Part
1 Voor| toegewijd vriend1~ Wij zaten met zijn zevenen in de brik,
2 Voor| te nemen weg, waarna het met grote sprongen van zijn
3 Voor| hebt nog vier dagen.'~ Met een slaperig lachje antwoordde
4 I | de Normandische kust.~ Met `de kladschilder uithangen'
5 I | uithangen' bedoel ik dat zwerven met een rugzak, van herberg
6 I | en stevige huid, ik denk met spijt terug aan kinderlijke
7 I | zijn dat huwelijksreizen met de aarde. Je bent helemaal
8 I | Je bent helemaal alleen met haar bij die langdurige,
9 I | margrieten en klaprozen, en met open ogen, in een heldere
10 I | je in de verte het dorpje met zijn puntige klokkentoren
11 I | bevochtigt, je drinkt het met lijfelijk genoegen, alsof
12 I | bloedrode wolken en zij zich met rosse weerschijn in rivieren
13 I | kust, recht als een muur, met haar uitstekende krijtrotsen
14 I | Uit volle borst zingend en met grote stappen, met nu eens
15 I | zingend en met grote stappen, met nu eens aandacht voor de
16 I | klandizie altijd slechts met tegenzin leek te ontvangen,
17 I | tegenzin leek te ontvangen, met een soort wantrouwen.~
18 I | appelaars overdekten het erf met een dak van geurende bloesem
19 I | rustiek vertrek, gemeubileerd met een bed, twee stoelen, een
20 I | gasten hun maaltijd gebruiken met het personeel van de boerderij
21 I | in haar grote open haard met daarin een heugel, zwart
22 I | strak in een omslagdoek met rode Schotse ruit gewikkeld
23 I | dijen had zien verschijnen, met daarin een witte parasol
24 I | ook niet, aan een bokking met papillotten denken. Ze sloeg
25 I | staan, het leek wel een mast met vlaggetjes. Dat was zij.
26 I | om kennis te kunnen maken met die oude zonderlinge. Maar
27 I | door. Een lichte beweging met het hoofd, amper merkbaar,
28 I | andere mening op na. Hij zei met een knipoog: `Dat is er
29 I | in een dal, snel lopend, met de veerkrachtige tred van
30 I | schaduw van een appelaar, met haar bijbeltje open op schoot
31 I | bleef hangen, verbonden met die rustige streek door
32 I | die wij zelf op een dag met ons lichaam zullen bemesten.
33 II | kennen. Ik was net klaar met een studie die mij puik
34 II | wrattige rots, overdekt met bruine, gele en rode wieren,
35 II | de steen en vergulde die met vuur. Dat was het. Een door
36 II | Ik was zo tevreden met mijn werk dat ik begon te
37 II | eraan en bekeek mijn werk met haar stomme blik die niets
38 II | mompelde een Brits `ow!', met zoveel nadruk en zo vleiend
39 II | Nu accepteerde zij dat met een gemummificeerd glimlachje.
40 II | streelt het reukvermogen met haar wilde parfum, streelt
41 II | parfum, streelt het gehemelte met haar zilte smaak, streelt
42 II | smaak, streelt de geest met haar doordringende mildheid.
43 II | aandroeg. En we dronken met open mond en uitgezette
44 II | lange kus der baren.~ Met haar geruite omslagdoek
45 II | tekende een driemaster met volle zeilen zijn silhouet
46 II | Miss Harriet bekeek met hartstochtelijke blik het
47 II | Vervolgens had ik het met haar over schilderkunst,
48 II | ik dat gedaan zou hebben met een kameraad, waarbij ik
49 II | toen ze me zag, direct met uitgestoken hand op me af.
50 II | schepsel, dat een soort ziel met veren had, die sprongsgewijze
51 II | de natuur en de dieren, met een extatische liefde, gefermenteerd
52 II | gefermenteerd als oude drank, met die sensuele liefde die
53 II | teef, van een merrie die met haar veulen tussen de benen
54 II | vol kleintjes, piepend, met open bekjes, een enorme
55 II | helemaal kaal lijf, haar met overdreven ontroering aan.~
56 II | durfde, en ik vermaakte me met haar verlegenheid. Als ik '
57 II | Als ik 's morgens vertrok, met mijn schilderkist op de
58 II | en ging er snel vandoor, met haar huppelende pas.~
59 II | volgde al mijn gebaren met geconcentreerde aandacht.~
60 II | en ze begon me dagelijks met zichtbaar genoegen te vergezellen.
61 II | stilzwijgend zitten, volgde met haar blik het uiteinde van
62 II | zijn bewegingen. Als ik met een grote, plotseling met
63 II | met een grote, plotseling met het paletmes opgebrachte
64 II | alsof Hij vreselijk inzat met de onrechtvaardigheden die
65 II | het trouwens uitstekend met Hem vinden, leek zelfs de
66 II | haar als een oude vriendin, met hartelijke ongedwongenheid.
67 II | verschijnen, dan kwam ze er aan met haar snelle, ritmische pas.
68 II | schikken, en als ik haar met ongedwongen hoffelijkheid,
69 II | zij mij antwoordde, maar met geveinsde onverschilligheid,
70 II | onverschilligheid, of ook wel met ingehouden ergernis. En
71 II | en we spraken amper meer met elkaar. Ik dacht echt dat
72 II | Miss Harriet, waarom bent u met mij niet meer als vroeger?
73 II | zien!'~ Ze antwoordde, met een volstrekt grappige ondertoon
74 II | ondertoon van woede: `Ik ben met u altijd hetzelfde als vroeger.
75 III | gevat tussen rotswanden met bovenop twee hellingen vol
76 III | meisje, stevig omhelsd, zij met het hoofd naar hem opgeheven,
77 III | ochtendmist, verlichtte hem met een roze weerschijn achter
78 III | u.'~ Ze naderde, als met tegenzin. Ik liet haar mijn
79 III | ze te huilen. Ze huilde met die zenuwschokken van mensen
80 III | ook, at ernstig, zonder met iemand te spreken noch de
81 III | vertrek, dat alles door en met elkaar, bezorgde me nu een
82 III | Ik trippelde op haar af, met zo lichte pas dat ze niets
83 III | brede, mollige gestalte met een stortvloed aan liefkozingen.
84 III | plotseling los? Waarom heb ik mij met een ruk omgedraaid? Hoe
85 III | ragout van schapenvlees met aardappelen, gebakken konijn
86 III | bij beetje. Wij stonden met zijn vieren over de opening
87 III | Geniesoldaat knipperde niet eens met de oogleden. Hij had in
88 III | onderin lag.~ We klommen met zijn tweeën op de stenen
89 III | meer opdoken, legde ik haar met de stalknecht af.~ Ik
90 III | beetje open en keek mij aan met die bleke blik, die kille
91 III | haren zo goed als ik kon, en met handen die dat niet gewend
92 III | kleren uit, waardoor ik met schaamte, alsof ik heiligschennis
93 III | laatste moment geschreven, met het verzoek te worden begraven
94 III | de rest? Waarom hield ze met een zo hartstochtelijke
95 III | zwaar geworden alsof ze met verdriet beladen was.~
|