Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
iii 1
ijskoude 2
ik 217
in 107
in- 1
inderdaad 2
ingegooid 1
Frequency    [«  »]
150 ze
137 die
119 dat
107 in
95 met
90 te
88 op
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

in

                                               bold = Main text
    Part                                       grey = Comment text
1 Voor | Wij zaten met zijn zevenen in de brik, vier dames en drie 2 Voor | koetsier, en we beklommen in de stap van de paarden de 3 Voor | nog te dommelen, verkleumd in de frisse ochtendlucht. 4 Voor | De akkers leken te dampen in de mist. Leeuweriken zongen 5 Voor | mist. Leeuweriken zongen in de lucht, andere vogels 6 Voor | andere vogels tsjirpten in de bosjes.~    Eindelijk 7 Voor | schoot weg, vrijwel verborgen in het veld, en toonde alleen 8 Voor | achterhand begon te rennen en in een groot bietenveld verdween. 9 Voor | nam zijn lange witte baard in de hand en glimlachte, maar 10 I | lonken van een dienstertje in een herberg. Je moet die 11 I | Ik heb afspraakjes gekend in greppels vol sleutelbloemen, 12 I | onbelemmerde strelingen, in hun oprechte onbehouwenheid 13 I | Je legt je hoofd te ruste in een wei, tussen margrieten 14 I | klaprozen, en met open ogen, in een heldere plas zonlicht, 15 I | heldere plas zonlicht, zie je in de verte het dorpje met 16 I | je een diepte tegenkomt in die smalle waterloopjes, 17 I | duik je er helemaal naakt in, en voel je van kop tot 18 I | extatisch als de zon verdrinkt in een oceaan van bloedrode 19 I | zich met rosse weerschijn in rivieren dompelt. En 's 20 I | niet bij je op zouden komen in de brandende helderheid 21 I | zijn, kwam ik op een avond in het dorpje Bénouville, op 22 I | krijtrotsen die loodrecht in zee afdalen. Ik had al sinds 23 I | avondeten een kip aan het stoven in haar grote open haard met 24 I | broodmager, heel groot, zo strak in een omslagdoek met rode 25 I | net geïnstalleerd om onder in dat mooie dal dat jullie 26 I | Koppig schonk ik haar water in, zeer nadrukkelijk gaf ik 27 I | wat ook, ik bewonder Hem in Zijn gehele schepping, ik 28 I | schepping, ik bewonder Hem in Zijn gehele natuur, ik draag 29 I | natuur, ik draag Hem altijd in mijn hart.' En prompt gaf 30 I | universum te bekeren.~    In het dorp was ze volstrekt 31 I | kenden, zaaiden twijfel in de geest. Ze gingen er verder 32 I | goddeloosheid natuurlijk.~    In werkelijkheid was zij zo' 33 I | vrijsters die altijd weer in Europese pensions opduiken, 34 I | denken dat ze 's nachts in een etui worden opgeborgen.~     35 I | opgeborgen.~    Als ik er een in een hotel zag, ging ik ervandoor 36 I | niet des boers was, voelde in haar beperkte geest een 37 I | schepte een vreemd genoegen in het hardop uitspreken van 38 I | kamer gebracht, die heeft ze in d'r waskom gedaan en ze 39 I | gevangen, alleen om hem in zee terug te gooien. En 40 I | Geniesoldaat werd genoemd omdat hij in zijn jeugd in Afrika had 41 I | omdat hij in zijn jeugd in Afrika had gediend, hield 42 I | zocht en bewonderde God in de natuur. Op een avond 43 I | avond trof ik haar geknield in een struik. Omdat ik iets 44 I | Soms zag ik haar onder in een dal, snel lopend, met 45 I | boerderij tegen, zittend in het gras, in de schaduw 46 I | tegen, zittend in het gras, in de schaduw van een appelaar, 47 I | weten komen wat er omgaat in die eenzame zielen van die 48 II | juffrouw.'~    Ze mompelde, in vervoering, komisch en vertederend: ` 49 II | geïnspireerde blik en haar tanden in de wind, keek de Engelse 50 II | Engelse naar de enorme zon die in de zee zakte. Voor ons, 51 II | het roerloze schip dat nu in een lijst van vuur gevat 52 II | van...' Ik zag een traan in haar oog. Ze vervolgde: ` 53 II | vogeltje was om weg te vliegen in het firmament.'~    Ze bleef 54 II | kaarsrecht op het klif, rood ook in haar purperen omslagdoek. 55 II | omslagdoek. Ik kreeg zin om haar in mijn schetsboek te vereeuwigen. 56 II | verzadiging en intensiteit in vaktermen beschreef. Ze 57 II | aandachtig, begrijpend, in een poging de duistere betekenis 58 II | had, die sprongsgewijze in enthousiasme afging. Het 59 II | zijn. Ze leek ingemaakt in verzuurde onschuld, maar 60 II | verzuurde onschuld, maar ze had in haar hart iets heel jongs 61 II | uitgesproken.~    Ik nam haar mee in de Petit-Val, waar ik aan 62 II | uiteinde van mijn penseel in al zijn bewegingen. Als 63 II | effect verkreeg, slaakte ze in weerwil van zichzelf een 64 II | begon ze te praten over God, in een poging mij te bekeren.~     65 II | onthullen, en elke dag vond ik in mijn zakken, in mijn hoed 66 II | vond ik in mijn zakken, in mijn hoed als ik die op 67 II | grond had laten liggen, in mijn verfdoos, in mijn gepoetste 68 II | liggen, in mijn verfdoos, in mijn gepoetste schoenen ' 69 II | werkte, of het nu was onder in mijn dal, of in een of andere 70 II | was onder in mijn dal, of in een of andere holle weg, 71 II | plotseling zweeg ze midden in een zin, stond op en ging 72 II | mij een beetje bijgesteld in de eerste tijd dat wij elkaar 73 II | rende naar boven om zich in haar kamer op te sluiten.~     74 II | aangekondigd krijgen. Er lag in haar blik een soort waanzin, 75 II | En het leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep, 76 II(3)| Gustave Courbet, maar dan in spiegelbeeld!~ 77 III | verloren ging, verdronk in die melkige nevel, die wattendeken 78 III | die soms bij zonsopgang in dalen hangt. En helemaal 79 III | hangt. En helemaal achter in die dichte en half doorzichtige 80 III | vage gestalten overgaan in een zilverachtige helderheid. 81 III | en ik greep haar handen in een gebaar van plotselinge 82 III | handen een paar seconden in de mijne en ik voelde ze 83 III | haar gewone gezicht en was in haar gewone doen.~    Ik 84 III | me nu een vrolijk gevoel in het lijf, een prikkeling 85 III | van zoenen op lippen, en in mijn aderen voelde ik iets 86 III | en uitgaan, pakte ik haar in mijn armen en overdekte 87 III | spook zag. Toen verdween ze in de nacht.~    Ik liep beschaamd 88 III | er niet over en begonnen in stilte te eten.~    Het 89 III | toe ging de Geniesoldaat in de kelder de ciderkruik 90 III | zelf wel eens zien en ging in het gat kijken. Toen ze 91 III | ze dat ze inderdaad iets in haar put had gezien, iets 92 III | Ik wilde ook kijken, in de hoop dat ik meer zou 93 III | met de oogleden. Hij had in Afrika wel wat ergers gezien!~     94 III | waarbij ik toekeek hoe hij in het duister verdween. Hij 95 III | verdween. Hij had een lantaarn in één hand en een touw in 96 III | in één hand en een touw in de andere. Al snel klonk 97 III | en we trokken haar daar in de meest oneerbare houding 98 III | ik de enige was bij haar in de buurt. Ik vond een brief 99 III | buurt. Ik vond een brief in haar zak, op het laatste 100 III | verzoek te worden begraven in het dorp waar ze haar laatste 101 III | geheime wanhoop lagen besloten in dat onbevallige lijf, in 102 III | in dat onbevallige lijf, in dat lijf dat zij haar hele 103 III | plant worden. Ze zou bloeien in de zon, ze zou door de koeien 104 III | afgegraasd, door vogels in de vorm van zaad worden 105 III | noemt de ziel, die was onder in een donkere put uitgedoofd. 106 III | ontwaakte vogels zongen in de bomen.~    Ik gooide 107 III | nam dat toegetakelde hoofd in mijn handen, en langzaam,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License