bold = Main text
Part grey = Comment text
1 Voor | kale velden uit, vergeeld door de korte stoppel van de
2 Voor(1)| Deze opdracht is later door Maupassant toegevoegd aan
3 I | de dag.~ Zo zwervend door dezelfde streek waar we
4 I | kromming van haar vleugels door de blauwe lucht verplaatst,
5 I | soort herberg, gedreven door een boerin, midden op een
6 I | Normandisch erf, omgeven door een dubbele rij beuken.~
7 I | groepje gebouwen, omgeven door zijn grote bomen, en meldde
8 I | van een mummie, omkaderd door rollen grijze pijpenkrullen,
9 I | nadrukkelijk gaf ik haar de schalen door. Een lichte beweging met
10 I | om haar, al bleef ze me door de gedachten spoken.~
11 I | dorp zocht om daar de zomer door te brengen, was ze anderhalve
12 I | vier gekregen, hem bezorgd door een jochie, tegen betaling
13 I | De pastoor, geraadpleegd door mevrouw Lecacheur, antwoordde: `
14 I | haar leven had doorgebracht door de landen van de wereld
15 I | struik. Omdat ik iets roods door de bladeren had zien schemeren,
16 I | uitgestrekte zee, verguld door licht, en het grote uitspansel,
17 I | grote uitspansel, gepurperd door vuur. Soms zag ik haar onder
18 I | op haar af, aangetrokken door iets vaags, slechts om haar
19 I | verbonden met die rustige streek door duizend banden van liefde
20 II | met vuur. Dat was het. Een door ontvlamde helderheid verbluffende
21 II | moeder Lecacheur meteen door luidkeels te brullen: `Hela!
22 II | Ik werd verdorie rood, door dat compliment meer getroffen
23 II | Ongetwijfeld aangetrokken door de enorme brand die de ondergaande
24 II | huid gleed, traag en zilt door de lange kus der baren.~
25 II | langzaam weg, verslonden door de oceaan. Je zag het zakken,
26 II | haar veulen tussen de benen door een wei rende, van een vogelnestje
27 II | urenlange wandelingen langs de door de wind geteisterde kust
28 II | tafel, haar haren verward door haar zuster, de zeewind.~
29 III | zonnestraal gleed tussen de takken door en doorboorde die ochtendmist,
30 III | overeind, zelf ontroerd door dat verdriet dat ik niet
31 III | mijn vertrek, dat alles door en met elkaar, bezorgde
32 III | naar binnen, wanhopiger zo door haar te zijn verrast dan
33 III | zenuwachtig, werd belaagd door deprimerende gedachten.
34 III | ook dacht ik dat er iemand door het huis liep en dat de
35 III | bloeien in de zon, ze zou door de koeien worden afgegraasd,
36 III | koeien worden afgegraasd, door vogels in de vorm van zaad
|