Part
1 Voor| ochtendlucht. Vooral de dames, niet zo gewend aan zo'n jagersontwaken,
2 Voor| Lemanoir verkondigde: `Wij zijn niet erg galant vanochtend,'
3 Voor| antwoordde ze: `Doe toch niet zo dom!' Vervolgens schudde
4 I | duizend bijzondere dingen die niet bij je op zouden komen in
5 I | mij, waarom weet ik ook niet, aan een bokking met papillotten
6 I | Ik zag haar die dag niet terug. De volgende dag had
7 I | zonderlinge. Maar ze reageerde niet op mijn beleefdheden, was
8 I | dankbetuigingen.~ Ik bekommerde mij niet verder om haar, al bleef
9 I | gestuit en leek absoluut niet van plan weer weg te gaan.
10 I | het dorp was ze volstrekt niet geliefd. De onderwijzer
11 I | wil de dood van de zondaar niet, en ik geloof dat zij iemand
12 I | waarvan ze de juiste betekenis niet kenden, zaaiden twijfel
13 I | instinctief afkerig van alles wat niet des boers was, voelde in
14 I | aanstoot nam: `Je zult het niet geloven willen, meneer,
15 I | een maand kon hij er nog niet over praten zonder woest
16 I | dienstmeisje Celeste bediende haar niet graag, zonder dat ik er
17 I | achter kon komen waarom niet. Misschien alleen maar omdat
18 II | prachtig.~ Links de zee, niet de blauwe zee, de zee van
19 II | bekijken, ouwe. Zoiets zul je niet vaak zien.'~ Toen ik
20 II | niets onderscheidde, die niet eens zag of dat nu een os
21 II | voorhield. De demon kon er niet omheen, want ik zorgde ervoor
22 II | zo te presenteren dat het niet aan haar blik kon ontsnappen.
23 II | Ik wendde me af om niet te lachen.~ Vervolgens
24 II | iets te vertellen had, maar niet durfde, en ik vermaakte
25 II | ervandoor.~ Maar het duurde niet lang of ze werd vertrouwelijker,
26 II | onder de arm, wilde beslist niet toestaan dat ik die droeg,
27 II | begaan werden - alsof Hij ze niet had kunnen voorkomen.~
28 II | zei: `God wil' of `God wil niet', zoals een sergeant die
29 II | helemaal wild en kwam mij niet langer bekijken bij het
30 II | Maar het ging helemaal niet over. Nu was het zo dat
31 II | Harriet, waarom bent u met mij niet meer als vroeger? Heb ik
32 II | hetzelfde als vroeger. Dat is niet waar, niet waar', en ze
33 II | vroeger. Dat is niet waar, niet waar', en ze rende naar
34 II | ongeduldig en onmachtig bij wat niet verwerkelijkt was en het
35 III | hebben gevochten, en die niet langer kunnen, die zich
36 III | door dat verdriet dat ik niet begreep, en ik greep haar
37 III | had begaan.~ Ik ging niet terug voor het middageten.
38 III | van herberglieden, meer niet.~ En de maaltijd liep
39 III | zien, nog verward omdat ik niet wist wat voor houding ik
40 III | haar, maar ze verscheen niet. Moeder Lecacheur ging naar
41 III | We verbaasden ons er niet over en begonnen in stilte
42 III | put had gezien, iets wat niet natuurlijk was. Waarschijnlijk
43 III | De Geniesoldaat knipperde niet eens met de oogleden. Hij
44 III | en omdat de beide vrouwen niet meer opdoken, legde ik haar
45 III | kon, en met handen die dat niet gewend waren, schikte ik
46 III | beklemde mij het hart. Was dat niet om mij dat ze daar ter plekke
47 III | put uitgedoofd. Ze leed niet meer. Ze had haar leven
48 III | de paarden, die de zweep niet meer voelden, hadden de
|