Part
1 I | zulke kostbare zaken dat je er nooit op neer moet kijken.~
2 I | smalle waterloopjes, duik je er helemaal naakt in, en voel
3 I | boekjes. Zelfs de pastoor had er vier gekregen, hem bezorgd
4 I | een atheïste', dus rustte er een soort veroordeling op
5 I | twijfel in de geest. Ze gingen er verder vanuit dat de Engelse
6 I | puriteinsen van wie Engeland er zoveel voortbrengt, een
7 I | worden opgeborgen.~ Als ik er een in een hotel zag, ging
8 I | geklopt. Na een maand kon hij er nog niet over praten zonder
9 I | Afrika had gediend, hield er een andere mening op na.
10 I | met een knipoog: `Dat is er een ouwe van 't vak, die
11 I | niet graag, zonder dat ik er achter kon komen waarom
12 I | kennen en te weten komen wat er omgaat in die eenzame zielen
13 II | voorhield. De demon kon er niet omheen, want ik zorgde
14 II | Ze mompelde: `O! Ik houd er zo van... ik houd er zo
15 II | houd er zo van... ik houd er zo van... wat houd ik er
16 II | er zo van... wat houd ik er toch van...' Ik zag een
17 II | ze me plotseling en ging er snel vandoor, met haar huppelende
18 II | verschijnen, dan kwam ze er aan met haar snelle, ritmische
19 II | een zin, stond op en ging er zo snel en zo onverklaarbaar
20 II | vaak ontrold en hingen er dan bij alsof hun veer was
21 II | niets schelen, en ze ging er ook schaamteloos mee aan
22 II | dag aangekondigd krijgen. Er lag in haar blik een soort
23 II | worden! En het leek mij dat er in haar ook een strijd plaatsgreep,
24 III| nevel die ik nodig had.~ Er dook iets voor me op, het
25 III| Ze zei niets, ze bleef er een hele poos roerloos naar
26 III| tafel. Miss Harriet was er ook, at ernstig, zonder
27 III| Hoe heb ik gevoeld dat er iemand achter mij stond?~
28 III| paar keer ook dacht ik dat er iemand door het huis liep
29 III| opkomen.~ We verbaasden ons er niet over en begonnen in
30 III| ciderkruik vullen, zoveel werd er gedronken. Celeste droeg
31 III| Waarschijnlijk had een buurman er bossen stro ingegooid, om
32 III| Geniesoldaat en Celeste waren er ook bijgekomen. De lantaarn
33 III| den hoef gezien. Die moet er vannacht ingevallen wezen
34 III| lange kus, op die lippen die er nooit een hadden gekregen.~
|