bold = Main text
Part grey = Comment text
1 Voor | de dames, niet zo gewend aan zo'n jagersontwaken, lieten
2 Voor | dag.~ Het was herfst. Aan beide zijden van de weg
3 Voor | voor ons op, geheel rood aan de rand van de horizon,
4 Voor | toe te voegen: `U denkt aan uw man, barones. Wees gerust,
5 Voor(1)| door Maupassant toegevoegd aan het manuscript, toen hij
6 Voor(1)| toen hij dat cadeau deed aan Emmanuela Pignatelli di
7 Voor | tot soortgelijk handelen aan te zetten.'~
8 I | kopbrekens, zelfs zonder aan de volgende dag te hoeven
9 I | dag. Ik heb herinneringen aan grove grijze stof op veerkrachtige
10 I | ik denk met spijt terug aan kinderlijke en onbelemmerde
11 I | Maar wat vooral zo fijn is aan die avontuurlijke tochten,
12 I | bij een bron die opwelt aan de voet van een eik, te
13 I | heuvel staat, melancholisch aan de rand van plassen, extatisch
14 I | firmament trekt, denk je aan duizend bijzondere dingen
15 I | tapijt zo soepele gras dat aan de rand van de afgrond onder
16 I | voor het avondeten een kip aan het stoven in haar grote
17 I | voor de deur en ik viel aan op de magere ledematen van
18 I | Plotseling ging het houten hek aan de weg open, en een vreemde
19 I | waarom weet ik ook niet, aan een bokking met papillotten
20 I | haar ogen neer, liep snel aan mij voorbij en verdween
21 I | opslaand, iets vreemds boven aan de helling zag staan, het
22 I | te eten en ik nam plaats aan de gemeenschappelijke tafel,
23 I | van plan weer weg te gaan. Aan tafel sprak ze nooit, ze
24 I | propaganda. Daarvan deelde ze aan iedereen uit, van die boekjes.
25 I | lettergrepen, als ik haar zag.~ Aan moeder Lecacheur vroeg ik: `
26 I | andere keer had ze, toen ze aan de voet van het klif wandelde,
27 I | schemeren, schoof ik de takken aan de kant, en miss Harriet
28 I | verrast.~ Soms, als ik aan het werk was tussen de rotsen,
29 I | zag ik haar plotseling aan de rand van het klif, als
30 II | dat ik het langs een pad aan een koe toonde, en haar
31 II | ogenblik dat ik mijn doek aan de herbergierster voorhield.
32 II | presenteren dat het niet aan haar blik kon ontsnappen.
33 II | Ik ging naast haar aan tafel zitten, zoals altijd.
34 II | vulde hardop haar gedachten aan: `O! Ik houd zo van de natuur!'~
35 II | haar brood, water, wijn aan. Nu accepteerde zij dat
36 II | Voor ons, ginder, ver weg, aan de grens van het blikveld,
37 II | de zee, de hele horizon aan haar hart te drukken.~
38 II | afging. Het ontbrak haar aan evenwicht, zoals al die
39 II | met overdreven ontroering aan.~ Arme, eenzame, zwervende
40 II | in de Petit-Val, waar ik aan een grote studie begon.~
41 II | verschijnen, dan kwam ze er aan met haar snelle, ritmische
42 II | er ook schaamteloos mee aan tafel, haar haren verward
43 III | ochtend vanaf zonsopgang aan een schilderij dat het volgende
44 III | gingen zoals gewoonlijk aan tafel. Miss Harriet was
45 III | verlaten! En me waren juist zo aan je gewend geraakt!'~
46 III | het kippenhok afsluiten, aan de overkant van de omheining.
47 III | gestalte met een stortvloed aan liefkozingen. Ze verdedigde
48 III | Celeste droeg de schalen aan uit de keuken, ragout van
49 III | op het idee een lantaarn aan een touw neer te laten.
50 III | liet hem vervolgens zakken aan de katrol, heel langzaam,
51 III | beetje open en keek mij aan met die bleke blik, die
52 III | En ik begreep dat ze aan God geloofd had, zij wel,
53 III | licht kondigde de dageraad aan, toen kroop een rode straal
54 III | kroop een rode straal tot aan het bed, legde een staaf
|