 I | Maar deze leek mij zo apart dat ze me geenszins misnoegde.~     34 I | zei: `Ze is demonisch.' En dat woord, geplakt op dat strenge 35 I | En dat woord, geplakt op dat strenge en gevoelige wezen, 36 I | gelijk het een mens waar. Als dat geen heiligschennis is!'~     37 I | Hij zei met een knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak, 38 I | haar niet graag, zonder dat ik er achter kon komen waarom 39 II | die mij puik leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien 40 II | Het licht viel, zonder dat je het hemellichaam zag, 41 II | het hemellichaam zag, want dat was achter mij verborgen, 42 II | en vergulde die met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde 43 II | zo tevreden met mijn werk dat ik begon te dansen toen 44 II | naar de herberg. Ik wilde dat de hele wereld het meteen 45 II | Ik kan me nog herinneren dat ik het langs een pad aan 46 II | onderscheidde, die niet eens zag of dat nu een os of een huis voorstelde.~     47 II | mij langs op het ogenblik dat ik mijn doek aan de herbergierster 48 II | de zaak zo te presenteren dat het niet aan haar blik kon 49 II | gegrepen, stomverbaasd. Ik denk dat het haar rots was, waar 50 II | zoveel nadruk en zo vleiend dat ik mij lachend tot haar 51 II | werd verdorie rood, door dat compliment meer getroffen 52 II | aan. Nu accepteerde zij dat met een gemummificeerd glimlachje. 53 II | opende ik vervolgens het hek dat uitkwam op het klif, en 54 II | achter het roerloze schip dat nu in een lijst van vuur 55 II | gevat scheen, te midden van dat stralende hemellichaam. 56 II | stralende hemellichaam. Dat zakte langzaam weg, verslonden 57 II | Ze vervolgde: `Ik wilde dat ik een vogeltje was om weg 58 II | schilderkunst, zoals ik dat gedaan zou hebben met een 59 II | doorgronden. Af en toe zei ze: `O! Dat begrijp ik, dat begrijp 60 II | ze: `O! Dat begrijp ik, dat begrijp ik. Het is heel 61 II | was een vreemd schepsel, dat een soort ziel met veren 62 II | kennen!~    Ik merkte meteen dat ze me iets te vertellen 63 II | misschien omdat ze bang was dat ze me stoorde, zei ze: ` 64 II | wilde beslist niet toestaan dat ik die droeg, en ging naast 65 II | Maar ik merkte al snel dat haar houding een beetje 66 II | verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse rood dat geen enkel 67 II | knalrood, van dat Engelse rood dat geen enkel ander volk heeft, 68 II | zo onverklaarbaar vandoor dat ik me altijd afvroeg of 69 II | Ten slotte bedacht ik me dat dat haar normale doen moest 70 II | slotte bedacht ik me dat dat haar normale doen moest 71 II | bijgesteld in de eerste tijd dat wij elkaar kenden.~    Als 72 II | gebroken. Vroeger kon haar dat niets schelen, en ze ging 73 II | niet over. Nu was het zo dat als ik het woord tot haar 74 II | met elkaar. Ik dacht echt dat ik iets verkeerds had gedaan 75 II | altijd hetzelfde als vroeger. Dat is niet waar, niet waar', 76 II | dan eens bij mezelf gezegd dat ter dood veroordeelden zo 77 II | worden! En het leek mij dat er in haar ook een strijd 78 III | zonsopgang aan een schilderij dat het volgende voorstelde.~     79 III | zilverachtige helderheid. Dat was verdorie best mooi.~     80 III | Ik werkte op het pad dat naar de Petit-Val bij Étretat 81 III | overeind, zelf ontroerd door dat verdriet dat ik niet begreep, 82 III | ontroerd door dat verdriet dat ik niet begreep, en ik greep 83 III | me zo recht naar het hart dat ik nooit aarzel haar te 84 III | gaan trillen en ingestort. Dat wist ik. Ze ging ervandoor 85 III | Ze ging ervandoor zonder dat ik een woord geuit had, 86 III | voelde en wel kon raden dat ze ongelukkig was om gek 87 III | moest doen.~    Ik vond dat ik maar het beste kon vertrekken, 88 III | aankondiging van mijn vertrek, dat alles door en met elkaar, 89 III | haar af, met zo lichte pas dat ze niets hoorde, en toen 90 III | omgedraaid? Hoe heb ik gevoeld dat er iemand achter mij stond?~     91 III | Een paar keer ook dacht ik dat er iemand door het huis 92 III | iemand door het huis liep en dat de buitendeur werd opengedaan.~     93 III | minuten terug en verklaarde dat de put droog was gevallen. 94 III | Moeder Lecacheur wilde dat zelf wel eens zien en ging 95 III | terugkwam, verkondigde ze dat ze inderdaad iets in haar 96 III | wilde ook kijken, in de hoop dat ik meer zou zien, en ik 97 III | iets wits. Maar wat was dat? Toen kwam ik op het idee 98 III | De Geniesoldaat riep: `Dat 's een paard, ik en heb 99 III | zachtjes, en zo hard bevend dat de lantaarn als waanzinnig 100 III | te dansen, stamelde ik: `Dat is een vrouw die... die... 101 III | die... die daarin ligt... dat is miss Harriet.'~    De 102 III | Alsof ik had verwacht dat hij nieuws kwam brengen 103 III | kousen van de drenkeling uit dat gat zagen komen, verdwenen 104 III | ik kon, en met handen die dat niet gewend waren, schikte 105 III | beklemde mij het hart. Was dat niet om mij dat ze daar 106 III | hart. Was dat niet om mij dat ze daar ter plekke wilde 107 III | kijken, maar ik verhinderde dat ze naar binnen gingen. Ik 108 III | wanhoop lagen besloten in dat onbevallige lijf, in dat 109 III | dat onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele bestaan 110 III | onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele bestaan als 111 III | een belachelijk omhulsel dat elke genegenheid en alle 112 III | ongelukkig zijn! Ik voelde op dat menselijk schepsel de eeuwige 113 III | afgelopen, wellicht zonder dat ze ooit had gehad wat ook 114 III | waren?~    En ik begreep dat ze aan God geloofd had, 115 III | geloofd had, zij wel, en dat ze dus op compensatie van 116 III | De uren verstreken bij dat sinistere en stille onderonsje. 117 III | handen. Dit was het uur dat ze zo beminde. De ontwaakte 118 III | zou zien, ik boog me over dat ijskoude lijk, ik nam dat 119 III | dat ijskoude lijk, ik nam dat toegetakelde hoofd in mijn


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License