bold = Main text
Part grey = Comment text
1 Voor | Wij zaten met zijn zevenen in de brik, vier dames en drie
2 Voor | koetsier, en we beklommen in de stap van de paarden de
3 Voor | nog te dommelen, verkleumd in de frisse ochtendlucht.
4 Voor | De akkers leken te dampen in de mist. Leeuweriken zongen
5 Voor | mist. Leeuweriken zongen in de lucht, andere vogels
6 Voor | andere vogels tsjirpten in de bosjes.~ Eindelijk
7 Voor | schoot weg, vrijwel verborgen in het veld, en toonde alleen
8 Voor | achterhand begon te rennen en in een groot bietenveld verdween.
9 Voor | nam zijn lange witte baard in de hand en glimlachte, maar
10 I | lonken van een dienstertje in een herberg. Je moet die
11 I | Ik heb afspraakjes gekend in greppels vol sleutelbloemen,
12 I | onbelemmerde strelingen, in hun oprechte onbehouwenheid
13 I | Je legt je hoofd te ruste in een wei, tussen margrieten
14 I | klaprozen, en met open ogen, in een heldere plas zonlicht,
15 I | heldere plas zonlicht, zie je in de verte het dorpje met
16 I | je een diepte tegenkomt in die smalle waterloopjes,
17 I | duik je er helemaal naakt in, en voel je van kop tot
18 I | extatisch als de zon verdrinkt in een oceaan van bloedrode
19 I | zich met rosse weerschijn in rivieren dompelt. En 's
20 I | niet bij je op zouden komen in de brandende helderheid
21 I | zijn, kwam ik op een avond in het dorpje Bénouville, op
22 I | krijtrotsen die loodrecht in zee afdalen. Ik had al sinds
23 I | avondeten een kip aan het stoven in haar grote open haard met
24 I | broodmager, heel groot, zo strak in een omslagdoek met rode
25 I | net geïnstalleerd om onder in dat mooie dal dat jullie
26 I | Koppig schonk ik haar water in, zeer nadrukkelijk gaf ik
27 I | wat ook, ik bewonder Hem in Zijn gehele schepping, ik
28 I | schepping, ik bewonder Hem in Zijn gehele natuur, ik draag
29 I | natuur, ik draag Hem altijd in mijn hart.' En prompt gaf
30 I | universum te bekeren.~ In het dorp was ze volstrekt
31 I | kenden, zaaiden twijfel in de geest. Ze gingen er verder
32 I | goddeloosheid natuurlijk.~ In werkelijkheid was zij zo'
33 I | vrijsters die altijd weer in Europese pensions opduiken,
34 I | denken dat ze 's nachts in een etui worden opgeborgen.~
35 I | opgeborgen.~ Als ik er een in een hotel zag, ging ik ervandoor
36 I | niet des boers was, voelde in haar beperkte geest een
37 I | schepte een vreemd genoegen in het hardop uitspreken van
38 I | kamer gebracht, die heeft ze in d'r waskom gedaan en ze
39 I | gevangen, alleen om hem in zee terug te gooien. En
40 I | Geniesoldaat werd genoemd omdat hij in zijn jeugd in Afrika had
41 I | omdat hij in zijn jeugd in Afrika had gediend, hield
42 I | zocht en bewonderde God in de natuur. Op een avond
43 I | avond trof ik haar geknield in een struik. Omdat ik iets
44 I | Soms zag ik haar onder in een dal, snel lopend, met
45 I | boerderij tegen, zittend in het gras, in de schaduw
46 I | tegen, zittend in het gras, in de schaduw van een appelaar,
47 I | weten komen wat er omgaat in die eenzame zielen van die
48 II | juffrouw.'~ Ze mompelde, in vervoering, komisch en vertederend: `
49 II | geïnspireerde blik en haar tanden in de wind, keek de Engelse
50 II | Engelse naar de enorme zon die in de zee zakte. Voor ons,
51 II | het roerloze schip dat nu in een lijst van vuur gevat
52 II | van...' Ik zag een traan in haar oog. Ze vervolgde: `
53 II | vogeltje was om weg te vliegen in het firmament.'~ Ze bleef
54 II | kaarsrecht op het klif, rood ook in haar purperen omslagdoek.
55 II | omslagdoek. Ik kreeg zin om haar in mijn schetsboek te vereeuwigen.
56 II | verzadiging en intensiteit in vaktermen beschreef. Ze
57 II | aandachtig, begrijpend, in een poging de duistere betekenis
58 II | had, die sprongsgewijze in enthousiasme afging. Het
59 II | zijn. Ze leek ingemaakt in verzuurde onschuld, maar
60 II | verzuurde onschuld, maar ze had in haar hart iets heel jongs
61 II | uitgesproken.~ Ik nam haar mee in de Petit-Val, waar ik aan
62 II | uiteinde van mijn penseel in al zijn bewegingen. Als
63 II | effect verkreeg, slaakte ze in weerwil van zichzelf een
64 II | begon ze te praten over God, in een poging mij te bekeren.~
65 II | onthullen, en elke dag vond ik in mijn zakken, in mijn hoed
66 II | vond ik in mijn zakken, in mijn hoed als ik die op
67 II | grond had laten liggen, in mijn verfdoos, in mijn gepoetste
68 II | liggen, in mijn verfdoos, in mijn gepoetste schoenen '
69 II | werkte, of het nu was onder in mijn dal, of in een of andere
70 II | was onder in mijn dal, of in een of andere holle weg,
71 II | plotseling zweeg ze midden in een zin, stond op en ging
72 II | mij een beetje bijgesteld in de eerste tijd dat wij elkaar
73 II | rende naar boven om zich in haar kamer op te sluiten.~
74 II | aangekondigd krijgen. Er lag in haar blik een soort waanzin,
75 II | En het leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep,
76 II(3)| Gustave Courbet, maar dan in spiegelbeeld!~
77 III | verloren ging, verdronk in die melkige nevel, die wattendeken
78 III | die soms bij zonsopgang in dalen hangt. En helemaal
79 III | hangt. En helemaal achter in die dichte en half doorzichtige
80 III | vage gestalten overgaan in een zilverachtige helderheid.
81 III | en ik greep haar handen in een gebaar van plotselinge
82 III | handen een paar seconden in de mijne en ik voelde ze
83 III | haar gewone gezicht en was in haar gewone doen.~ Ik
84 III | me nu een vrolijk gevoel in het lijf, een prikkeling
85 III | van zoenen op lippen, en in mijn aderen voelde ik iets
86 III | en uitgaan, pakte ik haar in mijn armen en overdekte
87 III | spook zag. Toen verdween ze in de nacht.~ Ik liep beschaamd
88 III | er niet over en begonnen in stilte te eten.~ Het
89 III | toe ging de Geniesoldaat in de kelder de ciderkruik
90 III | zelf wel eens zien en ging in het gat kijken. Toen ze
91 III | ze dat ze inderdaad iets in haar put had gezien, iets
92 III | Ik wilde ook kijken, in de hoop dat ik meer zou
93 III | met de oogleden. Hij had in Afrika wel wat ergers gezien!~
94 III | waarbij ik toekeek hoe hij in het duister verdween. Hij
95 III | verdween. Hij had een lantaarn in één hand en een touw in
96 III | in één hand en een touw in de andere. Al snel klonk
97 III | en we trokken haar daar in de meest oneerbare houding
98 III | ik de enige was bij haar in de buurt. Ik vond een brief
99 III | buurt. Ik vond een brief in haar zak, op het laatste
100 III | verzoek te worden begraven in het dorp waar ze haar laatste
101 III | geheime wanhoop lagen besloten in dat onbevallige lijf, in
102 III | in dat onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele
103 III | plant worden. Ze zou bloeien in de zon, ze zou door de koeien
104 III | afgegraasd, door vogels in de vorm van zaad worden
105 III | noemt de ziel, die was onder in een donkere put uitgedoofd.
106 III | ontwaakte vogels zongen in de bomen.~ Ik gooide
107 III | nam dat toegetakelde hoofd in mijn handen, en langzaam,
|