Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wantrouwen 1
waren 16
warm 4
was 73
waskom 2
wassen 1
waste 2
Frequency    [«  »]
95 met
90 te
88 op
73 was
64 had
54 aan
51 als
Guy de Maupassant
Miss Harriet

IntraText - Concordances

was

   Part
1 Voor| aanbrekende dag.~    Het was herfst. Aan beide zijden 2 Voor| zijn lijf en zeer bemind was geweest, nam zijn lange 3 I | I~    Ik was toen vijfentwintig en ik 4 I | moeder Lecacheur.~    Dat was een oude boerin, gerimpeld, 5 I | soort wantrouwen.~    Het was mei, de bloeiende appelaars 6 I | en de bazin, die weduwe was.~    Ik waste mijn handen 7 I | naar buiten. De oude vrouw was voor het avondeten een kip 8 I | kauwend, dat vier dagen oud was, maar verrukkelijk.~     9 I | liep op het huis af. Ze was broodmager, heel groot, 10 I | verschijning vrolijkte me op, dat was vast mijn buurvrouw, die 11 I | mast met vlaggetjes. Dat was zij. Toen ze mij zag, verdween 12 I | niet op mijn beleefdheden, was zelfs ongevoelig voor mijn 13 I | de zomer door te brengen, was ze anderhalve maand eerder 14 I | bekeren.~    In het dorp was ze volstrekt niet geliefd. 15 I | vanuit dat de Engelse rijk was en dat zij haar leven had 16 I | natuurlijk.~    In werkelijkheid was zij zo'n figuur die warm 17 I | alles wat niet des boers was, voelde in haar beperkte 18 I | andere manier voor de lippen was gekomen, het resultaat van 19 I | grote vis gekocht die net was gevangen, alleen om hem 20 I | die weliswaar goed betaald was, had haar de huid vol gescholden, 21 I | onschuld te tonen. Welzeker, ze was vast demonisch, miss Harriet, 22 I | alleen maar omdat ze vreemd was, van een ander slag, van 23 I | andere godsdienst. Kortom, ze was demonisch!~    Ze zwierf 24 I | Soms, als ik aan het werk was tussen de rotsen, zag ik 25 II | onalledaagse manier kennen. Ik was net klaar met een studie 26 II | puik leek, en die dat ook was. Ze werd vijftien jaar later 27 II | tienduizend frank verkocht. Ze was trouwens heel eenvoudig 28 II | hemellichaam zag, want dat was achter mij verborgen, op 29 II | vergulde die met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde 30 II | de donkere hemel3.~    Ik was zo tevreden met mijn werk 31 II | Toen ik voor het huis was aangekomen, riep ik moeder 32 II | Ik denk dat het haar rots was, waar ze opklom om op haar 33 II | van een koningin afkomstig was geweest. Ik was verleid, 34 II | afkomstig was geweest. Ik was verleid, veroverd, overwonnen. 35 II | en doorgronden.~    Het was een luwe, loom makende avond, 36 II | bries die over de oceaan was komen aanzetten en die ons 37 II | worden, verdwijnen. Het was voorbij. Alleen nog het 38 II | wilde dat ik een vogeltje was om weg te vliegen in het 39 II | meteen bevriend.~    Het was een vreemd schepsel, dat 40 II | misschien omdat ze bang was dat ze me stoorde, zei ze: ` 41 II | Wel, haar Here God was een grappig ventje, een 42 II | Als ik werkte, of het nu was onder in mijn dal, of in 43 II | ontroering haar verontrustte. Ze was knalrood, van dat Engelse 44 II | er dan bij alsof hun veer was gebroken. Vroeger kon haar 45 II | ging helemaal niet over. Nu was het zo dat als ik het woord 46 II | bij wat niet verwerkelijkt was en het ook nooit zou worden! 47 III | III~    Het was echt een vreemde onthulling.~     48 III | zilverachtige helderheid. Dat was verdorie best mooi.~     49 III | wel een spook, maar het was miss Harriet. Toen ze me 50 III | Haar hele arme wezentje was gaan wankelen, gaan trillen 51 III | raden dat ze ongelukkig was om gek van te worden.~     52 III | aan tafel. Miss Harriet was er ook, at ernstig, zonder 53 III | ze haar gewone gezicht en was in haar gewone doen.~     54 III | de ogen naar mij op. Zij was een stevige meid van achttien, 55 III | maar lachte toch, want ze was eraan gewend.~    Waarom 56 III | achter mij stond?~    Het was miss Harriet die naar binnen 57 III | misdaad.~    Ik sliep slecht, was uitermate zenuwachtig, werd 58 III | naar haar kamer, de Engelse was weg. Ze was waarschijnlijk 59 III | de Engelse was weg. Ze was waarschijnlijk al bij dageraad 60 III | stilte te eten.~    Het was warm, vreselijk warm, het 61 III | warm, vreselijk warm, het was zo'n branderige, zware dag 62 III | verklaarde dat de put droog was gevallen. Ze had het hele 63 III | had de bodem geraakt, maar was leeg weer bovengekomen. 64 III | iets wat niet natuurlijk was. Waarschijnlijk had een 65 III | zag ik iets wits. Maar wat was dat? Toen kwam ik op het 66 III | al mijn spieren slap, ik was bang de zwengel los te laten 67 III | kuise vrijster. Het hoofd was vreselijk, zwart en kapot, 68 III | vervullen, omdat ik de enige was bij haar in de buurt. Ik 69 III | gedachte beklemde mij het hart. Was dat niet om mij dat ze daar 70 III | natuur gericht! Voor haar was het afgelopen, wellicht 71 III | wat je noemt de ziel, die was onder in een donkere put 72 III | en over haar handen. Dit was het uur dat ze zo beminde. 73 III | ze met verdriet beladen was.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License