Part
1 Voor| vriend1~ Wij zaten met zijn zevenen in de brik, vier
2 Voor| een haas,' en hij stak zijn arm naar links uit, wijzend
3 Voor| het veld, en toonde alleen zijn grote oren, maar daarna
4 Voor| akker, bleef staan, hernam zijn dolle loop, veranderde van
5 Voor| het met grote sprongen van zijn achterhand begon te rennen
6 Voor| Lemanoir verkondigde: `Wij zijn niet erg galant vanochtend,'
7 Voor| galant vanochtend,' en bekeek zijn buurvrouw, de kleine barones
8 Voor| zeer sterk, zeer trots op zijn lijf en zeer bemind was
9 Voor| bemind was geweest, nam zijn lange witte baard in de
10 I | dat huilt als je weggaat, zijn zulke zeldzame, zulke zalige,
11 I | volle maan. Voor schilders zijn dat huwelijksreizen met
12 I | de verte het dorpje met zijn puntige klokkentoren die
13 I | streek waar we dit jaar ook zijn, kwam ik op een avond in
14 I | groepje gebouwen, omgeven door zijn grote bomen, en meldde me
15 I | als het mooi weer mocht zijn.~ Mij werd dus gedekt
16 I | ook, ik bewonder Hem in Zijn gehele schepping, ik bewonder
17 I | schepping, ik bewonder Hem in Zijn gehele natuur, ik draag
18 I | werd genoemd omdat hij in zijn jeugd in Afrika had gediend,
19 I | overeind, verward zo te zijn waargenomen, richtte op
20 II | lichaam en geest gelukkig zijn. Alles is genot en alles
21 II | driemaster met volle zeilen zijn silhouet af tegen de vurige
22 II | Alleen nog het bootje toonde zijn profiel, uitgesneden tegen
23 II | vijftigste nog ongetrouwd zijn. Ze leek ingemaakt in verzuurde
24 II | uiteinde van mijn penseel in al zijn bewegingen. Als ik met een
25 II | onrechtvaardigheden die onder Zijn neus begaan werden - alsof
26 II | zelfs de vertrouwelinge van Zijn geheimen en Zijn teleurstellingen.
27 II | vertrouwelinge van Zijn geheimen en Zijn teleurstellingen. Zij zei: `
28 II | haar normale doen moest zijn, ongetwijfeld ter ere van
29 III | De nacht viel, schoof zijn schaduw onder de bomen en
30 III | wanhopiger zo door haar te zijn verrast dan wanneer ze me
31 III | beetje. Wij stonden met zijn vieren over de opening gebogen,
32 III | bond de knecht stevig om zijn middel vast en liet hem
33 III | de andere. Al snel klonk zijn stem, die uit het binnenste
34 III | terug te laten vallen. Toen zijn hoofd boven de putrand verscheen,
35 III | lag.~ We klommen met zijn tweeën op de stenen rand
36 III | Ik wilde alleen bij haar zijn en ik waakte de hele nacht.~
37 III | verloren als een hond die zijn huis uit is gejaagd? Welk
38 III | kunnen mensen toch ongelukkig zijn! Ik voelde op dat menselijk
|