Part
1 Voor| liefdesgeschiedenis die u is overkomen, wat u maar wilt.'~ Leon Chenal,
2 I | een ander richtsnoer dan wat het oog behaagt. Je blijft
3 I | deftige dames.~ Maar wat vooral zo fijn is aan die
4 I | Maar ik wil wel eens zien wat of ik voor je doen kan.'~
5 I | van de Heer meer dan van wat ook, ik bewonder Hem in
6 I | instinctief afkerig van alles wat niet des boers was, voelde
7 I | Lecacheur vroeg ik: `Wel, wat doet onze demon vandaag?'~
8 I | kennen en te weten komen wat er omgaat in die eenzame
9 II | ik houd er zo van... wat houd ik er toch van...'
10 II | afvroeg of ik niets gedaan had wat haar tegenstond of gekwetst
11 II | ging ze naar haar kamer om wat ik haar lampenglazen noemde
12 II | Harriet', steeg haar meteen wat bloed naar de wangen, meisjesbloed,
13 II | vroeger? Heb ik iets gedaan wat u misnoegen heeft gewekt?
14 II | ongeduldig en onmachtig bij wat niet verwerkelijkt was en
15 II | temmen, en misschien nog wat anders... weet ik veel!
16 III | worden.~ Ik vroeg me af wat ik moest doen.~ Ik vond
17 III | op haar lijzige toon: `Wat zeg je me daar, m'n beste
18 III | een paard, en heel schoon, wat zeldzaam is. Ik gaf haar
19 III | voelde ik iets onbestemds wat je ertoe aanzet gekke dingen
20 III | verward omdat ik niet wist wat voor houding ik moest aannemen.~
21 III | haar put had gezien, iets wat niet natuurlijk was. Waarschijnlijk
22 III | Vaag zag ik iets wits. Maar wat was dat? Toen kwam ik op
23 III | oogleden. Hij had in Afrika wel wat ergers gezien!~ Moeder
24 III | van zich had gehouden?~ Wat kunnen mensen toch ongelukkig
25 III | zonder dat ze ooit had gehad wat ook de meest wanhopige nog
26 III | mensenvlees worden. Maar wat je noemt de ziel, die was
|