Part
1 Voor| Voor gravin Potocka, als eerbetoon
2 Voor| of geeuwden, ongevoelig voor de ontroering van de aanbrekende
3 Voor| Eindelijk kwam de zon voor ons op, geheel rood aan
4 I | heeft getroffen, omdat het voor de deur van een logementhouder
5 I | avondschemering, de volle maan. Voor schilders zijn dat huwelijksreizen
6 I | stappen, met nu eens aandacht voor de trage, zeilende vlucht
7 I | lucht verplaatst, dan weer voor de groene zee, het bruine
8 I | Lecacheur, hebt u ook een kamer voor mij?'~ Verbaasd te bemerken
9 I | wel eens zien wat of ik voor je doen kan.'~ Binnen
10 I | buiten. De oude vrouw was voor het avondeten een kip aan
11 I | Mij werd dus gedekt voor de deur en ik viel aan op
12 I | daarin een witte parasol voor toeristen. Haar gelaat,
13 I | beleefdheden, was zelfs ongevoelig voor mijn kleine attenties. Koppig
14 I | n figuur die warm loopt voor beginselen, een van die
15 I | beperkte geest een soort haat voor de extatische manier van
16 I | op een of andere manier voor de lippen was gekomen, het
17 I | duizend banden van liefde voor haar weidse en lieflijke
18 II | werd vijftien jaar later voor tienduizend frank verkocht.
19 II | vaak zien.'~ Toen ik voor het huis was aangekomen,
20 II | tafel zitten, zoals altijd. Voor het eerst begon ze te praten,
21 II | zon die in de zee zakte. Voor ons, ginder, ver weg, aan
22 II | een soort vertederd ontzag voor mijn doeken, een bijna religieus
23 II | een bijna religieus ontzag voor die menselijke weergave
24 II | want ze stelde Hem altijd voor alsof Hij vreselijk inzat
25 II | gepoetste schoenen 's morgens voor mijn deur, die kleine, vrome
26 III | nodig had.~ Er dook iets voor me op, het leek wel een
27 III | hier een leuk schilderijtje voor u.'~ Ze naderde, als
28 III | Ik ging niet terug voor het middageten. Ik ging
29 III | de blikken op te slaan. Voor de rest had ze haar gewone
30 III | verward omdat ik niet wist wat voor houding ik moest aannemen.~
31 III | zette ze een schaal kersen voor ons neer, de eerste van
32 III | grijze haren, helemaal los, voor altijd ontrold, hingen te
33 III | genadeloze natuur gericht! Voor haar was het afgelopen,
34 III | had haar leven verruild voor de andere levens die ze
|