Par.
1 7 | liep naar het plein, toen hij een eindje touw op de grond
2 7 | als een echte Normandiër, hij vond dat alles wat nog dienst
3 7 | en bukte met moeite, want hij had last van reumatiek.
4 7 | had last van reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne
5 7 | zorgvuldig oprollen toen hij baas Malandain, de zadelmaker,
6 7 | zoekend naar een eindje touw. Hij verborg zijn vondst schielijk
7 7 | broekzak, deed daarna alsof hij nog iets op de grond zocht
8 7 | iets op de grond zocht wat hij niet vond en ging hij naar
9 7 | wat hij niet vond en ging hij naar de markt, het hoofd
10 8 | Hij verloor zich meteen in de
11 17| Toen hij zijn roffel had weggegeven,
12 17| Houlbrèque uit Manneville. Hij zal twintig frank beloning
13 22| Hij vroeg: 'Baas Hauchecorne
14 25| bijzonder moeilijk, begaf hij zich op weg, almaar herhalend: '
15 26| En hij volgde de brigadier.~
16 28| Baas Hauchecorne,' sprak hij, 'u bent vanochtend waargenomen
17 29| op hem rustte, zonder dat hij begreep waarom.~
18 37| En hij zocht onder in zijn zak
19 44| Hij kon protesteren wat hij
20 44| Hij kon protesteren wat hij wilde, hij werd niet geloofd.~
21 44| protesteren wat hij wilde, hij werd niet geloofd.~
22 45| Hij werd geconfronteerd met
23 46| die niet goed wist wat hij ermee aan moest, hem weg,
24 46| maar waarschuwde hem dat hij het parket op de hoogte
25 47| zich al verspreid. Toen hij het gemeentehuis uitkwam
26 47| van verontwaardiging. En hij begon het verhaal van het
27 48| Hij werd door iedereen staande
28 48| zakken om, om te bewijzen dat hij niets had.~
29 50| En hij werd boos, ergerde zich,
30 50| te worden, wist niet wat hij moest doen, en bleef de
31 51| Het werd avond. Hij moest weg. Hij begaf zich
32 51| werd avond. Hij moest weg. Hij begaf zich op weg met drie
33 51| weg met drie buren aan wie hij de plek toonde waar hij
34 51| hij de plek toonde waar hij dat eindje touw had opgeraapt,
35 51| opgeraapt, en onderweg had hij het de hele tijd over zijn
36 52| s Avonds deed hij de ronde in het dorp Bréauté,
37 52| aan iedereen te vertellen. Hij stuitte slechts op ongeloof.~
38 53| Hij was er de hele nacht ziek
39 55| Die man zei dat hij inderdaad het voorwerp op
40 55| had gevonden, maar omdat hij niet kon lezen, had hij
41 55| hij niet kon lezen, had hij het mee naar huis genomen
42 56| ervan op de hoogte gesteld. Hij begon meteen de ronde te
43 56| aangevuld met de ontknoping. Hij triomfeerde.~
44 57| wat a mien zo stak,' zei hij, 'dat is niet zozeer die
45 58| De hele dag had hij het over zijn avontuur,
46 58| het over zijn avontuur, hij vertelde het onderweg aan
47 58| de kerk de zondag daarop. Hij hield onbekenden staande
48 58| ze te vertellen. Nu was hij rustig, en toch zat hem
49 58| hem iets dwars zonder dat hij precies wist wat. Het leek
50 58| Ze leken niet overtuigd. Hij kreeg de indruk dat er achter
51 59| van de week daarop ging hij weer naar de markt in Goderville,
52 60| en begon te lachen toen hij hem voorbij zag komen. Waarom?~
53 61| Hij schoot een boer uit Criquetot
54 63| Toen hij in de herberg van Jourdain
55 63| Jourdain aan tafel zat, begon hij zijn zaak voor te leggen.~
56 67| stikte zowat. Eindelijk had hij het door. Ze beschuldigden
57 68| Hij wilde protesteren. De hele
58 69| Hij kon zijn eten niet afmaken
59 70| Hij ging beschaamd en verontwaardigd
60 70| des te meer verslagen waar hij met zijn Normandische boerenslimheid
61 70| staat was te doen waarvan hij beschuldigd werd, en zelfs
62 70| zijn slimheid kende. En hij voelde zich in het hart
63 71| Dus begon hij zijn avontuur opnieuw te
64 71| protesten, plechtiger eden die hij verzon, die hij voorbereidde
65 71| eden die hij verzon, die hij voorbereidde in zijn uren
66 71| verhaal van het touwtje. Hij werd des te minder geloofd
67 73| Hij voelde het, het vrat aan
68 73| voelde het, het vrat aan hem, hij putte zich uit in nutteloze
69 74| Hij takelde zichtbaar af.~
70 76| Eind december werd hij bedlegerig.~
71 77| Hij stierf de eerste dagen van
72 77| zijn doodsstrijd getuigde hij van zijn onschuld door te
|