Part
1 Voor| Voor gravin Potocka, als eerbetoon van een toegewijd
2 Voor| tarwe, die de grond bedekte als een slecht geschoren baard.
3 Voor| zich te schudden en zich als een meisje dat uit bed stapt,
4 I | kus is pittig en sappig als wild fruit. De liefde is
5 I | komt. Een hart dat slaat als je verschijnt, een oog dat
6 I | verschijnt, een oog dat huilt als je weggaat, zijn zulke zeldzame,
7 I | kuste, mond op mond. Soms, als je een diepte tegenkomt
8 I | stroom.~ Je wordt blij als je op een heuvel staat,
9 I | rand van plassen, extatisch als de zon verdrinkt in een
10 I | volgend, de hoge kust, recht als een muur, met haar uitstekende
11 I | over dat korte, fijne en als een tapijt zo soepele gras
12 I | alleen te eten op het erf als het mooi weer mocht zijn.~
13 I | zeggen dat ze geen armen had, als je geen lange hand ter hoogte
14 I | toeristen. Haar gelaat, als van een mummie, omkaderd
15 I | wist ik over haar evenveel als mevrouw Lecacheur zelf.~
16 I | etui worden opgeborgen.~ Als ik er een in een hotel zag,
17 I | hotel zag, ging ik ervandoor als een vogel die een vogelverschrikker
18 I | van die twee lettergrepen, als ik haar zag.~ Aan moeder
19 I | gelijk het een mens waar. Als dat geen heiligschennis
20 I | gepensionneerd is.'~ Als die arme oude vrijster het
21 I | haar verschrikte blikken als die van bosuilen die op
22 I | worden verrast.~ Soms, als ik aan het werk was tussen
23 I | aan de rand van het klif, als het schijnsel van een vuurtoren.
24 II | wieren, waar het zonlicht als olie overheen stroomde.
25 II | naast elkaar, tevreden als twee mensen die elkaar net
26 II | extatische liefde, gefermenteerd als oude drank, met die sensuele
27 II | me met haar verlegenheid. Als ik 's morgens vertrok, met
28 II | penseel in al zijn bewegingen. Als ik met een grote, plotseling
29 II | studies kwamen op haar over als een soort schilderijen van
30 II | mijn zakken, in mijn hoed als ik die op de grond had laten
31 II | Ik behandelde haar als een oude vriendin, met hartelijke
32 II | ik daar geen acht op.~ Als ik werkte, of het nu was
33 II | dat wij elkaar kenden.~ Als ze na urenlange wandelingen
34 II | lampenglazen noemde te schikken, en als ik haar met ongedwongen
35 II | zei: `U straalt vandaag als een ster, miss Harriet',
36 II | over. Nu was het zo dat als ik het woord tot haar richtte,
37 II | bent u met mij niet meer als vroeger? Heb ik iets gedaan
38 II | ben met u altijd hetzelfde als vroeger. Dat is niet waar,
39 II | veroordeelden zo moeten kijken als ze hun laatste dag aangekondigd
40 III | voor u.'~ Ze naderde, als met tegenzin. Ik liet haar
41 III | liet me verrast achter als bij een wonder, en diep
42 III | evenveel zin had om te huilen als om te lachen, omdat ik het
43 III | aangelopen, fris, sterk als een paard, en heel schoon,
44 III | plotseling begon ik te trillen als een espenblad. Ik had een
45 III | hard bevend dat de lantaarn als waanzinnig boven de schoen
46 III | op, maar mijn armen waren als gebroken, al mijn spieren
47 III | haar verwarde haren zo goed als ik kon, en met handen die
48 III | haar lange armen, mager als takken, ontblootte.~
49 III | alleen, zwervend, verloren als een hond die zijn huis uit
50 III | dat zij haar hele bestaan als een beschamende last had
51 III | zaad worden meegenomen, en als vlees van beesten zou zij
|