Part
1 I | hebt u ook een kamer voor mij?'~ Verbaasd te bemerken
2 I | mooi weer mocht zijn.~ Mij werd dus gedekt voor de
3 I | stappen opsprongen, deed mij, waarom weet ik ook niet,
4 I | ogen neer, liep snel aan mij voorbij en verdween onder
5 I | vlaggetjes. Dat was zij. Toen ze mij zag, verdween ze.~ Ik
6 I | dankbetuigingen.~ Ik bekommerde mij niet verder om haar, al
7 I | staan.~ Maar deze leek mij zo apart dat ze me geenszins
8 I | en gevoelige wezen, leek mij onweerstaanbaar komisch.
9 I | waargenomen, richtte op mij haar verschrikte blikken
10 I | iets van nieuwsgierigheid mij bij moeder Lecacheur. Ik
11 II | klaar met een studie die mij puik leek, en die dat ook
12 II | zag, want dat was achter mij verborgen, op de steen en
13 II | terug en liep net achter mij langs op het ogenblik dat
14 II | nadruk en zo vleiend dat ik mij lachend tot haar wendde
15 II | op de rug, vergezelde zij mij tot de rand van het dorp,
16 II | over God, in een poging mij te bekeren.~ Wel, haar
17 II | bedoelingen die zij haar best deed mij te onthullen, en elke dag
18 II | ongetwijfeld ter ere van mij een beetje bijgesteld in
19 II | weer helemaal wild en kwam mij niet langer bekijken bij
20 II | woord tot haar richtte, zij mij antwoordde, maar met geveinsde
21 II | Harriet, waarom bent u met mij niet meer als vroeger? Heb
22 II | zou worden! En het leek mij dat er in haar ook een strijd
23 III| dienstmeisje, sloeg de ogen naar mij op. Zij was een stevige
24 III| hartstochtelijke liefde, die mij gold, herinneringen die
25 III| die het dienstmeisje op mij had gericht bij de aankondiging
26 III| plotseling los? Waarom heb ik mij met een ruk omgedraaid?
27 III| gevoeld dat er iemand achter mij stond?~ Het was miss
28 III| vroeg ik het dienstmeisje mij een emmer goed koud water
29 III| een beetje open en keek mij aan met die bleke blik,
30 III| vreselijke gedachte beklemde mij het hart. Was dat niet om
31 III| het hart. Was dat niet om mij dat ze daar ter plekke wilde
|