Part
1 I | loodrecht in zee afdalen. Ik had al sinds de ochtend gelopen
2 I | zeil van een vissersboot, had ik een gelukkige dag achter
3 I | zeggen dat ze geen armen had, als je geen lange hand
4 I | ter hoogte van haar dijen had zien verschijnen, met daarin
5 I | over wie onze gastvrouw het had gehad.~ Ik zag haar die
6 I | niet terug. De volgende dag had ik me net geïnstalleerd
7 I | boekjes. Zelfs de pastoor had er vier gekregen, hem bezorgd
8 I | geliefd. De onderwijzer had verklaard: `Dat is een atheïste',
9 I | was en dat zij haar leven had doorgebracht door de landen
10 I | omdat haar familie haar had verjaagd. Waarom had haar
11 I | haar had verjaagd. Waarom had haar familie haar verjaagd?
12 I | van die oude vrijster. Ze had een term gevonden om op
13 I | is!'~ Een andere keer had ze, toen ze aan de voet
14 I | weliswaar goed betaald was, had haar de huid vol gescholden,
15 I | hem het geld uit de zak had geklopt. Na een maand kon
16 I | Harriet, moeder Lecacheur had een geniale ingeving gehad
17 I | in zijn jeugd in Afrika had gediend, hield er een andere
18 I | oude vrijster het geweten had?~ Het dienstmeisje Celeste
19 I | iets roods door de bladeren had zien schemeren, schoof ik
20 II | veroverd, overwonnen. Ik had haar wel willen zoenen,
21 II | staan, zoals ik haar zo vaak had gezien, kaarsrecht op het
22 II | te lachen.~ Vervolgens had ik het met haar over schilderkunst,
23 II | een soort ziel met veren had, die sprongsgewijze in enthousiasme
24 II | verzuurde onschuld, maar ze had in haar hart iets heel jongs
25 II | die ze mannen geenszins had geschonken.~ En inderdaad
26 II | ze me iets te vertellen had, maar niet durfde, en ik
27 II | uitermate gedurfde woorden had uitgesproken.~ Ik nam
28 II | genoegen te vergezellen. Ze had haar vouwstoel onder de
29 II | werden - alsof Hij ze niet had kunnen voorkomen.~ Zij
30 II | hoed als ik die op de grond had laten liggen, in mijn verfdoos,
31 II | zitten, buiten adem alsof ze had gerend of alsof een of andere
32 II | afvroeg of ik niets gedaan had wat haar tegenstond of gekwetst
33 II | haar tegenstond of gekwetst had.~ Ten slotte bedacht
34 II | echt dat ik iets verkeerds had gedaan en ik vroeg haar
35 III| Petit-Val bij Étretat voert. Ik had toevallig die ochtend de
36 III| stilhangende nevel die ik nodig had.~ Er dook iets voor me
37 III| ze rukte ze los.~ Ik had haar herkend, die huivering,
38 III| die huivering, want die had ik al eerder gevoeld, die
39 III| zonder dat ik een woord geuit had, liet me verrast achter
40 III| bedroefd alsof ik een misdaad had begaan.~ Ik ging niet
41 III| klif, omdat ik evenveel zin had om te huilen als om te lachen,
42 III| op te slaan. Voor de rest had ze haar gewone gezicht en
43 III| Harriet, haar uiterlijk had geen spoor van schrik vertoond.
44 III| overdenkingen die ik op die dag had gehad, de vreemde ontmoeting
45 III| het dienstmeisje op mij had gericht bij de aankondiging
46 III| naar binnen ging, die ons had gezien en die roerloos bleef
47 III| verrast dan wanneer ze me had betrapt op het begaan van
48 III| meende gehuil te horen. Ik had me vast vergist. Een paar
49 III| moest aannemen.~ Niemand had miss Harriet gezien. We
50 III| put droog was gevallen. Ze had het hele touw laten vieren
51 III| laten vieren en de emmer had de bodem geraakt, maar was
52 III| inderdaad iets in haar put had gezien, iets wat niet natuurlijk
53 III| natuurlijk was. Waarschijnlijk had een buurman er bossen stro
54 III| trillen als een espenblad. Ik had een voet herkend, daarna
55 III| eens met de oogleden. Hij had in Afrika wel wat ergers
56 III| het duister verdween. Hij had een lantaarn in één hand
57 III| vroeg ik: `En?' Alsof ik had verwacht dat hij nieuws
58 III| waar ze haar laatste dagen had doorgebracht. Een vreselijke
59 III| als een beschamende last had gedragen, een belachelijk
60 III| alle liefde ver van zich had gehouden?~ Wat kunnen
61 III| wellicht zonder dat ze ooit had gehad wat ook de meest wanhopige
62 III| begreep dat ze aan God geloofd had, zij wel, en dat ze dus
63 III| compensatie van haar ongeluk had gehoopt. Nu zou ze tot ontbinding
64 III| uitgedoofd. Ze leed niet meer. Ze had haar leven verruild voor
|